RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/390273-24 Datum uitspraak: 4 december 2025 UITSPRAAK op de vordering van 29 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB, uitgevaardigd op 16 maart 2023 door the Regional Court in Płock, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en aangepast door de uitvaardigende justitiële autoriteit op 5 maart 2025, strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1982 te [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt: een vonnis van the District Court in Płońsk van 28 maart 2008 (met referentie: II K 124/08); een vonnis van the District Court in Mława van 23 februari 2010 (met referentie: II K 78/10). Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die tot de vonnissen hebben geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van één jaar en tien maanden; twee jaar en één maand, waarvan volgens het EAB nog 1 jaar, 9 maanden en 3 dagen resteren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen. Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. De raadsman stelt zich op het standpunt dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB voor wat betreft het vonnis met referentie II K 78/
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.