← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:10937

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/780925 / FA RK 25/9959 kenmerk: VCM/IND/189159 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 30 december 2025 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] (Verenigde Staten), wonende te [adres] , verblijvende te [verblijfplaats] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. S. Ben Tarraf te Amsterdam, zorgaanbieder: Arkin, locatie [locatie] . 1Procesverloop Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 23 december 2025 opgelegde crisismaatregel. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 december 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder. Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Engelse taal; - de raadsman; - mw. [naam] , arts. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen. 2Beoordeling 2.

  1. Op grond van artikel 7:7 Wvggz, in samenhang met artikel 7:8 Wvggz, kan de rechter op verzoek van de officier van justitie een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen indien de burgemeester ten aanzien van betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen. 2.
  2. Gelet op artikel 7:1, eerste lid, Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt, en met de crisismaatregel dit nadeel kan worden weggenomen. Daarbij dient de crisissituatie dermate ernstig te zijn dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en moet sprake zijn van verzet tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz. 2.
  3. Ten tijde van de opname van betrokkene was sprake van angst, depressie en suïcidegevaar. 2.
  4. Op de zitting is gebleken dat het goed gaat met betrokkene en dat hij wil blijven zo lang als dat nodig is. De arts heeft daarbij aangegeven dat er gesprekken zijn geweest en dat er al twijfel was of het nog wel in een gedwongen kader nodig was. Betrokkene is geen zorgmijder maar er moeten nog wel wat zaken geregeld worden voordat betrokkene de kliniek kan verlaten. De samenwerking met betrokkene is goed. 2.
  5. De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen. 2.
  6. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat er sprake is van een goede samenwerking. De behandeling kan in het vrijwillig kader worden voortgezet. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel zal dan ook worden afgewezen. 3Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 30 december 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. C.C.M. Oude Hengel, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 13 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.