← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:10429

703RECHTBANK Amsterdam Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel Zaaknummer: C/13/770703 / KG ZA 25-445 MdV/EvK Vonnis in kort geding van 8 augustus 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: [eiser 1] ,

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FLEX EASY B.V., gevestigd te Enschede, hierna te noemen: Flex Easy, eisers bij dagvaarding van 17 juni 2025, hierna samen te noemen: [eisers] , advocaat: mr. J.M. Wagenaar te Enschede, tegen de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, hierna te noemen: ABN, advocaat: mr. J.R.D. den Hertog te Amsterdam. 1De procedure 1.
  2. Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 18 juli 2025 heeft [eiser 1] de dagvaarding toegelicht. ABN heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en [eiser 1] ook een pleitnota. 1.
  3. Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: [eiser 1] (mede namens Flex Easy) met mr. Wagenaar, en mr. Klapwijk (bedrijfsjurist) namens ABN met mr. den Hertog. 1.
  4. ABN heeft op de mondelinge behandeling aangegeven de zaak aan te willen houden om haar de gelegenheid te geven tot het voeren van intern overleg, om te kijken of een schikking mogelijk was. De zaak was daarom aangehouden tot 1 augustus
  5. ABN heeft op 28 juli 2025 laten weten dat zij naar aanleiding van dit overleg heeft besloten bij haar standpunt te blijven, de getroffen sancties te handhaven en zij heeft verzocht om vonnis te wijzen. Partijen is vervolgens bericht dat op 8 augustus 2025 vonnis zal worden gewezen. 2De feiten 2.
  6. Flex Easy exploiteert een onderneming die zich bezig houdt met onder meer het vervangen van kozijnen. Zij had een ondernemersrekening bij ABN (hierna ook wel: de Ondernemersrekening). [eiser 1] is aandeelhouder (en is echtgenoot van de bestuurder) van Flex Easy en had een privé rekening bij ABN. 2.
  7. Op 21 november 2024 heeft [eiser 1] van de Ondernemersrekening 1 cent overgemaakt op een bankrekening ten name van Biljartvereniging [naam vereniging] , onder vermelding van “overboeking”. Tien minuten later is vanaf de bankrekening van Biljartvereniging [naam vereniging] € 80.000,00 overgemaakt naar de Ondernemersrekening, onder vermelding van “ [nummer 1] ”. 2.
  8. Op 25 november 2024 heeft [eiser 1] € 50.000,00 overgeboekt van de Ondernemersrekening naar een Turkse bankrekening op naam van ene [naam] (hierna: [naam] ), onder vermelding van “ [nummer 2] ”. 2.
  9. Op 14 en 23 december 2024 heeft [eiser 1] in totaal € 15.000,00 overgeboekt van de Ondernemersrekening naar een Revolut-rekening op naam van [naam] , onder vermelding van “foute boeking”. 2.
  10. Op 7 januari 2025 heeft [eiser 1] € 10.000,00 overgeboekt van de Ondernemersrekening naar de Turkse bankrekening op naam van [naam] , onder vermelding van “foute boeking”. 2.
  11. Op 9 januari 2025 heeft Biljartvereniging [naam vereniging] aangifte bij de politie gedaan van diefstal/verduistering van ruim € 442.000,00 door (vermoedelijk) [naam] . Op dezelfde dag heeft ABN de Ondernemersrekening geblokkeerd en aan [eiser 1] gevraagd om informatie. 2.
  12. Op 24 januari 2025 heeft ABN de relatie met Flex Easy en [eiser 1] privé (met uitzondering van zijn hypotheek) opgezegd en [eisers] opgenomen in de interne en externe verwijzingsregisters (IVR en EVR) en het incidentenregister, voor een periode van 8 jaar. 2.
  13. Op 31 maart 2025 heeft [eiser 1] aangifte bij de politie gedaan van oplichting door [naam] . 2.
  14. Na een klacht van [eisers] is ABN gebleven bij haar beslissing om de bankrelatie te beëindigen. 2.
  15. Op 10 juni 2025 heeft Flex Easy per brief aan Biljartvereniging [naam vereniging] gevraagd om op te geven op welke rekening Flex Easy de € 5.000,00 die zij nog overhad (van het oorspronkelijke bedrag van € 80.000,00), zou kunnen overmaken. Op dat verzoek is (nog) niet gereageerd. 3Het geschil 3.
  16. [eisers] vorderen – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. ABN te verbieden uitvoering te geven aan de opzegging van de bankrelatie zakelijk en/of privé, in ieder geval totdat in een bodemprocedure is beslist, II. ABN te veroordelen alle rekeningen, bankpassen en dergelijke in stand te laten en/of te herstellen, in ieder geval totdat in een bodemprocedure is beslist, III. ABN te verbieden de persoonsgegevens van [eisers] op te nemen in IVR, EVR, of vergelijkbare registers en/of om gegevens daaromtrent te delen met andere banken en/of instanties, en/of ABN te gebieden bestaande registraties ongedaan te maken, IV. aan deze veroordelingen dwangsommen te verbinden, V. ABN te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  17. ABN voert verweer. 3.
  18. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan. 4De beoordeling 4.
  19. Het staat vast dat op de Ondernemersrekening een bedrag van € 80.000,00 is ontvangen dat afkomstig was van diefstal/verduistering. Ook staat vast dat [eiser 1] van dit bedrag in totaal € 75.000,00 heeft overgeboekt naar rekeningen van (de vermoedelijke dader) [naam] en dat er € 5.000,00 is achtergebleven op de Ondernemersrekening. 4.
  20. Voor ABN volgt hieruit genoegzaam dat [eisers] betrokken zijn bij fraude en/of witwassen. Hierom heeft ABN de relatie met [eisers] beëindigd en [eisers] opgenomen in de interne en externe registers. ABN dient als financiële instelling op grond van wet- en regelgeving immers te waken voor de integriteit van de financiële sector en financiële misdrijven tegen te gaan. 4.
  21. [eisers] stellen dat zij ten onrechte worden beschuldigd van betrokkenheid bij strafbare feiten. Zij zijn zelf slachtoffer van oplichting door [naam] . [eiser 1] heeft toegelicht dat hij een Rolex-horloge bezat, dat op een feestje is opgemerkt door [naam] . Een tijdje later is [eiser 1] door [naam] benaderd met de vraag of hij het horloge aan hem wilde verkopen. [eiser 1] heeft toen in een app opgezocht wat het horloge waard zou zijn en heeft [naam] laten weten dat hij het voor € 80.000,00 kon kopen. [naam] ging akkoord en vroeg [eiser 1] om een factuur te maken op naam van J&M Marketing Advies en Ondersteuning B.V. [eiser 1] heeft toen een factuur gemaakt vanuit Flex Easy. Weliswaar was het horloge niet van Flex Easy, maar van [eiser 1] privé, maar [eiser 1] heeft hierover contact gehad met zijn boekhouder. Hij heeft ook op verzoek van [naam] 1 cent overgemaakt naar de door [naam] opgegeven bankrekening (van Biljartvereniging [naam vereniging] ), zodat [naam] de juiste rekeninggegevens zou hebben voor de betaling van de koopprijs. Vervolgens heeft [naam] de € 80.000,00 overgeboekt naar de Ondernemingsrekening. [eiser 1] heeft gesignaleerd dat die betaling afkomstig was van Biljartvereniging [naam vereniging] . Hij heeft in het handelsregister gekeken en zag dat deze vereniging op hetzelfde adres was gevestigd als J&M Marketing Advies en Ondersteuning B.V. De volgende dag heeft [naam] het horloge opgehaald. Een tijdje later belde [naam] met de mededeling dat hij het horloge toch niet wilde hebben en dat hij zijn geld terug wilde. [eiser 1] heeft toen het geld overgeboekt. Dat was niet in één keer, omdat [eiser 1] het geld niet meer (volledig) op zijn Ondernemingsrekening had staan. Elke keer als [eiser 1] weer wat geld had, maakte hij weer een deel over. Toen [eiser 1] op het punt stond het laatste bedrag van € 5.000,00 over te boeken, was de Ondernemersrekening geblokkeerd en lukte de overboeking dus niet. Al deze tijd had [eiser 1] het horloge echter niet teruggekregen van [naam] , zodat [eiser 1] uiteindelijk aangifte tegen [naam] heeft gedaan. Ten tijde van de zitting in dit kort geding had [eiser 1] het horloge inmiddels wel terug. Achteraf bezien vindt [eiser 1] dat hij wel naïef is geweest. Hij heeft geprobeerd de laatste € 5.000,00 aan Biljartvereniging [naam vereniging] terug te geven, maar heeft geen contact met hen kunnen krijgen. 4.
  22. ABN acht het verhaal van [eiser 1] niet geloofwaardig en blijft bij haar standpunt dat zij afscheid moet nemen van [eisers] De voorzieningenrechter kan dit standpunt van ABN volgen. Los van de omstandigheid dat het verhaal van [eiser 1] enigszins wisselt, zitten er belangrijke elementen in die maken dat de twijfel van ABN gerechtvaardigd is. Zo is het niet logisch dat [eiser 1] zijn privé horloge vanuit Flex Easy heeft verkocht. Het klinkt ook niet waarschijnlijk dat het [eiser 1] blijkbaar wel zodanig opviel dat de betaling van de – ook voor een tweedehands Rolex zeer substantiële – koopprijs afkomstig was van een biljartvereniging dat hij het handelsregister raadpleegde, maar dat hij dacht dat het wel goed zat toen bleek dat de biljartvereniging hetzelfde adres heeft als J&M Marketing Advies en Ondersteuning B.V. Als [eiser 1] toch de moeite nam het handelsregister te raadplegen, had het voor de hand gelegen dat hij had gekeken wie de bevoegde personen waren. Dat heeft hij echter niet gedaan. Ook is weinig plausibel dat [eiser 1] de koopprijs heeft terugbetaald zonder dat hij het horloge terug had gekregen. De wijze van terugboeken van de koopprijs (met omschrijvingen als ‘foute overboeking’, in gedeelten, op andere rekeningen dan waarvan de betaling afkomstig was, waarna bovendien nog € 5.000,00 achterbleef) roept ook vragen op die [eiser 1] niet bevredigend heeft kunnen beantwoorden. 4.
  23. De conclusie is dan ook dat ABN voorshands op goede gronden de bankrelatie met [eisers] heeft opgezegd en hen heeft opgenomen in de interne en externe registers. ABN heeft voor opname in de registers namelijk voldoende gemotiveerd dat sprake is een zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld. Voor de duur van de registraties, van acht jaar, heeft ABN aangevoerd dat dat ook gerechtvaardigd is omdat de ernst van de vermoedelijke strafbare feiten en de termijn waarover die feiten hebben plaatsgevonden, in samenhang bezien met het gebrek aan inzicht van [eisers] , pleiten voor een lange registratieduur, en [eisers] niet hebben aangetoond dat er omstandigheden zijn die tot een kortere registratieduur zouden moeten leiden. Er is dan ook geen aanleiding om vooruit te lopen op een voor [eisers] positieve beslissing in een bodemprocedure. Ook is er geen noodtoestand of ander zwaarwegend belang aan de kant van [eisers] waardoor toewijzing van hun vorderingen gerechtvaardigd zou zijn. [eisers] beschikken immers over een andere bankrekening waarmee zij (zij het mogelijk met enkele beperkingen) kunnen deelnemen aan het economisch verkeer. De vorderingen zullen dan ook worden afgewezen. 4.
  24. [eisers] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ABN worden begroot op: - griffierecht € 714,00 - salaris advocaat € 1.107,00 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.999,00 4.
  25. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De voorzieningenrechter 5.
  26. weigert de gevraagde voorzieningen, 5.
  27. veroordeelt [eisers] in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eisers] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  28. veroordeelt [eisers] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
  29. verklaart dit vonnis met betrekking tot de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus
  30. coll:MAH

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.