← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2024:908

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/177509-23 (EAB I) Datum uitspraak: 31 januari 2024 UITSPRAAK op de vordering op grond van artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. De vordering van 8 december 2017 betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB I). Dit EAB is uitgevaardigd op 1 juni 2012 door the Regional Court Judge in Bielsko-Biala (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit), en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1978 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 10 januari 2019 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. J.J.M. Asbroek, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Nieuwburg, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. Het onderzoek ter zitting is geschorst om onder meer de recent verstrekte informatie te bestuderen en te wachten op antwoord van de Poolse autoriteiten op vragen van het Openbaar Ministerie met betrekking tot de Poolse rechtstaat. Zitting 17 januari 2024 De behandeling van het EAB is op de zitting van 17 januari 2024 voortgezet en heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Nieuwburg, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de rechtbank het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van EAB I nu de Poolse autoriteiten dit EAB bij brief van 8 februari 2019 hebben ingetrokken en hebben vervangen door EAB III. De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt. 4Beslissing VERKLAART het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot het in behandeling nemen van EAB I. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. P. Sloot en B. Kuppens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 17 januari 2024. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 22 OLW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.