RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-405897-24 Datum uitspraak: 24 december 2025 UITSPRAAK op de vordering van 15 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 4 december 2024 door de Regional Court in Gdańsk, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1981, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans verblijvende op het adres [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting van 20 november 2025 De behandeling van het EAB is aangevangen op 20 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, S. de Goede, advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal. De behandeling van het EAB is aangehouden tot de zitting van 10 december 2025 om antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit af te wachten op de reeds gestelde vragen ten aanzien van het kunnen uitoefenen van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon en om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een aanvullende vraag te stellen in het kader van de toetsing aan artikel 12 OLW. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Zitting van 10 december 2025 De behandeling van het EAB is met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 10 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon nogmaals verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt: een judgement of the District Court Gdańsk-Court in Gdańsk of 21 September 2021 met referentie X K 329/21; en een aggregate judgement of the District Court Gdańsk-South in Gdańsk of 3 August 2023 met referentie X K 539/23. Uit het EAB volgt dat aan het verzamelvonnis met referentie X K 539/23 de volgende vonnissen ten grondslag liggen: een vonnis van the District Court in Starogard Gdański of 23 November 2020 met referentie II K 876/20; en een vonnis van the District Court in Starogard Gdański of 30 December 2020 met referentie II K 850/20; en een vonnis van the District Court Gdańsk-South in Gdańsk of 16 September 2021 met referentie X K 77/21. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van één jaar voor het vonnis met referentie X K 329/21 en drie jaar voor het vonnis met referentie X K 539/23, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen. Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Standpunt van de raadsman De raadsman stelt zich op het standpunt dat de overlevering dient te worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW, zowel voor het vonnis met referentie X K 329/21 als het verzamelvonnis met referentie X K 539/23. Ten aanzien van het vonnis met referentie X K 329/21 moet de overlevering worden geweigerd omdat de opgeëiste persoon geen gebruik heeft kunnen maken van zijn verdedigingsrechten. De opgeëiste persoon stelt dat hij op enig moment na het verhoor bij de politie een adreswijziging heeft doorgegeven tijdens zijn meldplicht en dat hij geen correspondentie met betrekking tot deze procedure heeft ontvangen op dat gewijzigde adres in Polen. Ten aanzien van het verzamelvonnis met kenmerk X K 539/23 moet de overlevering worden geweigerd, omdat geen sprake is van één van de situaties zoals bedoeld in artikel 12, onder a tot en met d, OLW. Er zijn ook geen redenen om af te zien van deze weigeringsgrond nu uit de aanvullende informatie van 8 december 2025 blijkt dat het verzamelvonnis ex officio is gewezen, de uitvaardigende justitiële autoriteit aangeeft dat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de procedure en de adresinstructie zich niet uitstrekte tot toekomstige procedures, zoals de procedure die tot het verzamelvonnis heeft geleid. Dat met het verzamelvonnis de straf is verminderd, en dat dit in het voordeel van de opgeëiste persoon is, doet daaraan niet af. Mocht de rechtbank de overlevering wel toestaan voor het vonnis met referentie X K 329/21 en tot een weigering komen voor het verzamelvonnis met referentie X K 539/23, dan verzoekt de raadsman de rechtbank een garantie te vragen aan Polen dat zij uitsluitend de straf zullen executeren die is opgelegd bij het vonnis met referentie X K 329/21. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat artikel 12 OLW niet aan overlevering in de weg staat. Ten aanzien van het vonnis met referentie X K 329/21 kan worden afgezien van de weigeringsgrond omdat de opgeëiste persoon een adresinstructie heeft gehad tijdens het verhoor op 12 januari 2021. Uit de aanvullende informatie van 8 december 2025 blijkt bovendien dat alle correspondentie met betrekking tot deze procedure naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres is gegaan en dat hij geen adreswijzigingen heeft doorgegeven. Ten aanzien van het vonnis met referentie X K 539/23 kan ook worden afgezien van de weigeringsgrond, omdat uit de aanvullende informatie van 8 december 2025 blijkt dat dit een administratief vonnis betreft, waarbij vrijwel geen ruimte is voor de opgeëiste persoon om te participeren in de procedure. Daarbij komt dat de opgeëiste persoon strafkorting heeft gehad. Al met al blijkt niet dat de opgeëiste persoon in zijn verdedigingsrechten is geschaad. Ten aanzien van de drie onderliggende vonnissen kan worden afgezien van weigering, omdat de opgeëiste persoon in alle procedures een adresinstructie heeft gehad en hij geen adreswijzigingen heeft doorgegeven. Subsidiair stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat de overlevering uitsluitend moet worden geweigerd voor het verzamelvonnis. Indien de rechtbank de overlevering partieel weigert, dan dient geen extra garantie gevraagd te worden aan Polen, zoals door de raadsman is verzocht. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat Polen zich niet zal houden aan de partiële weigering. Het vragen van een dergelijke garantie verhoudt zich niet met het vertrouwensbeginsel. Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat aan het EAB het vonnis met referentie X K 329/21 en een verzamelvonnis met referentie X K 539/23, waaraan de drie vonnissen met referenties II K 876/20, II K 850/20 en X K 77/21 onderliggend zijn, ten grondslag liggen. Ten aanzien van het vonnis met referentie X K 329/21 De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat – kort gezegd – is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd. De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Uit onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.