RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11796499 \ CV EXPL 25-9587 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 5 november 2025 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. T. Franken en mr. G.J.L. Bright, tegen BRIKL B.V., gevestigd te Lubbebeek (België), gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hierna te noemen: Brikl, verschenen bij haar [naam functie] de heer [naam] . De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam. De zaak wordt behandeld door mr. M. van der Kaay, kantonrechter, bijgestaan door mr. A.A. Broekroelofs als griffier. Aanwezig zijn: - [eiseres] en haar twee gemachtigden - dhr. [naam] namens Brikl. Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken: de dagvaarding van 18 juni 2025, met producties; de conclusie van antwoord met eis in reconventie; instructievonnis de conclusie van antwoord in reconventie, met producties en aanvullende producties van [eiseres] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling. Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan. 1De beoordeling 1.
- Partijen hebben op 11 maart 2025 een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) gesloten ter beëindiging van het dienstverband per 1 juni
- Over de nakoming van deze VSO zijn geschillen ontstaan. En beroep op dwaling en het verzoek tot terugbetalen van onverschuldigd loon heeft Brikl ter zitting ingetrokken, omdat [eiseres] ter zitting heeft bevestigd dat zij geen werkzaamheden heeft verricht met/vanuit [naam woonboot] in de periode dat zij nog in dienst was bij Brikl. 1.
- Deze zaak heeft internationale aspecten. Tussen partijen is echter niet in geschil dat de kantonrechter te Amsterdam bevoegd is van de zaak kennis te nemen en dat de VSO beheerst wordt door Nederlands recht. Wettelijke verhoging loon april 2025 1.
- In de VSO is in artikel 3.1 afgesproken dat het loon op de laatste dag van iedere kalendermaand (tot aan de einddatum) wordt betaald. Omdat het loon over april 2025 pas op 22 mei 2025 is voldaan, is Brikl op grond van artikel 7:625 BW vanaf 4 april 2025 een verhoging wegens vertraging verschuldigd geworden. Brikl heeft verzocht deze wettelijke verhoging af te wijzen dan wel te matigen vanwege overmacht. Hoewel betalingsonmacht in beginsel voor rekening en risico van Brikl behoort te blijven maar van betalingsonwil onvoldoende is gebleken, ziet de kantonrechter aanleiding de wettelijke verhoging tot een bedrag van € 500,- bruto te matigen met daarover wettelijke rente vanaf 22 mei
- Beëindigingsvergoeding 1.
- In de VSO is afgesproken dat [eiseres] een beëindigingsvergoeding van € 12.500,- bruto zal ontvangen een maand na de einddatum van het dienstverband, tenzij komt vast te staan dat [eiseres] concreet uitzicht had op een andere baan of opdracht ten tijde van tekenen van de VSO. Daarvan is onvoldoende gebleken zodat Brikl veroordeeld wordt deze vergoeding alsnog aan [eiseres] te betalen (met verrekening van het navolgende) en met de wettelijke rente vanaf 30 juni
- Factuur gemachtigde [eiseres] 1.
- In de VSO is afgesproken dat Brikl de juridische kosten van [eiseres] aan haar gemachtigde vergoedt ter hoogte van € 2.000, - exclusief BTW als ook de meerkosten die Brikl mag verrekenen met de beëindigingsvergoeding. Voorts bepaalt de VSO dat de gemachtigde van [eiseres] diens gespecificeerde factuur rechtsreeks aan Brikl zal sturen. Een betalingstermijn is niet opgenomen in de VSO. De juridische kosten ad € 5.989,50 inclusief BTW zijn per gespecificeerde factuur van 28 maart 2025 aan Brikl in rekening gebracht. De hoogte van de factuur is niet betwist, alleen de betaaltermijn voor de meerkosten. Een redelijke uitleg van de VSO brengt mee dat het deel van de kosten dat ziet op het vaste bedrag van € 2000,- exclusief BTW opeisbaar is geworden vanaf twee weken na de datum van de factuur en de meerkosten bij opeisbaarheid van de beëindigingsvergoeding omdat die kosten daarmee verrekend mogen worden. Schade in verband met overtreden van de VSO door [eiseres] 1.
- In de VSO is afgesproken dat [eiseres] de laptop met accessoires niet later dan op de laatste werkdag voorafgaand aan de einddatum van het dienstverband aan Brikl zal retourneren. Daaraan heeft zij zich, in ieder geval met betrekking tot de accessoires die pas ter zitting aan Brikl zijn overhandigd, niet gehouden. Een sanctie op overtreding van deze afspraak ontbreekt echter in de VSO en Brikl heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat zij hierdoor schade heeft geleden. Hetzelfde geldt voor het feit dat [eiseres] volgens de afspraken een dag te laat haar Linkedln-profiel heeft aangepast. Een schending van de geheimhoudingsverplichting is niet vast komen te staan en overigens is de eventuele daaruit voortvloeiende schade ook niet onderbouwd. 1.
- Tot slot heeft Brikl schade gevorderd omdat [eiseres] de laptop te laat heeft verzonden en tegen uitdrukkelijke instructies in de laptop eigenhandig op fabrieksinstellingen heeft gezet. Hierover bepaalt de VSO niets, laat staan dat er een sanctie op staat. Uit de communicatie tussen partijen volgt wel duidelijk dat dit niet de bedoeling was. Dat het wissen van de laptop tot enig wantrouwen bij Brikl heeft geleid is voorstelbaar maar Brikl heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij hierdoor materiële schade heeft geleden nu [eiseres] onvoldoende betwist heeft gesteld dat alle relevante data ook op de server van Brikl staan en er daarom geen waardevolle en/of vertrouwelijk gegevens verloren zijn gegaan. Dat Brikl kosten heeft moeten maken om nader onderzoek te laten doen of schade te beperken is onvoldoende onderbouwd met stukken. De conclusie is daarom dat er geen verdere (schade)bedragen op de beëindigingsvergoeding in mindering strekken. Buitengerechtelijke- en proceskosten 1.
- Deze kosten komen ten laste van Brikle als de in het ongelijk gestelde partij. Voor een veroordeling in de daadwerkelijke proceskosten zoals verzocht door [eiseres] wegens misbruik van procesrecht bestaat onvoldoende aanleiding. Een aparte proceskostenveroordeling in reconventie zal achterwege blijven. 1.
- Het meer of anders gevorderde wordt bij gebrek aan belang afgewezen, nu de gevorderde accessoires ter zitting zijn overhandigd en Pathmanthan ter zitting heeft bevestigd geen data van Brikl te hebben gekopieerd en/of gewist die niet ook op de server van Brikl staan. 2De beslissing De kantonrechter: In conventie 2.
- veroordeelt Brikl tot betaling aan [eiseres] van (het netto equivalent van) € 500,- bruto ter zake van de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon over april 2025, met daarover de wettelijke rente vanaf 22 mei 2025 totdat is betaald; 2.
- veroordeelt Brikl tot betaling aan [eiseres] (de gemachtigde van eiseres is in deze zaak geen partij) van € 2.420,- (inclusief BTW) netto aan kosten van rechtsbijstand, met daarover de wettelijke rente vanaf 1 april 2025 totdat is betaald; 2.
- veroordeelt Brikl tot betaling aan [eiseres] van (het netto equivalent van) € 8.930,50 bruto ter zake van de beëindigingsvergoeding met daarover de wettelijke rente vanaf 30 juni 2025 totdat is betaald; 2.
- veroordeelt Brikl tot betaling aan [eiseres] van € 985,70 aan buitengerechtelijke incassokosten; 2.
- wijst het meer of anders gevorderde af; In reconventie 2.
- wijst alle vorderingen af; In conventie en reconventie 2.
- veroordeelt Brikl in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] begroot op € 182,82 aan kosten van het exploot van dagvaarding, € 732,00 aan griffierecht, € 812,- aan salaris van de gemachtigde en € 135,- aan nakosten, eventueel nog te vermeerderen met de kosten van betekening, te betalen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, bij gebreke waarvan wettelijke rente verschuldigd zal zijn totdat is betaald; 2.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. M. van der Kaay, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter.