RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/738544 / HA ZA 23-776 Vonnis van 12 juni 2024 in de zaak van FASHION ONE EUROPE B.V., te Swalmen, eisende partij, hierna te noemen: Fashion One, advocaat: mr. R. Teitler, tegen ING BANK N.V., te Amsterdam, gedaagde partij, hierna te noemen: ING, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 28 juli 2023, met producties 1 tot en met 5, - het herstelexploit van 25 september 2023, waarin het adres van de rechtbank is gecorrigeerd, - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 3, - het tussenvonnis van 31 januari 2024, waarbij een mondelinge behandeling is gelast, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 april 2024, - de akte wijziging eis van Fashion One, - het B16 formulier d.d. 7 juni 2024 waarin de eiswijziging is ingetrokken door Fashion One. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.
- Fashion One had twee zakelijke rekeningen bij ING. ING heeft de bankrelatie met Fashion One op 3 september 2019 per brief opgezegd omdat zij – kort gezegd – haar cliëntenonderzoek naar Fashion One niet (succesvol) heeft kunnen afronden. Bij opzegging heeft ING een opzegtermijn van drie maanden gehanteerd, waardoor Fashion One tot 3 december 2019 toegang had tot haar zakelijke rekeningen. 2.
- Op 13 december 2019 heeft ING het creditsaldo van de twee rekeningen van € 492.761,98 overgeboekt op een tussenrekening van ING. 2.
- In september 2020 heeft Fashion One ING verzocht om het creditsaldo uit te keren in contanten. ING heeft op 17 september 2020 aan Fashion One laten weten dat zij het creditsaldo niet in contanten kan uitbetalen. ING verwees Fashion One naar een andere afdeling van ING voor het antwoord op de vraag waarom het niet mogelijk is om het creditsaldo in contanten uit te keren. Op 18 september 2020 heeft de advocaat van Fashion One per e-mail die vraag aan de betreffende afdeling gesteld, maar een reactie daarop bleef uit vanuit ING. 3Het geschil 3.
- Fashion One vordert – samengevat en na eiswijziging op zitting - dat de rechtbank voor recht verklaart dat: I. ING gehouden is om het creditsaldo in contanten aan Fashion One uit te keren, aan de woonplaats van Fashion One, II. ING, sinds haar weigering op 17 september 2020 om het creditsaldo in contanten uit te betalen, hiermee in verzuim verkeert, met veroordeling van ING in de proceskosten. 3.
- Fashion One legt daaraan ten grondslag dat zij een geldvordering ter hoogte van € 492.761,98 heeft op ING. Aangezien Fashion One na de beëindiging van de bankrelatie door ING niet meer over een bankrekening beschikt en ook niet voornemens is om een bankrekening te openen, kan zij het geld alleen in contanten ontvangen. Er rust op Fashion One geen wettelijke of contractuele verplichting om een girale betaling te accepteren. Bovendien zijn er geen redelijke gronden waarom ING mag weigeren het creditsaldo in contanten aan Fashion One te verstrekken. 3.
- ING voert verweer. 3.
- Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
- Tussen partijen staat niet ter discussie dat de bankrelatie tussen Fashion One en ING rechtmatig is beëindigd en evenmin dat Fashion One een vordering op ING heeft tot betaling van € 492.761,
- De vraag is of ING verplicht is om het door haar verschuldigde in contanten uit te betalen aan Fashion One. De rechtbank vindt van niet. Ter toelichting geldt het volgende. 4.
- Op grond van artikel 6:112 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) geldt dat de crediteur, in dit geval Fashion One, aanspraak kan maken op betaling van haar vordering in gangbaar geld – dus contante of girale betaling – tenzij uit de overeenkomst, de wet, gewoonte of de redelijkheid en billijkheid iets anders voortvloeit. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen zich verzetten tegen een contante betaling, bijvoorbeeld wanneer de omvang van de verschuldigde som zo groot is dat niet van de schuldenaar kan worden verlangd dat de betaling contant aan de schuldeiser wordt voldaan. 4.
- ING heeft toegelicht dat de eisen van redelijkheid en billijkheid zich in deze situatie verzetten tegen de door Fashion One gewenste contante betaling van het creditsaldo. Haar organisatie is niet (meer) ingericht op het uitvoeren van contante betalingen van deze omvang. Niet alleen zijn dit soort bedragen niet zomaar bij een kantoor van ING aanwezig, daarnaast is het is niet veilig voor haar medewerkers en cliënten om dergelijke grote bedragen contant uit te betalen. De kantoren van ING bestaan uit een open ruimte met servicebalies en er zijn daar geen mogelijkheden meer om een contante betaling beveiligd op een afgezonderde locatie plaats te laten vinden. Ook voorziet ING niet in waardetransporten. Dat is iets waarvoor de klant zelf een waardetransportbedrijf moet inschakelen, waarna de klant het saldo giraal van zijn rekening naar dat bedrijf moet overmaken welk bedrijf dit contanten omzet. Daarin kan ING niet voorzien. 4.
- Het door ING geschetste veiligheidsrisico is door Fashion One onvoldoende gemotiveerd bestreden. Dat er vraagtekens zijn te plaatsen bij de (on)beschikbaarheid van contant geld en dat zij denkt dat er nog wel kamers of kluizen bij de kantoren zijn waar de overdracht veilig kan geschieden, is daarvoor niet voldoende. De rechtbank volgt ING dan ook in haar standpunt dat het uitbetalen van een dergelijk groot creditsaldo in contanten ongewenste veiligheidsrisico’s behelst voor haar medewerkers en voor de klant zelf. Dat Fashion One, zoals gesteld, geen bankrekening heeft en ook geen bankrekening wil openen, legt onvoldoende gewicht in de schaal om te oordelen dat ING ondanks dat veiligheidsrisico toch gehouden zou zijn om het creditsaldo contant te voldoen. Hierbij is van belang dat niet (gemotiveerd) is aangevoerd dat Fashion One geen zakelijke rekening kan openen om het creditsaldo op uit te laten betalen, terwijl ING onderbouwd heeft dat er andere internationaal opererende banken zijn die wel zijn ingericht op het uitbetalen van grote contante bedragen. 4.
- Nu van overige belangen van Fashion One bij contante betaling van het creditsaldo ook desgevraagd niet is gebleken, is de rechtbank van oordeel dat de eisen van redelijkheid en billijkheid zich in deze situatie verzetten tegen het uitbetalen van het creditsaldo in contanten. Dat ING aan het eerdere verzoek tot contante uitbetaling geen gevolg heeft gegeven, maakt dus niet dat zij daardoor in verzuim is komen te verkeren. De rechtbank wijst de gevorderde verklaringen van recht af. Proceskosten 4.
- Fashion One is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ING worden begroot op: - griffierecht € 676,00 - salaris advocaat € 1.228,00 (2,00 punten × € 614,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 2.082,00 5De beslissing De rechtbank 5.
- wijst de vorderingen van Fashion One af, 5.
- veroordeelt Fashion One in de proceskosten van € 2.082,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Fashion One niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder rov. 5.2 uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, bijgestaan door mr. F.A. Nusman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 12 juni
- W.A.K. Rank, Tekst & Commentaar op artikel 6:112 BW, aantekening 3 onder c.