vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/122591-23 Parketnummer vordering tul: 13/167665-20 Datum uitspraak: 22 februari 2024 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats], inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres 1], [woonplaats]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Op 8 februari 2024 heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden. Verdachte was daarbij aanwezig, evenals zijn raadsman, mr. R.P.A. Kint. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G. Dankers, en van wat verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 14 mei 2023 te Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van zijn levensgezel [aangeefster]. De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht de aangifte van [aangeefster] (hierna: aangeefster) betrouwbaar en heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde kan worden bewezen. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.3 Oordeel van de rechtbank 3.3.1 Feiten en omstandigheden Op 14 mei 2023 omstreeks 04.18 uur is er een melding bij de politie binnengekomen van huiselijk geweld aan [adres 2] te Amsterdam. Ter plaatse troffen verbalisanten verdachte en aangeefster aan. Aangeefster was de toenmalige partner van verdachte. Verbalisanten zagen dat aangeefster een baby in haar armen vast had. Verder zagen de verbalisanten dat het linkeroog en de linkerwang van aangeefster waren opgezwollen en dat zij een bult op haar linkerwang had. Aangeefster heeft verklaard dat ze in de vroege ochtend met haar zoontje in bed is gaan liggen. Nadat verdachte wakker was geworden is er een discussie tussen aangeefster en verdachte ontstaan. Aangeefster heeft haar zoontje toen op het bed gelegd en is zelf op de rand van het bed gaan zitten. Verdachte stond naast het bed. Vervolgens voelde aangeefster een klap tegen haar linkeroor en is zij verdachte gaan duwen. Hierna is zij door verdachte geduwd. Aangeefster heeft verklaard dat ze opeens op de grond lag en voelde dat verdachte met zijn vuisten op haar buik, haar arm en haar linkeroog sloeg. Verdachte heeft ter terechtzitting de mishandeling van aangeefster gedeeltelijk bekend. Hij heeft verklaard dat hij tikken heeft uitgedeeld en dat hij aangeefster met de platte hand op haar hoofd heeft geslagen en van zich af heeft geduwd. 3.3.2 Bewijsoverwegingen De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster dat zij tegen haar hoofd is geslagen en is geduwd, aansluit bij de verklaring van verdachte. Verdachte heeft deze handelingen immers ter terechtzitting bekend. De verklaring van aangeefster dat zij meermaals geslagen is in haar gezicht, wordt daarbij ondersteund door het geconstateerde letsel door de verbalisanten. Het waargenomen letsel past naar het oordeel van de rechtbank namelijk bij meerdere geweldshandelingen. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van aangeefster dat zij op haar lichaam is gestompt of geslagen terwijl ze op de grond lag, geen steun vindt in de overige bewijsmiddelen. Een letselrapportage of een waarneming van een verbalisant van letsel op andere delen van het lichaam dan het hoofd ontbreekt. De rechtbank zal verdachte daarom partieel vrijspreken van het ten laste gelegde slaan en/of stompen op/tegen het lichaam van aangeefster terwijl zij op de grond lag. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster heeft mishandeld door haar tegen het hoofd te slaan en tegen het lichaam te duwen. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte: op 14 mei 2023 te Amsterdam, zijn levensgezel, [aangeefster], heeft mishandeld door: - voornoemde [aangeefster] met kracht tegen het hoofd te slaan, en - voornoemde [aangeefster] te duwen tegen het lichaam. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Die bewijsmiddelen zijn opgesomd in bijlage II bij dit vonnis. 5De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Motivering van de straffen en maatregelen 7.1 Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht weken, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. 7.2 Strafmaatverweer van de verdediging De raadsman heeft, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. 7.3 Oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn levensgezel. Door zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. De rechtbank acht het strafverzwarend dat aangeefster de toenmalige partner van verdachte was, en dat de mishandeling plaats heeft gevonden in de woning van aangeefster. Men hoort zich bij uitstek veilig en vertrouwd te kunnen voelen bij hun partner en in hun eigen woning. Bovendien ervaren slachtoffers van mishandeling in de huiselijke sfeer als gevolg van wat hen is aangedaan vaak nog voor langere tijd gevoelens van onveiligheid en angst. De omstandigheid dat de mishandeling bovendien in het bijzijn van het zoontje van aangeefster heeft plaatsgevonden, rekent de rechtbank verdachte ook zwaar aan. Het is algemeen bekend dat kinderen die worden blootgesteld aan huiselijk geweld hier vaak nog lang last van hebben. De rechtbank houdt bij de strafoplegging verder rekening met het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 22 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.