RECHTBANK AMSTERDAM Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/13/766879 / JE RK 25-207 Datum uitspraak: 8 juli 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING, gevestigd te [locatie] , hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op 4 februari 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. M.R.P. Hoppenbrouwers te Amsterdam. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [pleegoma] , hierna te noemen de pleegoma, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. M. Amrani te Amsterdam. 1Het (verdere) verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter houdt rekening met de uitspraak van 4 april 2025, vastgelegd in de beschikking van 18 april 2025, waarbij de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] gehandhaafd is en de machtiging aansluitend verleend is tot 11 juli 2025, onder aanhouding van het overige deel van het verzoek. De inhoud van de beschikking dient hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. 1.
- Naast voornoemde beschikking neemt de kinderrechter de volgende stukken mee in de beoordeling: de update van de GI, ontvangen 23 juni 2025; een aanvullende update van de GI, ontvangen 27 juni 2025; een tweede aanvullende update van de GI, ontvangen 30 juni
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op locatie bij [verblijfplaats] in [plaats] op 8 juli
- Daarbij waren aanwezig: een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1] via een videoverbinding. de advocaat van [minderjarige] ; de pleegoma met haar advocaat via een videoverbinding; een gedragswetenschapper van [verblijfplaats] die bij [minderjarige] betrokken is, [naam 2] ; 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover in het bijzijn van haar advocaat een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De (nadere) standpunten 2.
- [minderjarige] heeft aangegeven dat zij het liefst terug wil naar haar pleegoma, naar haar eigen bed. Als dat niet lukt dan wil zij een open plaatsing in [woonplaats] , en als dat niet mogelijk is dan wil ze wel bij [verblijfplaats] blijven om daarna naar haar pleegoma of een open plek in [woonplaats] te gaan. Het klopt dat ze is weggelopen, dat was niet slim, het heeft haar vrijheden gekost. Graag zou ze contact willen met haar biologische broer, [naam broer] , die ze al vijf jaar niet gezien heeft. [minderjarige] heeft er niet veel vertrouwen dat dit ook gaat gebeuren omdat dit nog steeds niet van de grond is gekomen, ondanks dat steeds is toegezegd dat het zou gebeuren. Het klopt dat [minderjarige] heeft ingestemd met hernieuwd contact met haar biologische moeder, maar eigenlijk weet ze niet zo goed waarom ze dat gedaan heeft. Het contact met haar pleegoma gaat op dit moment wel goed, maar het is niet leuk dat ze elkaar niet meer kunnen zien omdat de pleegoma niet langs kan komen. 2.
- De GI heeft verzocht om het aangehouden deel van het verzoek toe te wijzen, te weten het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] voor de komende drie maanden. [minderjarige] maakt sinds haar plaatsing bij [verblijfplaats] een duidelijke positieve ontwikkeling door. Hoewel de formele systeem- en traumatherapie nog niet van start is gegaan vanwege het uitblijven van een bekostigingsbesluit door Levvel, worden er binnen [verblijfplaats] wél meerdere therapeutische interventies (vaktherapie) ingezet die waardevol en helpend blijken. Verder krijgt [minderjarige] dagelijkse begeleiding op het gebied van zelfzorg, sociale vaardigheden, emotieregulatie en het opbouwen van een voorspelbare structuur, en dat doet haar zichtbaar goed. [minderjarige] gaat naar een reguliere school, dat gaat goed en dat maakt haar trots. Een aandachtspunt blijft de relatie met haar pleegoma. [minderjarige] ervaart veel spanning rondom de steeds terugkerende boosheid van haar pleegoma, met name wanneer het gaat om contact met haar biologische moeder en familie. Vanuit de GI en [verblijfplaats] is de gezamenlijke visie dat terugplaatsing bij pleegoma op dit moment niet in het belang van [minderjarige] is. De huidige plek bij [verblijfplaats] biedt haar de stabiliteit, voorspelbaarheid en ontwikkelingsruimte die zij nodig heeft, ook met het oog op contactherstel met haar biologische familie. Een aantal broers een zusjes is inmiddels teruggeplaatst bij de biologische moeder. Bij [minderjarige] is sprake van een loyaliteitsconflict tussen haar biologische moeder en haar pleegoma. De GI heeft inmiddels verzocht [minderjarige] op de wachtlijst te plaatsen voor een open groep bij Levvel passend bij haar LVB-profiel. Ook hierbij is Levvel betrokken, maar de afhandeling van dit traject verloopt traag. In afwachting van die vervolgplek, verzoekt de GI om de duur van de plaatsing bij [verblijfplaats] te verlengen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de GI aanvullend gezegd dat de pleegoma betrokken wordt en blijft, dat contact mogelijk is, maar dat de GI de reiskosten van de pleegoma niet kan vergoeden. 2.
- De gedragswetenschapper heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij sinds het begin betrokken is bij [minderjarige] . Over het algemeen gaat het goed met [minderjarige] . Ze komt zichtbaar tot rust en het lukt haar om op zichzelf en haar systeem te reflecteren. Duidelijk en logisch is dat ze nog zoekende is en wisselende verklaringen afgeeft. Het is niet de bedoeling dat opnieuw integrale diagnostiek zal plaatsvinden, er wordt aansluiting gezocht bij de diagnostiek van de Bascule en aan de hand daarvan bekeken wat nu nodig is. Daarvoor wordt nu voornamelijk gekeken naar wat [minderjarige] op de groep laat zien en wat er uit gesprekken komt. Duidelijk is dat bij [minderjarige] trauma bestaat, maar het is nog te onrustig om dat nu op te pakken. Mocht de machtiging verlengd worden dan kan de traumatherapie waarschijnlijk ook niet binnen de resterende drie maanden van de machtiging worden opgepakt en afgerond, maar wellicht kan er wel iets specifieks op dit gebied ingezet worden. Focus is om vanuit de huidige rust en stabiliteit zicht te krijgen op wat er speelt en wat [minderjarige] zelf wil. Systeemtherapie kan daarbij helpen, vanwege financiële redenen is dit echter niet van de grond gekomen. Wanneer de financiën rond zijn staat er per direct een therapeut klaar om de behandeling te starten. Via de GI is naar voren gekomen dat de biologische moeder van [minderjarige] contact met haar zou willen. Tijdens de systeemtherapie zou dit contact tot stand kunnen komen, maar dit zal niet gedwongen worden. Herstel van dit contact is niet het doel van de therapie en daarnaast wordt gezien dat [minderjarige] bang is voor het contact. Het doel is te achterhalen wat de beleving van [minderjarige] is bij haar systeem en wat zij zelf wil. Naar het contact met haar oudste broer, die elders in het land in een woongroep woont, gaat zeker gekeken worden. 2.
- De advocaat van de pleegoma heeft namens de pleegoma gezegd dat alles wat er de afgelopen jaren gebeurd is bij de pleegoma erg hoog zit. Zij heeft het gevoel niet serieus genomen te worden in haar klachten en de bedreigingen die er vanuit de biologische moeder zijn. Ook voelt ze zich gepasseerd en buitengesloten. Eerst was er vertrouwen en het perspectief lag bij haar, maar gaandeweg is dat weggegaan. Terwijl de GI het contact zou moeten stimuleren creëert zij steeds meer afstand tussen de pleegoma en [minderjarige] . Het vertrouwen in de GI is dan ook weg. Sinds [minderjarige] bij [verblijfplaats] zit wordt de pleegoma niet betrokken. Ze wordt letterlijk en figuurlijk weggehouden. Er zijn geen financiën om de reiskosten te vergoeden, en er wordt ook niet gekeken of bijzondere bijstand daarvoor mogelijk is. Nu is het dus feitelijk onmogelijk voor de pleegoma om [minderjarige] te bezoeken. De pleegoma zegt niet dat zij de wijsheid in pacht heeft en heeft eerder ook al om hulp gevraagd. Dat [minderjarige] nu naar school gaat is geen verbetering ten opzichte van eerst. Thuis ging [minderjarige] namelijk ook naar school, en douchte ze ook, dat is geen nieuwe ontwikkeling. In feite is er niks gebeurd in de drie maanden die verstreken zijn, ook is er geen stip op de horizon. De pleegoma refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter. 2.
- De pleegoma heeft ter zitting gezegd dat zij zich volledig buitengesloten voelt en geen ruimte voelt om nog wat te zeggen tegen de GI en andere hulpverlening, omdat alles onder een vergrootglas ligt. Ze is enorm teleurgesteld en alles wat zij zegt of doet wordt verkeerd of negatief geïnterpreteerd. Daarnaast wordt zij niet geloofd als het gaat om de bedreigingen die de biologische moeder aan haar adres doet en wordt er onterecht door de GI in haar verleden gewroet naar haar tekortkomingen. De pleegoma heeft destijds opengestaan, begrip getoond en ook initiatief genomen voor contact(herstel) tussen [minderjarige] en haar biologische familie, maar kreeg toen geen voet tussen de deur. Pleegoma staat dan ook volledig achter de wens van [minderjarige] om weer contact met haar broer te krijgen. 2.
- De advocaat van [minderjarige] heeft ter zitting aangegeven dat hij aanhaakt bij wat de advocaat van de pleegoma gezegd heeft: er is afstand gecreëerd tussen [minderjarige] en haar pleegoma. Hoe je het wendt of keert, pleegoma is een belangrijke hechtingsfiguur voor [minderjarige] . Als dit zo doorgezet wordt dan is de kans groot dat [minderjarige] geïsoleerd raakt, want de kans dat mis het gaat in het contact met de biologische moeder is aanzienlijk. Er moet in dit (voorgenomen) contact dan ook terughoudend en voorzichtig geopereerd worden. Bij [minderjarige] zit ook enorme twijfel of ze dit contact wel echt wil. Het is bijzonder treurig dat de systeemtherapie vanwege financiële redenen niet van de grond gekomen is. Dit kan en mag niet gebeuren. [minderjarige] wil het liefst naar haar pleegoma terug, als dat niet kan dan naar een open plek in [woonplaats] en als dat niet kan dan wil ze wel gesloten bij [verblijfplaats] blijven en vervolgens zo snel als mogelijk naar een open plek. Verder is het contactherstel met haar broer belangrijk voor [minderjarige] . Het zou goed zijn dat hier de volle aandacht voor is. 3De verdere beoordeling 3.
- Op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat het aangehouden deel van het verzoek van de GI toegewezen moet worden. Dat betekent dat de machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] verleend wordt tot 11 oktober
- De kinderrechter zal hieronder haar beslissing nader motiveren. 3.
- Het is de kinderrechter gebleken dat de omgeving bij [verblijfplaats] [minderjarige] zichtbaar goed doet. [minderjarige] gaat naar school en dat gaat goed. Ze ziet er verzorgd en gezond uit en straalt meer rust uit. Die rust geeft haar de mogelijkheid om te leren haar emoties te reguleren zodat er ruimte ontstaat. Ruimte voor [minderjarige] om zelf na te denken over en vooral gevoel te krijgen bij wat belangrijk in haar leven is en hoe zij haar eigen leven op een constructieve manier vorm kan geven. [minderjarige] is er dan ook bij gebaat om voorlopig in deze setting te blijven en zo verder te kunnen profiteren van de nu geboden structuur en hulpverlening en van de behandeling die nog plaats gaat vinden. In de komende tijd kan intensief verkend worden welke behoeftes [minderjarige] zelf heeft en wat zij nodig heeft om in deze behoeftes te voorzien. 3.
- Tegelijkertijd ziet de kinderrechter dat van de door de GI op de vorige mondelinge behandeling uitgesproken toezegging dat [minderjarige] direct na het verlenen van de machtiging gesloten plaatsing eindelijk met de al veel langer geïndiceerde en inmiddels urgente behandeling zou starten, niks terechtgekomen is. Deze toezegging was van grote invloed op de toen genomen beslissing om een machtiging gesloten voor [minderjarige] te verlenen. Het is voor betrokken partijen en de kinderrechter dan ook niet uit te leggen dat de systeem- en traumatherapie na drie maanden tijd nog steeds niet gestart is. Kostbare tijd is nu verloren gegaan, in een situatie waarin voor iedereen duidelijk is dat de noodzakelijke behandeling voor dit zeer kwetsbare meisje al veel te lang op zich had laten wachten. Dat de oorzaak ligt in het uitblijven van een bekostigingsbesluit maakt de situatie des te schrijnender. Het is onbegrijpelijk dat de desbetreffende betrokken professionals het niet voor elkaar hebben gekregen om een gezamenlijk gevoel van verantwoordelijkheid en urgentie voor de behandeling van [minderjarige] te creëren, en zodoende een eindresultaat te bereiken. De GI doet haar best, maar het is duidelijk dat dit niet genoeg is en dat er iets anders moet gebeuren om dit vlot te trekken. 3.
- De kinderrechter constateert verder dat ondanks het uitblijven van de systeemtherapie er in de tussentijd wel allerlei inspanningen verricht worden met betrekking tot het (familie)systeem van [minderjarige] . Daarbij lijkt bij de GI een focus te liggen op contactherstel met de biologische moeder, iets waarvan duidelijk is dat [minderjarige] daar wisselend over denkt. Ook tijdens het gesprek tussen [minderjarige] en de kinderrechter bleek dit. Het lijkt daarom terecht dat de gedragsdeskundige tot uitgangspunt neemt dat contactherstel geen doel op zich is, maar dat het met name erom gaat dat [minderjarige] haar eigen beleving leert kennen. De kinderrechter stelt verder vast dat [minderjarige] met betrekking tot haar broer wel een stabiele en al lang gekoesterde wens om hem weer te zien, zodat het voor haar belangrijk is dat hieraan prioriteit gegeven wordt. 3.
- Ten aanzien van de pleegoma is duidelijk dat de GI en [verblijfplaats] op dit moment gronden zien om [minderjarige] niet bij pleegoma terug te plaatsen. Of dit terecht is, zal verder moeten worden onderzocht en bezien. De kinderrechter wil echter benadrukken dat de reden voor het voortzetten van de machtiging gesloten jeugdhulp op dit moment niet is om [minderjarige] af te scheiden van haar pleegoma, maar om haar een opvoedingsomgeving te geven waarin tegemoet gekomen wordt aan de grote uitdagingen die het leven [minderjarige] nu biedt, daar waar dat niet lukte bij pleegoma en de veiligheid daar in het geding was. De pleegoma is en blijft de belangrijkste hechtingsfiguur in het leven van [minderjarige] . Zij heeft haar een belangrijke basis en geborgenheid gegeven. Dat het beter voor [minderjarige] is om op dit moment bij [verblijfplaats] te blijven en de wisselende verklaringen die [minderjarige] over haar pleegoma doet, doen daar niets aan af. In het rapport van [crisisopvang] , de crisisopvang waar [minderjarige] eerder heeft verbleven, is het belang van pleegoma voor [minderjarige] ook benadrukt. Het behoud van hun relatie zal dus voor de GI hoe dan ook prioriteit moeten houden, en daarbij hoort dat de GI ook blijft investeren op de samenwerking met de pleegoma. De kinderrechter snapt de frustraties en teleurstelling bij de pleegoma, maar hoopt desondanks dat de pleegoma haar ogen op [minderjarige] blijft houden. 3.
- De kinderrechter vindt het de komende tijd van belang dat: - de partijen die een rol spelen bij de financiering van de al veel langer geïndiceerde urgente behandeling van [minderjarige] nu hun verantwoordelijkheid nemen en ervoor zorgen dat er een kwantitatief en kwalitatief toereikend aanbod van jeugdhulp wordt geboden, niet alleen voor de komende drie maanden maar voor de langere termijn. De GI neemt hierbij de regie. - de geïndiceerde therapie (systeem- en eventueel trauma) zo snel mogelijk (wat de kinderrechter betreft: binnen een week na heden) start; - het contactherstel tussen [minderjarige] en haar broer plaatsvindt; - de betrokken hulpverlening in het contact tussen [minderjarige] en de pleegoma ondersteuning biedt, ook als het gaat om het kijken naar mogelijkheden voor bijvoorbeeld bijzondere bijstand in de vorm van (een tegemoetkoming) in de reiskosten van de pleegoma. 3.
- Omdat de voogdij over [minderjarige] bij de GI berust, is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] niet vereist. 3.
- Mitsdien wordt als volgt beslist. 4De beslissing De kinderrechter: 4.
- wijst het resterende deel van het verzoek van de GI toe en verleent een machtiging gesloten jeugdhulp van [minderjarige] met ingang van 11 juli 2025 tot 11 oktober
- Deze beschikking is gegeven door mr. V. Zuiderbaan, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2025, in aanwezigheid van mr. N. Nauta als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam. Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.