← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:11268

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/6888 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van18 december 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoeker (gemachtigde: mr. A. van Wijk), en de korpschef van politie, de korpschef (gemachtigde: mr. F.H.G. Frielink en mr. K. Wouda). Inleiding

  1. Met het primaire besluit van 18 november 2025 heeft de korpschef de toestemming ingetrokken dat verzoeker beveiligingswerkzaamheden mag verrichten voor [bedrijf 1] B.V. ( [bedrijf 1] ) te [plaats 2] . 1.
  2. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht tot het treffen van een voorlopige voorziening. 1.
  3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 18 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigden van de korpschef, bijgestaan door [persoon] . 1.
  4. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  5. De procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. De voorzieningenrechter moet eerst kijken of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld. Concreet betekent dit dat van verzoeker niet kan worden verwacht dat hij de beslissing op het bezwaarschrift afwacht.
  6. Verzoeker heeft aangevoerd dat, naast de aard van het besluit, het spoedeisend belang erin is gelegen dat hij zelf ongeveer een maand zonder inkomsten zit en blijft zitten. Verzoeker heeft zijn inkomsten nodig om te kunnen voorzien in zijn levensonderhoud en om de vaste lasten te kunnen betalen. Ter onderbouwing heeft verzoeker een overzicht van zijn vaste lasten, hypotheek en alimentatie overgelegd. Ook de re-integratie van verzoeker komt in gevaar en zijn loopbaan van ruim twintig jaar staat op het spel. Nu verzoeker niet beschikt over een beveiligerspas kan hij zijn opdracht niet uitvoeren en moet er dus iemand anders worden ingezet op die opdracht. Hierdoor is er sprake van een onomkeerbare situatie, aldus verzoeker. Ter onderbouwing hiervan heeft verzoeker een brief van zijn werkgever overgelegd die het standpunt rondom de beveiligerspas bevestigd.
  7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Het overzicht van de vaste lasten is daarvoor onvoldoende. Op grond van vaste rechtspraak vormt een financieel belang in de regel op zichzelf onvoldoende reden om een voorlopige voorziening te treffen. Dat kan anders zijn indien aannemelijk is dat verzoeker zal komen te verkeren in een financiële noodsituatie. Hoewel de voorzieningenrechter aanneemt dat verzoeker door het bestreden besluit financieel nadeel ondervindt omdat hij daardoor inkomsten misloopt, is niet aannemelijk gemaakt dat dit leidt tot een financiële noodsituatie. Eiser krijgt maandelijks nog een deel van zijnWIA-uitkering, waardoor er nog wel inkomen is. Daarnaast is niet gebleken dat eiser te maken heeft met schulden of betalingsachterstanden. De rechtbank begrijpt dat verzoeker uit een situatie komt waar wel geldproblemen waren en dat hij wil voorkomen dat hij opnieuw in die problemen komt. Echter is ook dit niet genoeg voor het aannemen van een spoedeisend belang. De voorzieningenrechter neemt ook in aanmerking dat de korpschef op de zitting heeft aangegeven dat er nu een hoorzitting is gepland op 21 januari 2026 en dat de beslissing op bezwaar binnen maximaal drie weken daarop volgt. Voor de tussenliggende periode is het voor verzoeker ook mogelijk om ander werk te zoeken om toch inkomsten te genereren. De voorzieningenrechter komt op grond van dit alles tot het oordeel dat er geen sprake is van een spoedeisend belang waardoor in afwachting van de beslissing op bezwaar een voorlopige voorziening moet worden getroffen.
  8. Gelet op het voorgaande acht de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd dat sprake is van onverwijlde spoed als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Nu verzoeker geen spoedeisend belang heeft, kan de door hem gevraagde voorziening alleen nog worden getroffen als het besluit van de korpschef evident onrechtmatig is. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd geen grond voor dat oordeel. De korpschef heeft in het bestreden besluit een gemotiveerd standpunt ingenomen waarom verzoeker onvoldoende betrouwbaar en integer wordt geacht. Ook is de korpschef uitgebreid ingegaan op de zienswijze van verzoeker. Deze motivering is niet evident ontoereikend of onjuist.
  9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat. Conclusie en gevolgen
  10. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en zij wijst het verzoek dan ook af. Er is daarnaast geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025 door mr. C.M. Delstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:
  11. Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.