← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:11364

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/128736-24 Datum uitspraak: 29 juli 2025 Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen [de verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit (verkort) vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 juli

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. F.E.A. Duyvendak, en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. M.A. Muntjewerf, naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij in de periode van 4 november 2023 tot en met 12 november 2023 te Amsterdam, althans in Nederland, door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten door middel van een telefoon en/of computer en/of met gebruikmaking van BeFriend en/of Snapchat en/of Whatsapp, aan iemand die zich met een technisch hulpmiddel, te weten een virtuele creatie van een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt voordeed als een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, teweten als [naam] , een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met een persoon, die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt te plegen, terwijl hij, verdachte, enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door - via BeFriend contact te leggen en het gesprek voort te zetten via Snapchat en/of Whatsapp met die persoon/virtuele creatie en/of - meerdere malen voor te stellen een hotel te regelen en/of - met die persoon/virtuele creatie chatgesprekken te voeren waar hij onder meer heeft gevraagd of ze een nacht mag wegblijven en of ze nog maagd is en/of - aan die persoon/virtuele creatie in chatgesprekken te vragen wat ze met hem zou doen “op hotel” en het [naam hotel] bij Amsterdam Sloterdijk voor te stellen en/of - een ontmoeting af te spreken op 12 november 2023 bij het [naam hotel] in Amsterdam en/of - hierbij aan te geven dat hij na het inchecken doorgeeft in welke kamer hij is en te vragen aan die person/virtuele creatie of ze dezelfde pijplippen heeft en/of - daadwerkelijk op genoemde datum naar de afgesproken plaats te gaan. 3Waardering van het bewijs 3.1 Inleiding Op 12 november 2023 kreeg de politie een melding binnen dat op dat moment een volwassen man een afspraak zou hebben in een hotel met iemand waarvan hij dacht dat het een vijftien jarig meisje zou zijn. In werkelijkheid had een student onderzoeksjournalistiek, tevens melder en aangever, in het kader van een studieproject een dating profiel aangemaakt van een meisje van achttien op verschillende apps. Dit meisje zou [naam] heten en zou een met artificiële intelligentie gegenereerde profielfoto hebben. Aangever beoogde hiermee te onderzoeken in hoeverre volwassen mannen, zodra zij van dit meisje te horen kregen dat zij eigenlijk vijftien was, dit contact door zouden zetten. Van de resultaten van dit onderzoek wilde aangever filmpjes op YouTube plaatsen. De politie is ter plaatse gegaan en trof in de parkeergarage een man aan, die verdachte bleek te zijn. De melder heeft aangifte gedaan van grooming en heeft daarbij screenshots overgelegd van gesprekken die hij als ‘ [naam] ’ met verdachte zou hebben gevoerd. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan grooming. 3.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte, de daarbij gevoegde screenshots van gesprekken met verdachte en het aantreffen van verdachte in de parkeergarage bij het hotel. 3.3 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw is van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De aangifte wordt namelijk niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel. De bij de aangifte gevoegde screenshots geven niet de volledige gesprekken weer tussen verdachte en ‘ [naam] ’. Zo ontbreken de passages waarin door ‘ [naam] ’ is aangedrongen op een ontmoeting. De screenshots zijn daarom onvoldoende betrouwbaar en kunnen niet dienen als steunbewijs voor de aangifte. Door de politie en het Openbaar Ministerie is verder helemaal geen onderzoek gedaan zodat enig ander bewijsmiddel ontbreekt. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij degene is die de gesprekken met ‘ [naam] ’ heeft gevoerd, maar dat hij geen oogmerk had om ontuchtige handelingen met haar te plegen. Tijdens het voeren van de gesprekken kreeg hij het vermoeden dat ‘ [naam] ’ niet zei wie ze was en dat hij te maken had met een zogenaamde catfish. Uit nieuwsgierigheid wilde hij er toch achter komen wie degene was die achter het mogelijke nepprofiel zat. Vervolgens heeft hij een hotel geboekt en is hij op de afgesproken datum naar het hotel gegaan. Hij was niet van plan om ontuchtige handelingen met haar te plegen als het wel een vijftien jarig meisje bleek te zijn. Deze verklaring van verdachte wordt volgens de raadsvrouw niet weerlegd door de bewijsmiddelen en juist ondersteund door het gegeven dat daadwerkelijk sprake was van een catfish. 3.4 Het oordeel van de rechtbank Inleidende opmerkingen De rechtbank stelt voorop dat het om een erg summier dossier gaat, dat slechts de aangifte, de door de aangever bijgevoegde incomplete screenshots van de gesprekken met verdachte en de bevindingen van de verbalisanten ter plaatse bevat. Door de politie is geen nader (digitaal) onderzoek gedaan naar de gegevens op de telefoons van aangever of verdachte, zodat de rechtbank niet over de volledige correspondentie tussen beiden beschikt. Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat het onwenselijk is dat het dossier op deze manier tot stand is gekomen en dat geen nader onderzoek is verricht. Daar doet niet aan af dat datgene wat zich wél in het dossier bevindt, voldoende is voor wettig en overtuigend bewijs dat verdachte zich aan grooming schuldig heeft gemaakt. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dat oordeel is gekomen. Juridisch kader Voor een bewezenverklaring van grooming is vereist dat verdachte aan een minderjarige of aan een persoon die zich voordoet als een minderjarige een ontmoeting voorstelt met het oogmerk om seksuele handelingen met deze minderjarige te plegen. Daarnaast is vereist dat sprake is van een gerichte uitvoeringshandeling om die ontmoeting te verwezenlijken. De afspraak Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte omstreeks 11 november 2023 via Snapchat en WhatsApp met iemand die zich voordeed als een vijftienjarig meisje, te weten ‘ [naam] ’, contact heeft gelegd, heeft gechat en seksueel getinte gesprekken heeft gevoerd en daarbij ook heeft voorgesteld om met deze ‘ [naam] ’ af te spreken. Daartoe heeft verdachte een hotelkamer geboekt bij het [naam hotel] in Amsterdam op 12 november 2023 en is hij daar op de afgesproken datum naartoe gegaan om ‘ [naam] ’ te kunnen ontmoeten. Oogmerk De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of verdachte de ontmoeting met ‘ [naam] ’ heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met ‘haar’ te plegen. Verdachte heeft bij de politie wisselende verklaringen afgelegd. Zo heeft hij – zoals de raadsvrouw naar voren heeft gebracht - verklaard dat hij wel met ‘ [naam] ’ wilde afspreken, maar dat dat was uit nieuwsgierigheid naar wie er achter dit profiel zat. ‘ [naam] ’ deed zich weliswaar voor als een vijftienjarig meisje, maar verdachte vermoedde dat het ging om een catfish en wilde deze ontmaskeren. Hij heeft nooit de intentie gehad om ontuchtige handelingen met haar te plegen, zelfs als ‘ [naam] ’ wel een vijftienjarig meisje was gebleken. Verdachte heeft echter in hetzelfde verhoor ook verklaard dat het besef dat het niet echt om een vijftienjarig meisje ging bij hem ontstond nadat hij in de parkeergarage werd aangesproken door de politie. Gelet op deze wisselende verklaringen en gelet op de inhoud van de chatberichten die zijn gevoegd bij de aangifte, schuift de rechtbank de verklaring van verdachte, dat hij nooit de intentie heeft gehad ontuchtige handelingen te plegen met ‘ [naam] ’, als ongeloofwaardig terzijde. Uit de inhoud van de chatberichten volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte de intentie had seksuele handelingen te verrichten met ‘ [naam] ’, nu de door verdachte verstuurde berichten onmiskenbaar een seksuele lading hadden en hij hierin seksuele toespelingen maakte. In deze chats heeft verdachte namelijk aan ‘haar’ gevraagd of ze een nachtje weg mocht blijven van huis, of zij nog maagd was en of zij nog ‘dezelfde pijplippen’ had. Ook heeft hij gezegd graag ‘les’ te geven in bepaalde thema’s en voorgesteld om elkaar te ontmoeten op een door hem te boeken hotelkamer in Amsterdam. Bovendien heeft verdachte deze berichten verstuurd nadat hij te weten was gekomen dat ‘ [naam] ’ slechts vijftien jaar oud zou zijn. Sterker nog, uit de berichten blijkt dat verdachte zich ervan bewust was dat het voor hem strafbaar was om af te spreken met een vijftienjarig meisje, zoals hij zelf tegen haar heeft gezegd. Conclusie Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte willens en wetens een ontmoeting met ‘ [naam] ’ heeft geïnitieerd met het oogmerk het plegen van ontuchtige handelingen met ‘ [naam] ’. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte: in de periode van 4 november 2023 tot en met 12 november 2023 te Amsterdam, door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst, te weten door middel van een telefoon of computer en met gebruikmaking van BeFriend en Snapchat en Whatsapp, aan iemand die zich met een technisch hulpmiddel, te weten een virtuele creatie van een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt voordeed als een persoon die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten als [naam] , een ontmoeting heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met een persoon, die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt te plegen, terwijl hij, verdachte, enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door - via BeFriend contact te leggen en het gesprek voort te zetten via Snapchat en Whatsapp met die virtuele creatie en - voor te stellen een hotel te regelen en - met die virtuele creatie chatgesprekken te voeren waar hij onder meer heeft gevraagd of ze een nacht mag wegblijven en of ze nog maagd is en - aan die virtuele creatie in chatgesprekken te vragen wat ze met hem zou doen “op hotel” en het [naam hotel] bij Amsterdam Sloterdijk voor te stellen en - een ontmoeting af te spreken op 12 november 2023 bij het [naam hotel] in Amsterdam en - hierbij aan te geven dat hij na het inchecken doorgeeft in welke kamer hij is en te vragen aan die virtuele creatie of ze dezelfde pijplippen heeft en - daadwerkelijk op genoemde datum naar de afgesproken plaats te gaan. 5Het bewijs De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straffen 8.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. 8.2 Het standpunt van de verdediging Gelet op haar pleidooi tot vrijspraak, heeft de raadsvrouw geen specifieke strafmaatverweren gevoerd. De raadsvrouw heeft er wel op gewezen dat bij een veroordeling de strafeis onredelijk hoog is. 8.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. Ernst van het feit Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan grooming. Uit het dossier is niet gebleken dat verdachte op de datingsites actief op zoek was naar minderjarige meisjes. De rechtbank heeft de indruk dat verdachte een gelegenheidsdader is. Desondanks heeft hij, naarmate het contact met ‘ [naam] ’ vorderde en hij erachter kwam dat zij pas vijftien jaar oud was, zich niet onthouden van verder contact met haar. Integendeel, verdachte is daarmee doorgegaan, heeft meerdere expliciet seksuele berichten naar haar gestuurd en heeft een ontmoeting in een hotelkamer geregeld waar hij ontuchtige handelingen met haar kon plegen. Door zo te handelen heeft verdachte niet gedacht aan de psychische schade die dergelijke berichten en seksueel contact met een volwassene bij een minderjarige kunnen veroorzaken. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan. Dat de persoon met wie hij chatte en afsprak in werkelijkheid geen meisje van vijftien, maar een volwassene was, doet niet af aan de kwalijkheid van het handelen van verdachte. Persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 14 mei
  2. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld in Nederland. Strafoplegging De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank vindt het noodzakelijk om een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen als stok achter de deur zodat verdachte niet in herhaling valt. Alles afwegende komt de rechtbank tot de volgende straf. Aan verdachte wordt opgelegd een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c en 248e van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst een persoon van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [de verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 (drie) maanden. Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast. Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast. De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Sipkens, voorzitter, mr. B. van Galen en mr. A.L. op ‘t Hoog, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ç.H. Dede, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juli 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.