← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:10338

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11678688 \ CV EXPL 25-6699 Vonnis van 28 oktober 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigden: mr. D. Swildens en mr. S.H.F. Kerckhoffs tegen 1 [gedaagde 1] , wonende te [woonplaats 2] ,

  1. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 3] , gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagden] , gemachtigde: mr. B. Wernik. 1De procedure 1.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 24 april 2025, met producties; - de conclusie van antwoord; - het instructievonnis van 1 juli 2025; - de akte overlegging producties van [gedaagden] van 22 september 2025; - de akte overlegging producties van [eiser] van 25 september
  3. 1.
  4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 september
  5. [eiser] was daarbij aanwezig, samen met mr. S.H.F. Kerckhoffs, als voornoemd, en mr. M. Güvercin. [gedaagden] waren ook aanwezig, samen met de gemachtigde. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord en hun standpunten toegelicht, aan de zijde van [eiser] is daarbij gebruik gemaakt van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt. 1.
  6. Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis zal worden gewezen. 2De kern van de zaak 2.
  7. [eiser] heeft op 15 juli 2024 van [gedaagden] een paard gekocht. Het ging om een [paardenras] merrie genaamd [naam paard] van 16 jaar oud, met paspoort en stamboekpapieren (hierna: [naam paard] ) en de koopsom bedroeg € 3.500,
  8. [eiser] heeft [naam paard] gekocht voor zijn partner, om af en toe recreatief te berijden en om eventueel een veulen mee te fokken. [naam paard] had artritis en hoefproblemen, waardoor zij zo nu en dan kreupel liep. Dat is na de koop erger geworden, waardoor zij continu pijnbestrijding nodig had. [eiser] en zijn partner hebben [naam paard] op 1 december 2024 laten inslapen. 2.
  9. [eiser] stelt dat [naam paard] niet aan de koopovereenkomst beantwoordde en wil de koopovereenkomst daarom door de rechter laten ontbinden, de koopsom (€ 3.500,00) terugontvangen en € 4.886,67 aan schade vergoed krijgen, vermeerderd met € 961,10 aan buitengerechtelijke incassokosten, rente en proceskosten. [gedaagden] zijn het daar niet mee eens. Zij vinden dat [naam paard] op het moment van aflevering beantwoordde aan de koopovereenkomst, omdat – samengevat - [eiser] [naam paard] vóór de koop al goed kende en wist van haar medische problemen, en toch specifiek [naam paard] wilde kopen. De kantonrechter volgt [gedaagden] daarin en zal de vorderingen van [eiser] afwijzen. 3Wat is er gebeurd? 3.
  10. [gedaagde 2] heeft een zorgboerderij, waar zij onder andere dagbesteding verzorgt voor getraumatiseerde jongeren. In dat kader maakt zij ook gebruik van therapiepaarden. Dat doet zij zowel met eigen/privé paarden, als met pensionpaarden. Pensionpaarden zijn paarden van klanten die zij daar kort gezegd tegen betaling stallen. 3.
  11. [naam paard] was gedurende de drie jaar voorafgaande aan de koop al ‘geleased’ door de partner van [eiser] , dat wil zeggen dat zij tegen betaling het paard van [gedaagden] mocht verzorgen en berijden. In die periode heeft zij [gedaagden] meerdere malen, in elk geval op 13 februari 2022 en 25 september 2022, gewezen op hoefproblemen van [naam paard] . Ook is gesproken over andere medische problemen die [naam paard] had, waaronder in elk geval artritis. 3.
  12. Op 22 juni 2024 heeft [eiser] [gedaagde 2] per WhatsApp onder meer geschreven: “ [naam partner] ’s birthday is approaching and I am considering buying [naam paard] to surprise her. Would you still sell [naam paard] ? I remember you were asking for 5000€ for her quite some time ago but considering she has arthritis and lime disease, would you be opened for negotiation?” Daarna zijn partijen in onderhandeling getreden en hebben zij overeenstemming bereikt over een koopprijs van € 3.500,
  13. De op 15 juli 2024 gesloten koopovereenkomst luidt: “ [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verkopen aan [eiser] (voor zijn vrouw [naam partner] ) [paardenras] merrie [naam paard] met paspoort en stamboekpapieren voor €
  14. Deze merrie is geruime periode eerst [naam partner] haar leasepaard geweest en is ze ook op de hoogte van zowel de medische als de lichamelijke geschiedenis Bedrag van €3500,- euro mag over gemaakt worden op rekening van de verkoper (…)” 3.
  15. In de avond van 29 juli 2024 heeft [eiser] [naam paard] verplaatst naar een andere stal. [naam paard] is toen niet-kreupel de trailer ingegaan. In die andere stal is [naam paard] in een andere kudde geplaatst. Omdat dat niet goed ging – [naam paard] is door de andere paarden in die kudde ernstig verwond – is zij de volgende dag terugverhuisd naar de stal van [gedaagden] . Daar is zij met spoed door de dierenarts gecontroleerd. Die dierenarts schrijft daarover onder meer: “Gisteravond naar een nieuwe kudde gegaan, is daar toen waarschijnlijk opgejaagd en gewond geraakt (lijkt niet op bijt/trap wonden). Staat nu weer op dr oude stal, paard is duidelijk pijnlijk, wisselt af met de benen, is een ijzer verloren en heeft bovenop rug en billen een stuk of 10 oppervlakkige maar vrij forse wonden (tot 10 cm). (…).” 3.
  16. Op 4 september 2024 is [naam paard] onderzocht door een paardenfysiotherapeut. Het rapport van deze fysiotherapeut luidt onder meer als volgt: “De huidige E[igenaar, ktr] rijdt het paard nu 3 jaar en is sinds een maand de eigenaresse (gekregen van partner als verrassing). Het paard heeft hele leven lessen gelopen met kinderen en volwassenen. Het paard staat sinds 3e jaar op huidige stal. Het paard is regelmatig kreupel aan de voorbenen en draven is lastig. (…) De huidige E heeft de DA [dierenarts, ktr] van vorig jaar iets met artrose op zien schrijven. (…) Tijdens rollen en opstaan is het paard kreupel achter (…) E wil misschien veulen fokken.(…) ADVIES: Langs Paardendokters voor kreupelheids 0Z en bepalen Kwaliteit van Leven en (dus)of het überhaupt verstandig is een veulen te fokken.” 3.
  17. Paardendokters heeft vervolgens mede op basis van röntgenfoto’s nader onderzoek gedaan. Paardendokters constateert dat [naam paard] het nodige mankeert, waaronder “navicular disease class iv Is worst class (forse hoefkatrol)” en problemen met de gewrichten, ontstekingen en cystes. Paardendokters concludeert op 16 september 2025: “Horse is very painfull on both forelegs. Prognosis is bad. (…) lf we treat it (…) Total +- €1100 . But prognosis is not good. (…) For now horse at rest (…) Think about treatment, retirement (if not too painfull) or euthanasia.” 3.
  18. [eiser] heeft naar aanleiding van dit behandeladvies [gedaagden] benaderd om een aanpassing van de koopprijs te bespreken. Partijen zijn daar niet uitgekomen. 3.
  19. Op 19 september 2024 schrijft Paardendokters dat de cystic leasions (cystes/abcessen) en het forse hoefkatrol minimaal 3 maanden oud waren en dus aanwezig waren op het moment van aflevering van [naam paard] . 3.
  20. Op 15 november 2024 schrijft Paardendokters: “(…) Owner feels like it made some progression, but [naam paard] still shows some pain at times. Normally she gets a daily dose of novacam (for 100kgs), for this appointment the horse didn't receive any painkillers for 2 days. (…) Conclusion: [naam paard] is still very painful, 1don't think it’s fair for the horse to keep her this way. Owner will start the painkillers again (for 400kgs a day) and will make an appointment for either the treatment (with poor prognosis) or euthanasia.” 3.
  21. Op 1 december 2024 komt Paardendokters weer langs en wordt besloten [naam paard] te laten inslapen. Het dierenartsrapport van die dag vermeldt: “Horse wounded its left hind leg today. Please check. (…) Wound needs stitching and the wound itself has a fairly good prognosis. However, horse has other orthopedic problems that cause chronic pain. (…) In addition, horse has to be on box rest for at least two weeks and owner states that horse is very nervous when it is stabled by itself. Considering the orthopedic problems and chronic pain the horse is already having, the mandatory stall rest for wound healing and the question how the horse will recover from the wound/ stall rest, it is advised to euthanize the horse.” 4De beoordeling Juridisch kader 4.
  22. Het gaat in deze zaak om de koop van een paard. Een dier is in het Nederlandse vermogensrecht geen zaak, maar de wettelijke regels die gelden voor zaken zijn op dieren wel van overeenkomstige toepassing verklaard. De regels voor de koop van een zaak gelden dus ook voor de koop van een dier. Op grond van die regels moet de door de verkoper afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Dat betekent dat de zaak de eigenschappen moet bezitten die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. 4.
  23. De centrale vraag waarover de kantonrechter moet beslissen, is welke eigenschappen [eiser] bij aankoop van [naam paard] mocht verwachten en of zij op het moment van aflevering aan die verwachtingen voldeed. Intermezzo; de koop van [naam paard] is een consumentenkoop 4.
  24. Tussen partijen is in geschil of de koopovereenkomst een consumentenkoop is. Een consumentenkoop is, kort gezegd, de koop van een roerende zaak, waaronder dus een dier, gesloten door een verkoper handelend in het kader van zijn handels-, bedrijfs- of beroepsactiviteit en een natuurlijke persoon die niet handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf. 4.
  25. De koop van [naam paard] door [eiser] is een consumentenkoop. Vast staat dat [eiser] de koopovereenkomst sloot als consument, terwijl [gedaagden] handelden in het kader van kort gezegd hun beroep of bedrijf. [gedaagden] houden zich immers professioneel met paarden bezig. Zij hebben pensionklanten, die hen betalen voor de stalling en verzorging van hun paard en gebruik van de faciliteiten. Ook zetten zij eigen paarden en pensionpaarden in als therapiepaard voor de door hen geleide dagbesteding van getraumatiseerde jongeren. Verder staat vast dat zij naast [naam paard] in ieder geval nog één ander paard hebben ‘uit-geleased’ en is hun bedrijf bij de Kamer van Koophandel ingeschreven onder de naam [naam eenmanszaak] . Bovendien heeft betaling van de koopsom van [naam paard] plaatsgevonden op het zakelijke rekeningnummer van [gedaagden] . Al deze omstandigheden maken dat [gedaagden] bij de verkoop van [naam paard] handelden in het kader van hun beroep of bedrijf. Dat het hun privépaard betrof en dat zij in de afgelopen decennia naast [naam paard] maar één ander paard hebben verkocht, is daartegenover onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Ambtshalve toetsing aan het consumentenrecht 4.
  26. Omdat er sprake is van een consumentenkoop, moet de kantonrechter ambtshalve – dus ook als daar geen beroep op is gedaan – toetsen of is voldaan aan het consumentenrecht, waaronder of verkopers hebben voldaan aan hun informatieverplichtingen en of er geen sprake is van oneerlijke bedingen in de overeenkomst. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagden] hebben voldaan aan hun informatieverplichtingen en dat, voor zover niet van toetsing uitgesloten, er geen sprake is van oneerlijke bedingen in de overeenkomst. [naam paard] voldeed aan wat [eiser] mocht verwachten 4.
  27. Het staat vast dat [naam paard] artritis (chronische gewrichtsontsteking), een hoefprobleem (navicular disease, hoefkatrol) en cystes had en ook dat zij dat hoogstwaarschijnlijk al had op het moment van aflevering. Maar [eiser] heeft onvoldoende concreet weten te maken dat [naam paard] op het moment van aflevering niet aan de koopovereenkomst beantwoordde. Daarbij is het volgende van belang. 4.
  28. [eiser] had bij de aankoop gegronde reden om te twijfelen aan de gezondheid, meer specifiek de goede staat van de benen en gewrichten, van [naam paard] . Hij mocht er daarom niet zonder meer vanuit gaan dat zij gezond genoeg zou zijn om ook na de koop nog geruime tijd te kunnen berijden en/of om daar een veulen mee te fokken. Daarbij is van belang dat [eiser] [naam paard] al geruime tijd vóór het sluiten van de koopovereenkomst kende, hij wist dat zij 16 jaar oud was en dat zij haar hele leven was ingezet als lespaard/therapiepaard. Bovendien staat vast dat hij wist dat [naam paard] vóór de koop al af en toe kreupel was en niet bereden kon worden. Ook is van belang dat uit de whatsappberichten blijkt dat [eiser] wist dat [naam paard] artritis en mogelijk ook de ziekte van Lyme had. Sterker nog, [eiser] heeft deze omstandigheden juist in de onderhandelingen gebruikt om tot een lagere koopsom te komen (zie 3.3 hiervoor). 4.
  29. [eiser] mocht met die wetenschap niet zomaar verwachten dat [naam paard] de eigenschappen bezat nodig voor het doel waarvoor hij haar kocht, namelijk (voldoende) gezonde benen om af en toe bereden te kunnen worden en voldoende pijnvrij bestaan om wellicht drachtig te kunnen worden. Hij had zich daarover voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een beter beeld kunnen, en moeten, vormen, bijvoorbeeld door [naam paard] te laten keuren. Daarbij is ook van belang dat [eiser] ter zitting heeft bevestigd dat [gedaagden] hem, zoals zij herhaaldelijk hebben aangevoerd, voorafgaande aan de koopovereenkomst hadden aangeraden om [naam paard] te laten keuren. Dat [eiser] van die keuring heeft afgezien omdat dit volgens hem te lang zou duren, komt voor zijn eigen risico. 4.
  30. Conclusie is dat niet is komen vast te staan dat [naam paard] (op het moment van aflevering) niet aan de koopovereenkomst beantwoordde. Er bestaat dan ook geen rechtsgrond voor de ontbinding van de koopovereenkomst en voor het toewijzen van een schadevergoeding. Wat partijen daarover verder over en weer hebben aangevoerd, kan daarom in het midden blijven. De vorderingen van [eiser] worden afgewezen. De euthanasie van [naam paard] 4.
  31. Dat [eiser] uiteindelijk binnen een halfjaar na de koop heeft laten inslapen doet daar - hoe verdrietig ook voor alle betrokkenen - niet aan af. Weliswaar heeft de ten tijde van de koop reeds bestaande problematiek een rol gespeeld in het advies te overwegen [naam paard] te laten inslapen, maar ook is voldoende gebleken dat factoren van ná de aflevering daarbij een rol hebben gespeeld. 4.
  32. Zo staat het vast dat zich na de koop twee incidenten hebben voorgedaan, die hebben bijgedragen aan (de verergering van) de klachten van [naam paard] , welke klachten uiteindelijk (mede) hebben geleid tot het advies om euthanasie te overwegen. Zo is [naam paard] op 29 juli 2024 ernstig verwond in de nieuwe kudde en blijkt uit het dierenartsrapport van 1 december 2024, de dag van de euthanasie, dat de directe aanleiding voor dat dierenartsbezoek niet de al langer bestaande problematiek was, maar een incident dat die dag had plaatsgevonden. Daar komt bij dat de dierenarts in zijn rapport van die dag beschreef dat [naam paard] “has to be on box rest for at least two weeks”, maar dat de eigenaar had verklaard dat [naam paard] daar “very nervous” van zou worden. Daarmee is niet uitgesloten dat, zoals [gedaagden] onweersproken naar voren hebben gebracht, euthanasie mogelijk voorkomen had kunnen worden als die voorgeschreven rust in acht was genomen, dan wel als die twee incidenten van na de koop zich niet zouden hebben voorgedaan. Oftewel, omstandigheden van ná de overeenkomst en overwegingen van de koper zijn mede van belang geweest voor de uiteindelijke beslissing om [naam paard] te laten inslapen. Ook uit de euthanasie kan daarom niet zonder meer de conclusie worden getrokken dat [naam paard] bij aflevering niet aan de overeenkomst beantwoordde. [eiser] moet de proceskosten van [gedaagden] betalen 4.
  33. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op: - salaris gemachtigde € 678,00 (2 punten × € 339,00) - nakosten € 135,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 813,00 5De beslissing 5.
  34. wijst de vorderingen van [eiser] af, 5.
  35. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 813,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend. Dit vonnis is gewezen door J.M.B. Cramwinckel en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 oktober
  36. 58441 Dat staat in artikel 3:2a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Artikel 7:17 BW. In de zin van artikel 7:5 BW. Artikel 7:5 lid 1 onder a BW. In de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen (Richtlijn 93/13/EEG). In de zin van artikel 6:230l BW. In de zin van artikel 4 lid 2 van de Richtlijn oneerlijke bedingen. Dat later is gebleken dat [naam paard] de ziekte van Lyme niet had, doet daar niet aan af. Vergelijk HR 7 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2287.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.