vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/158925-25 Datum uitspraak: 5 november 2025 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1988, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit verkort vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2025. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R. Willemsen, en van wat de gemachtigd raadsman van verdachte, mr. M. Aynan, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 1 september 2024 tot en met 22 mei 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een automatisch gaspistool, van het merk Ekol, model Jackal Dual, kaliber 9 mm knal (snoniem 9 mm PAK) zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad. 3De bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte: in de periode van 1 september 2024 tot en met 22 mei 2025 teAmsterdam een wapen van categorie II, onder 2 van deWet wapens en munitie, te weten een automatisch gaspistool, van het merk Ekol,model Jackal Dual, kaliber 9 mm knal (synoniem 9 mm PAK), zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 4Het bewijs De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht. 5De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6De strafbaarheid van verdachte 6.1 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft bepleit dat uit het dossier sterke aanwijzingen blijken dat verdachte psychotisch was ten tijde van het feit en dat hij daarom verminderd toerekeningsvatbaar zou moeten worden verklaard. Dat er geen psychologisch onderzoek in het dossier zit waarin een diagnose wordt gesteld, maakt niet dat de rechtbank niet tot de conclusie kan komen dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was. 6.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat – hoewel er aanwijzingen zijn voor psychische problematiek – er geen aanleiding is om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt om te kunnen vaststellen of verdachte aan een stoornis leed ten tijde van het feit en zo ja, hoe deze heeft doorgewerkt in het bewezenverklaarde. Daarbij komt dat, zelfs als wel zou kunnen worden vastgesteld dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was, er nog steeds sprake zou zijn van een strafbare dader. Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Motivering van de straf en maatregel 7.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan de proeftijd moeten de bijzondere voorwaarden worden verbonden, die eerder in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis zijn opgelegd. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft betoogd dat de eis van de officier van justitie te hoog is, omdat het dossier aanwijzingen bevat dat verdachte psychotisch was ten tijde van het feit. Deze omstandigheid dient dan ook strafmatigend te werken. Ook moet in het voordeel van verdachte worden meegewogen dat verdachte vanaf het begin inzicht heeft gegeven over zijn handelen, het om een niet geladen wapen gaat en verdachte niemand heeft bedreigd. Daarom vindt de raadsman een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd passend. Daarbij moeten ook de bijzondere voorwaarden worden opgelegd, zoals die tijdens de schorsing golden. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft een automatisch gaspistool voorhanden gehad in een woonvoorziening voor kwetsbare personen, waar hij op dat moment ook zelf verbleef. Het ongecontroleerde bezit van wapens brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en veroorzaakt een gevoel van onveiligheid in de maatschappij. Dit geldt ook voor de medebewoners van verdachte, die geconfronteerd zijn met het wapen, en bang zijn geweest. Door te handelen zoals verdachte heeft gedaan, heeft hij aan die gevoelens van onveiligheid bijgedragen. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 22 september 2025 blijkt bovendien dat aan verdachte eerder een strafbeschikking opgelegd is voor overtreding van de Wet wapens en munitie. Dit neemt de rechtbank ook in strafverzwarende zin mee. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op een rapport voortijdige negatieve beëindiging toezicht van 17 juli 2025, opgesteld door mw. [naam] van Reclassering Inforsa. Dit rapport houdt – kort en zakelijk weergegeven – in dat de reclassering geen mogelijkheden ziet voor verdere bemoeienis met verdachte, Verdachte is namelijk bekend met een psychotische stoornis, heeft geen dagbesteding en heeft de reclassering laten weten eind juni 2025 naar Tsjechië te zijn vertrokken. Mogelijk zal verdachte zijn woning bij HVO-Querido kwijtraken. De rechtbank houdt in strafmatigende zin rekening met het feit dat uit het dossier sterke aanwijzingen blijken dat verdachte psychotisch was ten tijde van het bewezen verklaarde. Gelet op het voorgaande past alleen een gevangenisstraf op het bewezenverklaarde. Een deel daarvan wordt in voorwaardelijke zin opgelegd om verdachte ervan te doordringen dat verboden wapenbezit streng wordt bestraft en hem ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw een wapen aan te schaffen. Aan verdachte wordt daarom opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren. Omdat verdachte in Tsjechië verblijft en hij op zitting niet heeft kunnen bevestigen of hij al dan niet openstaat voor hulpverlening en zich wil houden aan te stellen voorwaarden, zal de rechtbank daarbij niet de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden aan verdachte opleggen. 8Beslag Onttrekking aan het verkeer Het in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten: een pistool (goednummer: BZAL6106), dient onttrokken te worden aan het verkeer en is daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot dit voorwerp het bewezen geachte is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 10Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Bepaalt dat een gedeelte, groot 4 (vier) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Verklaart onttrokken aan het verkeer: - Een pistool (goednummer: BZAL6106). Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Loots, voorzitter, mr. Ch.A. van Dijk en mr. J.V.L. van Well, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 november 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.