RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/278129-25 Datum uitspraak: 30 december 2025 UITSPRAAK op de vordering van 21 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 januari 2025 door Sąd Okręgowy W Katowicach, V Wydzial Karny (the Circuit Court in Katowice, V Penal Division), Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] (Polen), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, nu gedetineerd in de [P.I.] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 december 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van the Circuit Court in Katowice van 18 november 2016 met referentie V K 232/15. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog een jaar, elf maanden en tweeëntwintig dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW 4.1 Inleiding De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 21 oktober 2025 de volgende aanvullende informatie verstrekt: “(...) be also advised that on 3rd September 2025 [de rechtbank begrijpt 2015], in the course of preparatory proceedings, [opgeëiste persoon] was interrogation he indicated the current address for delivery and signed the instructions; he was also informed of the provisions of Article 139 CCP (the transcript of interrogation and the instructions signed by the above named are attached hereto). [opgeëiste persoon] address for delivery: [adres] (i.e. his sister's place of residence). The correspondence, including the judgment rendered in case V K 232/15 which - under Polish law - was effectively served, was sent in the course of the proceedings to the above address (a covering letter with instructions and confirmation of delivery are attached hereto).’’ 4.2 Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is, omdat de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest bij de zitting die heeft geleid tot het vonnis van 18 november 2016, en geen van de in artikel 12, onder a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden zich voordoen. De rechtbank kan niet afzien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW, omdat de opgeëiste persoon heeft voldaan aan zijn verplichtingen die volgden uit de adresinstructie. Uit de ondertekende adresinstructie blijkt niet dat de opgeëiste persoon er op is gewezen dat, in het geval hij niet ter zitting zou verschijnen terwijl hij wel op het opgegeven adres is opgeroepen, er een inhoudelijke beslissing kon worden genomen. Bovendien heeft de opgeëiste persoon niet alleen het adres van zijn zus in Polen opgegeven, maar ook zijn adres in Engeland. Op het adres van zijn zus heeft hij geen oproep voor de zitting ontvangen. In de aanvullende informatie staat ook niet vermeld op welke wijze en wanneer hij is opgeroepen voor de zitting. Hierdoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was of op de hoogte had kunnen zijn van de procedure. Uit het feit dat hij niet binnen de termijn hoger beroep heeft ingesteld, volgt niet dat hij stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten dan wel dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat het vonnis hem nooit heeft bereikt. De raadsvrouw doet subsidiair een verzoek tot aanhouding om aanvullende informatie op te vragen over de wijze waarop de oproep voor de zitting is verstuurd, namelijk wanneer, naar welk adres en of deze op de juiste wijze is betekend. 4.3 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie stelt zich primair op het standpunt dat artikel 12, onder c, OLW van toepassing is nu uit de aanvullende informatie van 21 oktober 2025 blijkt dat het vonnis is verstuurd naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres en dat het vonnis ook op de juiste wijze is betekend. Mocht de rechtbank tot een ander oordeel komen, dan stelt de officier van justitie zich subsidiair op het standpunt dat kan worden afgezien van toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. De door de opgeëiste persoon ondertekende adresinstructie voldoet aan alle eisen en blijkens de verstrekte informatie is alle correspondentie, waaronder ook de oproep voor de zitting, verstuurd naar het door de opgeëiste persoon opgegeven adres. In de adresinstructie is de opgeëiste persoon bovendien gewezen op de consequentie van het niet naleven van de adresinstructie, waaronder de gevolgen van het niet verschijnen. 4.4 Oordeel van de rechtbank De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, onder d, OLW is verstrekt. Anders dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat de situatie als genoemd in artikel 12, onder c, OLW zich niet voordoet. Daarvoor is namelijk vereist dat het vonnis de opgeëiste persoon heeft bereikt, zodat hij de beslissing daadwerkelijk kende en in de gelegenheid was daartegen een rechtsmiddel aan te wenden. Dat dit het geval is blijkt niet uit het EAB noch uit de aanvullende informatie van 21 oktober 2025. Gelet op het voorgaande kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd. De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Uit de toelichting in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.