RECHTBANK Amsterdam Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/778865 / KG ZA 25-940 EAM/MAH Vonnis in kort geding van 16 december 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MOVIANTO NEDERLAND B.V., gevestigd te Oss, eiseres bij dagvaarding van 24 november 2025, verweerster in reconventie, hierna te noemen: Movianto, advocaat: mr. K.V.A.J.M.M. de Bonth, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht OXFORD NANOPORE TECHNOLOGIES PLC, te Oxford (Verenigd Koninkrijk), gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: ONT, advocaat: mr. A. Knigge 1De procedure 1.1. Tijdens de mondelinge behandeling op 2 december 2025 heeft Movianto de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht en ONT de eis in reconventie (tegenvordering). ONT heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een op voorhand ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties en een pleitnota ingediend. Het bezwaar van Movianto tegen de door ONT laat ingediende conclusie van antwoord en producties 10, 13 en 15 is ter zitting door de voorzieningenrechter verworpen omdat er geen strijd is met de goede procesorde, met dien verstande dat op de bijlagen bij productie 13 geen acht zal worden geslagen. Tenslotte is vonnis bepaald op vandaag. 1.2. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: - aan de kant van Movianto: [naam 1] (managing director Benelux) en [naam 2] (commercieel directeur), met mr. De Bonth, - aan de kant van ONT: [naam 3] (senior director Global logistics), [naam 4] (vice president Global supply chain) en [naam 5] (in house counsel), bijgestaan door twee tolken Engels (T.C. Mitchell en M. Iest), met mr. Knigge en zijn kantoorgenoot mr. R.H.E. Becker. 2De feiten 2.1. Movianto en ONT hebben in 2014 een overeenkomst gesloten op grond waarvan Movianto logistieke diensten leverde aan ONT (hierna: de Overeenkomst). ONT heeft in april 2025 de Overeenkomst tegen 1 april 2026 opgezegd en meteen de afname van de diensten van Movianto gereduceerd tot nihil. 2.2. Daarop is Movianto bij deze rechtbank een kort geding gestart. De voorzieningenrechter heeft ONT bij vonnis van 23 september 2025 (C/13/773911 / KG ZA 25-643; hierna: het Vonnis) bevolen om binnen twee weken na betekening van het Vonnis uitvoering te geven aan haar verplichting uit hoofde van de Overeenkomst door tot 1 april 2026 maandelijks diensten van Movianto af te nemen voor een maandwaarde van minimaal € 123.949,00, met inachtneming van de tussen partijen laatstelijk overeengekomen prijzen. 2.3. Movianto heeft het Vonnis op 25 september 2025 laten betekenen met bevel om daaraan te voldoen. ONT heeft laten weten dat niet te zullen doen. 2.4. ONT heeft de Overeenkomst bij brief van 14 oktober 2025 met onmiddellijke ingang opgezegd op grond van artikel 3.2.1 van de Overeenkomst, omdat Movianto haar contractuele verplichtingen niet zou zijn nagekomen. 2.5. Op 20 oktober 2025 heeft ONT tegen het Vonnis een appeldagvaarding uitgebracht. Het daarin vervatte verzoek om behandeling als spoedappel is inmiddels door het Gerechtshof Amsterdam afgewezen. Tegen het incidentele verzoek van ONT om schorsing van de tenuitvoerlegging van het Vonnis heeft Movianto zich bij antwoordconclusie in het incident verweerd. De zaak stond op de rolzitting van dinsdag 25 november 2025 voor fourneren van stukken in het incident. Het is de voorzieningenrechter ambtshalve bekend dat ONT op die datum niet heeft gefourneerd, maar heeft verzocht om een mondelinge behandeling. Op dat verzoek zal het Hof beslissen na de roldatum van 9 december 2025. 3Het geschil in conventie 3.1. Movianto vordert – samengevat – om, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, ONT te bevelen het Vonnis na te komen op straffe van dwangsommen en met veroordeling van ONT in de proceskosten met wettelijke rente. Daarbij verzoekt ONT de voorzieningenrechter een certificaat af te geven waarmee dit vonnis in het Verenigd Koninkrijk kan worden ten uitvoer gelegd. 3.2. ONT voert verweer. Zij beroept zich allereerst, zowel in conventie als in reconventie, op de relatieve onbevoegdheid van de voorzieningenrechter Amsterdam en verzoekt de zaak op grond van artikel 110 Rv te verwijzen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant. Daarnaast voert ONT in conventie – indien haar reconventionele vordering wordt afgewezen – inhoudelijk verweer tegen de vorderingen. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 4Het geschil in reconventie 4.1. ONT vordert om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis: - primair: de tenuitvoerlegging van het Vonnis onmiddellijk te schorsen totdat in het hoger beroep is beslist; - subsidiair: te bepalen dat ONT aan het bevel in het Vonnis kan voldoen door – bij wijze van voorschot op de door Movianto gestelde en door ONT betwiste schade – Movianto's oktober-factuur voor niet geleverde diensten te voldoen, en voor zover het wegvallen van 3% van Movianto's omzet daadwerkelijk (nog) een spoedeisend belang in het leven roept, een door de voorzieningenrechter vast te stellen voorschotbedrag (al of niet na facturering voor niet-geleverde diensten) te voldoen zonder dat ONT gehouden is daadwerkelijk diensten af te nemen; een en ander met veroordeling van Movianto in de proceskosten zowel in conventie als in reconventie. 4.2. Movianto voert verweer. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 5De beoordeling in conventie en in reconventie 5.1. De door ONT opgeworpen exceptie van relatieve onbevoegdheid wordt verworpen. Dit kort geding hangt nauw samen met het vorige kort geding tussen partijen, dat leidde tot het Vonnis. Movianto vordert nu aan de daarin uitgesproken veroordeling een dwangsom te verbinden. Evenals in dat vorige kort geding is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd van de vorderingen kennis te nemen op grond van het forumkeuzebeding in de Overeenkomst en is Nederlands recht van toepassing. 5.2. Dan volgt nu de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen. De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling. 5.3. Vaststaat dat Movianto beschikt over een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis en dat ONT dit Vonnis niet wenst na te komen. Om nakoming af te kunnen afdwingen wil Movianto dat er een dwangsom aan de veroordeling wordt verbonden. Op dit moment heeft zij geen dwangmiddel. Daarmee is haar spoedeisend belang gegeven. ONT is het niet eens met het Vonnis. Zij wil dat de uitvoerbaarheid bij voorraad wordt geschorst hangende het hoger beroep, en – indien die vordering wordt afgewezen – dat haar niet alsnog een dwangsom wordt opgelegd. 5.4. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om aan het Vonnis een dwangsom te verbinden en licht dat als volgt toe. 5.5. Uitgangspunt is dat vonnissen moeten worden nagekomen. Dat geldt nog sterker indien het om een recent vonnis gaat zoals hier. Degene die veroordeeld is behoort het vonnis vrijwillig na te komen, maar kan daar zonodig met een dwangmiddel zoals een dwangsom toe worden gedwongen. Die noodzaak lijkt in dit geval evident omdat ONT het Vonnis niet vrijwillig nakomt. Indien zij meent dat zij daarvoor goede redenen heeft, zal zij die aannemelijk moeten maken. Daar is ONT naar voorlopig oordeel niet in geslaagd. 5.6. Als redenen voor haar weigering om het Vonnis na te komen voert ONT aan dat nakoming onmogelijk is, omdat: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.