RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/243 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger), en Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), verweerder (gemachtigde: mr. J.E. Koedood). Samenvatting
- Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.
- De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de aanvraag terecht is afgewezen. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
- Eiser heeft op 28 november 2023 een aanvraag ingediend voor Wlz-zorg. Verweerder heeft de aanvraag met het primaire besluit van 26 februari 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 14 augustus 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.
- Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft hierop gereageerd met een verweerschrift. 2.
- De rechtbank heeft partijen uitgenodigd voor een zitting op 26 juni
- De gemachtigde van eiser heeft voorafgaand aan de zitting op 13 juni 2025 aanvullende beroepsgronden ingediend en als bijlage een rapport van professor [persoon 1] van 12 december 2024 overgelegd. Verweerder heeft dit aan zijn medisch adviseur voorgelegd en in afwachting van het advies verzocht om uitstel van de zitting. Dit verzoek is toegewezen. 2.
- De rechtbank heeft hierna het aanvullend advies van de medisch adviseur van verweerder van 23 juni 2025 ontvangen. De gemachtigde van eiser heeft hierop gereageerd met een bericht van 4 juli
- 2.
- De rechtbank heeft het beroep op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser, [persoon 2] , juridisch adviseur, [persoon 3] , begeleider van eiser en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank Totstandkoming van het bestreden besluit
- Eiser is 41 jaar oud en hij woont alleen. Eiser wordt onder andere geholpen door zijn oom, tante en nicht. Zij komen maandelijks langs en proberen dan wat te doen in het huishouden. Eiser heeft een beperkt sociaal netwerk en is veel thuis. De zorg vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) was ten tijde van de Wlz-aanvraag gestopt. Eiser kreeg geen huishoudelijke hulp meer en geen ambulante begeleiding. Op de zitting heeft de begeleider van eiser verteld dat hij probeert om deze zorg weer op te bouwen, dat lukt gedeeltelijk met wisselend succes. Eiser heeft recht op vijf uur Wmo-zorg per week.
- Op 11 december 2023 (ontvangstdatum) heeft eiser een Wlz-aanvraag ingediend. De aanvraag is voorzien van een begeleidend schrijven van de oom van eiser. Hij heeft een aantal appjes van eiser uitgetypt. Volgens hem volgt hieruit dat, kort samengevat, eiser niet goed voor zichzelf kan zorgen, hij ervaart chaos en gevoelens van wanhoop, paniek en woede. Eiser is ook suïcidaal. Bij zijn aanvraag heeft eiser uitgebreide medische informatie meegestuurd. Verweerder heeft op 9 januari 2024 een huisbezoek afgelegd. De medische informatie is bestudeerd. Er heeft op 21 en 23 februari 2024 overleg plaatsgevonden tussen de onderzoeker en de medisch adviseur, [persoon 4] . De medisch adviseur heeft naar aanleiding van dit overleg het volgende overwogen: “Er geen sprake is van noodzaak tot 24-uurs zorg in de nabijheid op basis van de aandoeningen die verzekerde momenteel heeft. Verzekerde heeft hulp nodig, maar dit betreft geen 24-uurs zorg in de nabijheid. De hoop is dat het hem lukt een vertrouwensband aan te gaan met een hulpverlener, waarbij hij zijn behoefte aan respect, veiligheid, afstemming, gehoord willen worden, rust en eigen autonomie kan ervaren.”
- Met het primaire besluit heeft verweerder, op basis van het uitgevoerde onderzoek, de aanvraag afgewezen. In het primaire besluit is gemotiveerd dat bij eiser sprake is van een grondslag psychische aandoening op basis van een complexe posttraumatische stressstoornis (PTSS). Daarnaast ervaart eiser veel lichamelijke klachten zoals vermoeidheid, pijnen en slaapproblemen. De noodzaak voor 24 uur zorg in de nabijheid kan echter niet worden vastgesteld. Volgens verweerder kan de situatie van eiser daarnaast mogelijk verbeteren als er behandeling kan worden geboden die bij hem past en als hij deze accepteert.
- Met het bestreden besluit is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Verweerder overweegt op de eerste plaats dat de concept beslissing op bezwaar is voorgelegd aan het Zorginstituut Nederland voor advies. Het Zorginstituut brengt geen advies uit, omdat verweerder zonder advies een beslissing kan nemen. In bezwaar heeft de medisch adviseur [persoon 5] op 16 juli 2024 advies uitgebracht. Uit het advies volgt dat dossier onderzoek heeft plaatsgevonden en dat de aangeleverde medische informatie is bestudeerd. Er heeft een telefonisch onderzoek plaatsgevonden met eiser in het bijzijn van zijn nicht en vriendin. De conclusie van de medisch adviseur in bezwaar luidt als volgt: “24-uurs zorg Gezien de aard en ernst van bovengenoemde klachten en beperkingen is er uiteraard een behoefte aan zorg en ondersteuning. Er lijkt vanwege de psychische en somatische klachten sprake van enige regieproblemen en beperkingen in de zelfredzaamheid. Er is echter geen sprake van geobjectiveerde ernstige cognitieve of psychiatrische beperkingen, die hem belemmeren in zijn ziektebesef/ziekte-inzicht en in het adequaat hulp inroepen bij onplanbare zorgmomenten. Ook kan uit de medische informatie niet worden opgemaakt dat er sprake is van dusdanig zware regieproblemen dat er voortdurend begeleiding of overname van taken nodig is om ernstig nadeel te voorkomen. Verzekerde moet derhalve in staat worden geacht adequaat hulp in te kunnen roepen en deze af te wachten. Ook de somatische problematiek is niet dusdanig van aard dat er op elk moment ernstig nadeel kan ontstaan en verzekerde zorg niet kan afwachten. Hij is niet aangewezen op permanent toezicht ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel. Er is sprake van een planbare zorgbehoefte, zo nodig aangevuld met zorg op af roep. Derhalve komt verzekerde op dit moment niet in aanmerking voor 24- uurs zorg in de nabijheid zoals bepaald is in de Wlz.” Verweerder heeft het advies in het bestreden besluit overgenomen. Op basis van de verschillende aandoeningen die eiser heeft, waaronder PTSS, chronische vermoeidheid, slaapproblemen en fibromyalgiesyndroom, is zowel sprake van een grondslag psychische stoornis als een grondslag somatische aandoening. Met die grondslagen kan er toegang zijn tot de Wlz. Echter er bestaat geen noodzaak voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. De bestaande zorgbehoefte kan worden ondervangen met de inzet van planbare zorg en zorg op afroep. Omdat in de situatie van eiser niet wordt voldaan aan de toegangscriteria van de Wlz, heeft verweerder de beslissing om de aanvraag af te wijzen gehandhaafd. Het standpunt van eiser
- Eiser bestrijdt dat hij geen recht heeft op Wlz-zorg. Volgens eiser is de ernst van zijn klachten en zorgbehoefte sterk onderschat. Eiser heeft ook ongeplande zorg nodig. Hij is niet in staat om tijdig zorg in te roepen of af te wachten. Eiser functioneert op een marginaal niveau qua zelfzorg en zelfredzaamheid. Zijn klachten zijn duurzaam. Dit blijkt voldoende uit de beschikbare medische informatie. Eiser beschrijft de symptomen van zijn psychische aandoening. Deze hebben een aanzienlijke invloed op zijn zelfredzaamheid bij dagelijkse activiteiten, sociale interacties en zelfzorg. Als gevolg van chronische fybromyalgie heeft eiser chronische pijn en is hij chronisch vermoeid. Eiser heeft ook chronische ME/CVS en hierdoor is hij extreem vermoeid. Voorgaande leidt tot onder meer slaapproblemen, gevoeligheid voor prikkels en cognitieve klachten op het gebied van geheugen en concentratie. Eiser heeft ook Post Exertional Malaise (PEM). Hierdoor ontstaat substantiële verergering van symptomen na fysieke en mentale inspanning en is het voor hem onmogelijk om hulp in te roepen en automatische handelingen uit te voeren. Het oordeel van de rechtbank
- Om in aanmerking te kunnen komen voor Wlz-zorg moet worden voldaan aan de voorwaarden van artikel 3.2.1, eerste lid, van de Wlz. Samengevat komt het erop neer dat iemand in aanmerking komt voor een Wlz-indicatie als: - er een grondslag is; en - er permanent toezicht nodig is ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig is om ernstig nadeel te voorkomen; en - deze zorgbehoefte blijvend is.
- Tussen partijen is niet in geschil dat de medisch adviseurs van verweerder de Wlz-grondslagen psychische en somatische aandoening hebben vastgesteld. Wel is tussen partijen in geschil het antwoord op de vraag of sprake is van een noodzaak tot 24 uur zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen.
- De genoemde voorwaarden voor toekenning van Wlz-zorg zijn streng en voor de beoordeling of aan die voorwaarden is voldaan is de geobjectiveerde medische situatie van eiser bepalend. Dat betekent dat de medische problematiek van eiser moet blijken uit medische stukken.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder op een toereikende wijze heeft gemotiveerd dat er geen noodzaak bestaat voor 24 uur per dag zorg in de nabijheid om ernstig nadeel te voorkomen. Verweerder heeft zich hierbij mogen baseren op de adviezen van de medisch adviseurs omdat deze op een zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen.
- Eiser voert samengevat aan dat verweerder zijn klachten en beperkingen als gevolg van ME/CVS, waarbij hij ook PEM heeft, ernstig heeft onderschat. Hierdoor is weldegelijk 24 uur zorg per dag in de nabijheid nodig om ernstig nadeel te voorkomen. Eiser heeft ter onderbouwing van zijn betoog een rapport van 12 december 2024 van professor [persoon 1] overgelegd. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser een beroep gedaan op de tussenuitspraken van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 17 juli 2025 over onder meer het vaststellen van de belastbaarheid van mensen met ME/CVS. Daarnaast heeft hij op de zitting geciteerd uit de informatie van psycholoog [persoon 6] en arts [persoon 7] in het kader van een arbeidsbelastbaarheidsonderzoek.
- De Raad heeft in de door eiser genoemde uitspraken, na raadpleging van zijn deskundige professor [persoon 1] , geoordeeld dat de onderzoeksmethodes voor het vaststellen van beperkingen bij ME/CVS zoals toegepast door de stichting Cardiozorg valide en geschikt zijn. Het beroep van eiser op het rapport van professor [persoon 1] van 12 december 2024 en de rechtspraak van de Raad, baat hem echter niet. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
- De rechtbank stelt vast dat verweerder heeft onderkend dat eiser verschillende aandoeningen heeft. Na bezwaar is daarom zowel een psychische als een somatische grondslag vastgesteld waarbij is overwogen dat eiser onder meer PTSS, chronische vermoeidheid, slaapproblemen en fibromyalgiesyndroom heeft. De informatie van psycholoog [persoon 6] en arts [persoon 7] is door de medisch adviseurs van verweerder kenbaar in hun beoordeling betrokken. Dat onvoldoende rekening is gehouden met de beperkingen van eiser als gevolg van ME/CVS, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Anders dan in de genoemde rechtspraak van de Raad, heeft eiser geen individueel medisch onderzoek overgelegd waaruit volgt dat in zijn geval sprake is van meer beperkingen. Of om in Wlz-termen te spreken, waaruit blijkt dat eiser niet in staat kan worden geacht om adequaat hulp in te roepen en deze af te wachten. De medisch adviseur heeft in dit kader in zijn advies van 23 juni 2025 terecht vastgesteld dat het rapport van professor [persoon 1] niet ziet op medische informatie over eiser.
- Daarnaast is op zitting besproken dat de situatie waarin eiser zich bevindt voor hem een ernstig veiligheidsprobleem oplevert. Verweerder heeft toegelicht dat ook in het geval van 24 uur zorg per dag het risico op suïcide niet is te voorkomen. De rechtbank kan dit standpunt volgen.
- Alles overwegende, vindt de rechtbank de conclusie van de medisch adviseur dat sprake is van een planbare zorgbehoefte zo nodig met zorg op afroep, maar dat hij op dit moment niet in aanmerking komt voor 24-uurs zorg in de nabijheid, navolgbaar. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van mr. S.E. Berghout, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 22 december
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Emeritus-hoogleraar interne geneeskunde van de Radboud Universiteit/Radboudumc in Nijmegen. De beschikbare informatie staat benoemd in het advies van 16 juli 2024 onder het kopje Medisch advies en beoordeelde bronnen. Deze tussenuitspraken zijn gepubliceerd op rechtspraak.nl onder: ECLI:NL:CRVB:2025:990, ECLI:NL:CRVB:2025:991 en ECLI:NL:CRVB:2025:992.