← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:10721

RECHTBANK AMSTERDAM Beslissing op het op 18 november 2025 ter zitting gedane en onder zaaknummer C/13/779596 / HA RK 25-424 ingeschreven van: [verzoeker] , verzoeker, wonende te [woonplaats] . gemachtigde: mr. S. van Eijk, welk verzoek strekt tot wraking van mr. M.A.E. Somsen, politierechter, hierna: de rechter. Verloop van de procedure De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken: het proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de politierechter van 18 november 2025; de nadere schriftelijke reactie van verzoeker ingekomen op 24 november

  1. De ontvankelijkheid van het verzoek 1.
  2. Verzoeker is verdachte in de strafzaak met parketnummer 13/043383-25 die door de rechter op 18 november 2025 is behandeld. Blijkens het proces-verbaal is, nadat verzoeker het laatst woord was gegeven en nadat de rechter het onderzoek gesloten had verklaard en heeft gezegd terstond vonnis te zullen wijzen, het volgende verklaard: “ De politierechter: De reden van aanhouding van het onderzoek op de vorige zitting staat duidelijk in het proces­ verbaal van aanhouding vermeld. Het Openbaar Ministerie is in de gelegenheid gesteld om het dossier aan te vullen met een afschrift van de nulmeting van de afgenomen ademanalyse of in ieder geval met een proces-verbaal waaruit de ijkdatum van het desbetreffende ademanalyseapparaat blijkt. Dat laatste heb ik ontvangen. De nulmeting is er niet bij een weigering om mee te werken aan een ademanalyse. Voor mij is, met de nieuwe informatie, duidelijk dat het apparaat geijkt was en dat wat verbalisanten hebben waargenomen op dat apparaat juist is. Ik zie onvoldoende aanknopingspunten om de zaak aan te houden voor het horen van [verbalisant] . Dat verzoek wijs ik af. Ik acht het feit wettig en overtuigend bewezen. Verdachte: Ik wraak u. U bent vooringenomen. Griffier: Verdachte loopt samen met zijn partner de zaal uit. De raadsman blijft zitten en de politierechter gaat verder met het uitspreken van het vonnis.” Vervolgens heeft de rechter de straf uitgesproken en is de behandeling gesloten. 1.
  3. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat het onderzoek ter terechtzitting was gesloten en de rechter was aangevangen met het doen van uitspraak. Een verzoek tot wraking kan niet meer worden gedaan nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan (ECLI:NL:HR:2024:1726) of daarmee een aanvang heeft gemaakt (artikel 1, vijfde lid van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Amsterdam). Verzoeker dient dan ook niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek te worden verklaard. Als verzoeker het niet eens is met de uitspraak van de rechter zal hij daartegen in hoger dienen te gaan. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan achterwege blijven. 1.
  4. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, en N.C.H. Blankevoort en I.M. Bilderbeek, leden, en uitgesproken op 1 december
  5. Tegen deze beslissing staat op grond van het bepaalde in artikel 512 lid 5 Sv geen voorziening open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.