RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-288454-24 Datum uitspraak: 24 december 2025 UITSPRAAK op de vordering van 16 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2024 door de Rechtbank van Palermo, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1994, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , gedetineerd in het [detentieadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 26 november 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 26 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, advocaat in Rotterdam, en door een tolk in de Engelse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. Tussenuitspraak 4 december 2025 Bij tussenuitspraak van 4 december 2025 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit te verzoeken om een aanvullende omschrijving van de strafbare feiten te verschaffen met, in ieder geval, informatie over het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Zitting 18 december 2025 De rechtbank heeft de behandeling van het EAB, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 18 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, en door een tolk in de Engelse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraak De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 4 december 2025 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 4Genoegzaamheid Het standpunt van de raadsman De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie het EAB nog steeds niet genoegzaam is ten aanzien van drie van de vier feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht (charge 1, 8 en 26). Ten aanzien van charge 1 vermeldt de aanvullende informatie dat de verdenking ziet op de periode van 2020 permanently. Nu dit dusdanig breed en onbepaald is, kan het specialiteitsbeginsel niet worden gewaarborgd. Datzelfde geldt ten aanzien van charge 8 en 26 nu de pleegplaatsen daar nog steeds ontbreken. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Ten aanzien van feit 1 (charge 1) heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit medegedeeld dat het feit continue zou zijn gepleegd vanaf 2020, dus tot op het moment van het uitvaardigen van het EAB. Ten aanzien van feit 2 en 4 (charge 8 en 26) zijn de transacties dermate duidelijk omschreven, dat het specialiteitsbeginsel voldoende is gewaarborgd. Bovendien moeten de feiten in onderling verband met feit 1 worden bezien, waarvoor wel pleegplaatsen zijn genoemd. Ook kan het feit online zijn begaan, wat met zich brengt dat de pleegplaats overal ter wereld kan zijn. Ten slotte betreft het een vervolgings-EAB, waarbij de verdenking nog niet helemaal uitgekristalliseerd hoeft te zijn. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. Uit het EAB onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.