← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:11222

RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11330416 \ CV EXPL 24-12526 Vonnis van 19 september 2025 in de zaak van [eiser] , wonend in [woonplaats] , Duitsland, eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. F.E. de Neef, tegen BOOKING.COM B.V., gevestigd in Amsterdam, gedaagde partij, hierna te noemen: Booking.com, gemachtigde: mr. B.E.M. van Kessel. 1Waar gaat deze zaak over? 1.

  1. [eiser] stelt dat een oplichter met zijn creditcardgegevens voor € 4.790,66 twee vliegreizen heeft geboekt via Booking.com. [eiser] vindt dat Booking.com dit bedrag aan hem moet vergoeden. De kantonrechter ziet dat [eiser] Booking.com heeft laten weten dat hij niets geboekt heeft en dat met zijn creditcard is gefraudeerd. De kantonrechter vindt dat Booking.com na ontvangst van deze informatie niet zomaar het geld van [eiser] aan de vliegmaatschappij had mogen doorbetalen. De vraag of het geld van [eiser] toen nog bij Booking.com op de rekening stond, kan nog niet beantwoord worden. Daar moet Booking.com eerst nog meer informatie voor verstrekken. [eiser] moet op zijn beurt de kantonrechter infomeren over waarom hij vindt dat Booking.com verplicht is hem gegevens over de boeker en de vliegmaatschappij te verstrekken. 2De procedure 2.
  2. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van [eiser] met producties 1 tot en met 6,- de conclusie van antwoord van Booking.com met producties 1 tot en met 11,- de conclusie van repliek van [eiser] met producties 7 tot en met 15,- de conclusie van dupliek van Booking.com met productie 12, - de akte uitlating producties van [eiser] , - de aanvullende productie 13 van Booking.com, - de akte uitlating productie van [eiser] . 2.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 3De feiten 3.
  4. [eiser] heeft een bankrekening bij Barclays. Hij heeft bij Barclays een creditcard die is uitgegeven door Visa. 3.
  5. Booking.com exploiteert een online platform waar consumenten hotelaccommodaties en (vlieg)reizen kunnen boeken. 3.
  6. Op 11 februari 2024 heeft [eiser] wandelschoenen willen verkopen via het platform eBay. Op een website heeft hij zijn creditcardgegevens moeten invullen. 3.
  7. Op 12 februari 2024 ontdekte [eiser] via de app van zijn bank dat er twee bedragen van zijn rekening waren afgeschreven: een eerste afschrijving van € 3.319,48 en een tweede van € 1.471,18 (in totaal € 4.790,66). Beide bedragen waren overgemaakt ten gunste van Booking.com. 3.
  8. Op 13 februari 2024 heeft [eiser] aangifte gedaan van fraude bij de Duitse politie. 3.
  9. Op 14 februari 2024 heeft [eiser] om 9:21 uur per e-mail gemeld bij Booking.com dat hij niets bij Booking.com heeft geboekt en verzocht om stornering van de overgemaakte bedragen. Daarna heeft hij diezelfde dag nog twee e-mails aan Booking.com gestuurd waarbij hij meedeelt dat hij aangifte van fraude heeft gedaan en die aangifte heeft meegestuurd. 3.
  10. Op 14 februari 2024 ontvangt [eiser] om 18:07 uur een reactie van de klantenservice van Booking.com. In dit op het oog automatisch gegenereerde bericht worden gegevens gevraagd van [eiser] en de boeking die hij heeft gemaakt. Hierop reageert [eiser] bij e-mail van 19:01 uur waarin hij herhaalt dat hij geen reis heeft geboekt, dat sprake is van fraude met zijn creditcard en vraagt met spoed de betalingen te storneren en zijn geld terug te betalen. Om 21:44 uur reageert de klantenservice met het verzoek een afschrift te sturen van de creditcarduitgaven om de met de financiële afdeling te kunnen delen. Op 17 februari 2024 ontvangt [eiser] van de klantenservice nogmaals het bericht waarin gegevens worden gevraagd van [eiser] en de boeking die hij heeft gemaakt. Vervolgens stuurt [eiser] diezelfde dag meerdere e-mails waarin hij herhaalt dat hij geen boeking heeft gemaakt, sprake is van fraude en hij hulp van Booking.com vraagt om zijn geld terug te krijgen. Hierop is niet gereageerd. 3.
  11. Op 18 februari 2024 heeft [eiser] zijn bank Barclays per e-mail bericht over fraude. [eiser] heeft de overgeboekte bedragen niet vergoed gekregen van de bank. 4Het geschil 4.
  12. [eiser] vordert – na wijziging van eis – dat de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis Booking.com veroordeelt: Primair: tot betaling van € 4.790,66, te vermeerderen met rente en kosten, Subsidiair: om binnen uiterlijk drie weken na betekening van dit vonnis aan te verstrekken: - naam, telefoonnummer, adres en woonplaats van degene, die met gebruikmaking van de creditcardgegevens van [eiser] op of omstreeks 12 februari 2024 de litigieuze boekingen heeft gedaan, en die van de door hem of haar opgegeven reisgenoten, voor zover deze gegevens aan Booking.com waren opgegeven, - de identiteit van de luchtvaartmaatschappij, bij wie volgens Booking.com dusdoende vliegtickets zijn geboekt, met inbegrip van alle bij Booking.com bekend zijnde betalingsreferenties en reserveringsnummers, en de bestemming van de tickets en de data waarop zou worden gevlogen; e.e.a. op straffe van een dwangsom; Primair en subsidiair: met veroordeling van Booking.com in de kosten van de procedure 4.
  13. [eiser] legt aan zijn vorderingen – samengevat – het volgende ten grondslag. Booking.com heeft in strijd gehandeld met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt door niet te handelen, dan wel door na te laten om maatregelen te treffen toen Booking.com op 14 februari 2024 bekend raakte met de overboekingen. Booking.com heeft daarmee onrechtmatig gehandeld en moet daarom de schade die [eiser] door de fraude heeft geleden vergoeden en de NAW-gegevens verstrekken van de personen op wiens naam de vliegtickets zijn geboekt althans van de vliegmaatschappij waarbij de tickets zijn geboekt, aldus [eiser] . 4.
  14. Booking.com betwist de vordering en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met wettelijke rente en de nakosten. 4.
  15. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5De beoordeling Bevoegdheid en toepasselijk recht 5.
  16. [eiser] woont in Duitsland, waardoor de kantonrechter ambtshalve haar internationale rechtsmacht en het toepasselijk recht zal moeten beoordelen. Nu Booking.com in Nederland is gevestigd en dit een burgerlijke of handelszaak betreft van na 10 januari 2015, is de kantonrechter op basis van de hoofdregel van artikel 4 lid 1 Brussel I bis ten aanzien van de vorderingen internationaal bevoegd. Beide partijen gaan uit van toepasselijkheid van Nederlands recht. Heeft Booking.com onrechtmatig gehandeld? 5.
  17. De kantonrechter moet beoordelen of Booking.com aansprakelijk is voor schade die [eiser] heeft geleden. Dat is het geval als die schade het gevolg is van onrechtmatig handelen door Booking.com. Daarvoor moet de vraag worden beantwoord of Booking.com een zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden ten opzichte van [eiser] . Partijen verschillen van mening wat die zorgvuldigheidsnorm inhoudt. 5.
  18. [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat Booking.com moet worden aangemerkt als een betaaldienstverlener, waardoor op haar een zorgplicht rust ten opzichte van [eiser] . Booking.com had volgens [eiser] de creditcardbetaling moeten verifiëren. 5.
  19. De kantonrechter volgt [eiser] hierin niet. Booking.com kwalificeert niet als betaaldienstverlener in de zin van de Herziene Richtlijn betalingsdiensten (Richtlijn (EU) 2015/2366, hierna: PSD2) en artikel 7:522 e.v. van het Burgerlijk Wetboek (BW). Booking.com heeft voldoende gemotiveerd dat zij geen bank of anderszins vergunde betaaldienstverlener is, maar een tussenpersoon die via een betaaldienstverlener (zoals een bank of een creditcardmaatschappij) betalingen faciliteert tussen consumenten en aanbieders van accommodaties of vliegmaatschappijen. De verplichtingen van Booking.com ten opzichte van [eiser] worden dus niet ingekleurd door de eisen die aan betaaldienstverleners op grond van genoemde regelgeving worden gesteld, maar door hetgeen wat in algemeen in het maatschappelijk verkeer als zorgvuldig handelen geldt. 5.
  20. Hierbij stelt de kantonrechter voorop dat Booking.com bij ontvangst van de betalingen ervan mocht uitgaan dat die waren gedaan door de rechthebbende van de creditcard. Niet alleen beschikte de betaler over alle creditcard gegevens die voor die betaling nodig waren, daarnaast is de 3D Secure-verificatie voor deze betalingen succesvol doorlopen. Dat er volgens [eiser] creditcardbetalingen aan Booking.com mogelijk zijn zonder die extra verificatie, zegt niets over deze betalingen. Dat er op dat moment aanwijzingen waren voor Booking.com dat mogelijk sprake zou zijn van creditcardfraude, blijkt bovendien nergens uit. 5.
  21. Die aanwijzingen voor creditcardfraude zijn er echter wel vanaf ontvangst van de e-mails met bijlagen van [eiser] op 14 februari 2024 door Booking.com. Uit de overgelegde correspondentie blijkt dat Booking.com op die dag om 18:07 uur en om 21:44 uur reageert op de berichten van [eiser] waarin hij zegt dat hij die betalingen niet heeft gedaan en dat sprake is van creditcard fraude, en onder andere zijn aangifte meestuurt. Daarbij verzoekt hij Booking.com actie te ondernemen om de betalingen te storneren en hem zijn geld terug te betalen. Indien de gelden van [eiser] op dat moment nog ter beschikking stonden van Booking.com stond het haar zonder nader onderzoek niet vrij die door te betalen aan de vliegmaatschappij en is zij ten opzichte van [eiser] aansprakelijk voor de door hem geleden schade bestaande uit het bedrag van de overboekingen. Hierbij wordt reeds nu opgemerkt dat ook [eiser] een aanzienlijk aandeel heeft in het ontstaan van de schade. Nu het ervoor moet worden gehouden dat de fraudeur zowel de beschikking heeft gehad over de creditcardgegevens als over alles wat nodig was om de betaling met een 3D Secure procedure te verifiëren, kan het niet anders dan dat [eiser] onachtzaam met die gegevens is omgegaan. Dit maakt dat de kantonechter 50% van de schade voor rekening van [eiser] zelf zal laten. 5.
  22. Of die gelden op dat moment nog ter beschikking stonden van Booking.com is op basis van wat partijen hebben aangevoerd nog niet vast te stellen. Booking.com heeft in dit verband overzichten in het geding gebracht waaruit volgens haar zou moeten blijken dat het geld dat betaald is met de creditcard van [eiser] voorafgaand aan zijn berichten aan Booking.com van 14 februari 2024 al aan de vliegmaatschappij zou zijn doorbetaald. Terecht heeft [eiser] daarop aangemerkt dat de bedragen die in die overzichten staan niet één op één overeenkomen met de afschrijvingen van zijn rekening en dat ook overigens niet op te maken is dat die betalingen van 12 februari 2024 en 13 februari 2024 aan de met de creditcard van [eiser] aangeschafte vliegtickets te koppelen zijn. Booking.com zal haar standpunt en die overzichten daarom bij akte nader moeten toelichten. Als Booking.com daarbij gebruik wil maken van nadere producties moet zij die direct bij deze akte in het geding brengen. Vervolgens mag [eiser] daarop reageren. 5.
  23. Ten aanzien van de subsidiaire vordering van [eiser] tot verstrekking van – kort gezegd – de persoonsgegevens van degene die de vliegtickets heeft geboekt en diens reisgenoten, de identiteit van de luchtvaartmaatschappij en vlucht- en reserveringsgegevens geldt dat niet duidelijk is op welke rechtsgrond [eiser] zich beroept. [eiser] zal bij akte nader dienen toe te lichten op grond waarvan hij meent dat Booking.com tot verstrekking van wat hij vraagt gehouden is. Als [eiser] daarbij gebruik wil maken van nadere producties moet zij die direct bij deze akte in het geding brengen Vervolgens mag Booking.com daarop reageren. 5.
  24. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat voornoemde akten meer omvatten dan in 5.7 en 5.8 is bepaald. Alle verdere beslissingen zullen worden aangehouden. 6De beslissing De kantonrechter 6.
  25. verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 17 oktober 2025 voor het nemen van een akte door Booking.com als hierboven onder 5.7 omschreven, waarna [eiser] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen; 6.
  26. verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 17 oktober 2025 voor het nemen van een akte door [eiser] als hierboven onder 5.8 omschreven, waarna Booking.com op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen; 6.
  27. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. N.T. Weessies, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 september
  28. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.