← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:10719

RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing op het onder rekestnummer C/13/779173 / HA RK 25/415 ingeschreven verzoek tot verschoning ingediend door: mr. H.J. Tijselink, bestuursrechter bij de rechtbank Amsterdam, tevens lid van de Wrakingskamer van 26 november 2025, hierna: de rechter. 1De procedure Bij de Wrakingskamer van deze rechtbank is onder zaaknummer C/13/777666 / HA RK 25-375 een wrakingsverzoek in behandeling genomen. De mondelinge behandeling van dat verzoek is gepland op 26 november 2025. De rechter is lid van die Wrakingskamer. Op 22 november 2025 heeft de gemachtigde van verzoeker het volgende bericht van verzoeker aan de Wrakingskamer doorgezonden: “In het belang van een open en eerlijke rechtsbedeling. Nu door of vanwege (een lid van) de Tweede Kamerfractie van GL/PvdA aangifte - van sterk politieke aard - is gedaan tegen cliënt. Kunnen de leden van de wrakingskamer aangeven of zij voor deze partij(

  1. en)een vertegenwoordigende of ondersteunde functie hebben gehad; en zo ja, of dit termen zijn om van de behandeling van de zaak af te zien en hoe dit zich verhoudt tot het opwekken van de schijn van partijdigheid?” Op 24 november 2025 heeft de rechter met betrekking tot deze zaak bij de Wrakingskamer een verschoningsverzoek ingediend. 2Het verzoek Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat sprake kan zijn van een grond tot verschoning en dat de rechter niet wenst dat bij de behandeling van het wrakingsverzoek de discussie gaat over een lid van de Wrakingkamer in plaats van over het wrakingverzoek zelf. 3De beoordeling 3.1. Op grond van het bepaalde in artikel 518 van het Wetboek van Strafvordering (hierna Sv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 512 Sv genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek. 3.2. Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen
  2. in)de rechterlijke onpartijdigheid. 3.3. De rechtbank oordeelt dat de geobjectiveerde vrees kan ontstaan dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen, gelet op hetgeen de rechter aan zijn verzoek ten grondslag heeft gelegd, te weten dat hij tussen 1984 en 1986 heeft gewerkt voor de Tweede Kamerfractie van de PvdA als ombudsmedewerker. Gelet daarop wordt het verzoek toegewezen. De rechtbank:  wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van het wrakingverzoek met zaaknummer C/13/777666 / HA RK 25-375 wordt voortgezet door een Wrakingskamer in een andere samenstelling waarbij voor de rechter een vervanger wordt aangezocht;  beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 518, tweede lid Sv wordt toegezonden aan:  de gemachtigde van verzoeker;  de rechter. Aldus gegeven door mr. P.B. Martens, voorzitter, mr. N.C.H. Blankevoort en mr. I.M. Bilderbeek, leden, op 24 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.