RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/182040-25 Datum uitspraak: 2 december 2025 UITSPRAAK op de vordering van 3 juli 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 16 mei 2025 door the Circuit Court in Opole, Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] (Polen), ingeschreven in de Basisregistratie Personen en verblijvend op het adres: [BRP-adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting van 21 augustus 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 21 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Tussenuitspraak van 4 september 2025 Bij tussenuitspraak van 4 september 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een terugkeergarantie en een individuele detentiegarantie voor de opgeëiste persoon op te vragen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting van 14 oktober 2025 De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 14 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is wederom bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, en door een tolk in de Poolse taal. Tussenuitspraak van 23 oktober 2025 In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat sprake is van een individueel reëel gevaar voor de opgeëiste persoon van schending van zijn grondrechten vanwege de detentieomstandigheden in het remand regime in Polen. Gelet op de mogelijkheid dat bij wijziging van de omstandigheden het individuele reële gevaar alsnog kan worden uitgesloten, heeft de rechtbank de beslissing over de overlevering aangehouden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW en het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst voor onbepaalde tijd. Ingevolge artikel 11, vierde lid, OLW, heeft de rechtbank een redelijke termijn van dertig dagen gesteld om op de volgende zitting na te gaan of binnen deze termijn een wijziging van omstandigheden is opgetreden. Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 60 dagen verlengd op grond van artikel 22, vierde lid, sub c, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie met 60 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting van 2 december 2025 De voortzetting van de behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 december 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is wederom bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, en door een tolk in de Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraken van 4 september 2025 en 23 oktober 2025 In de tussenuitspraak van 4 september 2025 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid van de feiten (onder 4), de gelijkstelling van de opgeëiste persoon met een Nederlander (onder 5) en over de toetsing aan artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) (onder 6.1). In de tussenuitspraak van 23 oktober 2025 heeft de rechtbank vervolgens geoordeeld over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW (onder 4). Deze overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 4Artikel 11 OLW: Poolse detentieomstandigheden 4.1 Inleiding De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 6.2 van de tussenuitspraak van 4 september 2025 en onder punt 5 van de tussenuitspraak van 23 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.