← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:11404

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Team Familie & Jeugd Parketnummer: 13.099561.20 Beslissing op de vordering van 8 juli 2025 van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003, verblijvend te [forensisch centrum], [adres], die bij vonnis van deze rechtbank van 27 juli 2020 is veroordeeld tot de voorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna ook: PIJ-maatregel of de maatregel). Bij beslissing van deze rechtbank van 21 december 2021 is de tenuitvoerlegging van de maatregel bevolen. De PIJ-maatregel is laatstelijk bij beslissing van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2024 voor de duur van 12 (twaalf) maanden verlengd. De inhoud van de vordering De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van de PIJ-maatregel met 9 (negen) maanden. De procesgang De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:  het uitgebrachte verlengingsadvies van [jeugdinrichting] (hierna: [jeugdinrichting]) van 17 juni 2025, strekkende tot verlenging van de PIJ-maatregel met 9 (negen) maanden, alsmede het overgelegde perspectiefplan van 17 juni 2025 en de termijnbrief van 8 april 2025;  het psychiatrisch onderzoek Pro Justitia van 30 juli 2025, opgemaakt door drs. E.L.G. Heinsman-Carlier, psychiater;  het psychologisch onderzoek Pro Justitia van 19 augustus 2025, opgemaakt door M.J.E. van Kempen, gezondheidszorgpsycholoog;  de twee brieven van [verdachte] als reactie op de vordering, ingediend door mr. R. Bruinsma en door de rechtbank ontvangen op 17 oktober

  1. De rechtbank heeft op 21 oktober 2025 de vordering in de openbare raadkamer behandeld. Verschenen en gehoord zijn: de officier van justitie, mr. S.A. van Veen; [verdachte], bijgestaan door haar raadsman mr. R. Bruinsma, advocaat te Amsterdam; de deskundige mw. A.W. Kraster-Guldenaar, als gedragswetenschapper verbonden aan [forensisch centrum] in [plaats] (hierna: [forensisch centrum]) ; een broer van [verdachte]. De standpunten Het advies van de deskundige [forensisch centrum] neemt het advies van [jeugdinrichting] over en adviseert de PIJ-maatregel met negen maanden te verlengen. [verdachte] was binnen [jeugdinrichting] gestart met haar verloftraject en had een onbegeleid verlof status gekregen vanaf de laagbeveiligde afdeling.. Hierna is, zoals [jeugdinrichting] heeft omschreven, een negatieve dynamiek ontstaan. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een definitieve terugplaatsing naar de regulier beveiligde afdeling.. Inmiddels is [verdachte] overgeplaatst naar [forensisch centrum], waar de verloven weer zijn uitgebreid. Na een periode van onbegeleid verlof, zit [verdachte] in de derde week van het op te bouwen slaapverlof. Dit verlof zou in totaal acht weken moeten duren, alvorens zij kan starten met het scholings- en trainingsprogramma (hierna: STP) van in totaal zes maanden. Het is volgens de deskundige namelijk een te grote stap zijn om vanuit onbegeleid verlof direct naar huis toe te gaan. Er zijn in het verleden zorgen geweest over de thuissituatie, waardoor er bekeken wordt hoe [verdachte] het ervaart om daar langer te verblijven. Donderdag 23 oktober staat er een overleg gepland waarin de voorwaarden voor het STP besproken worden, waarna het STP aangevraagd kan worden. Het streven is dat het STP in december 2025 start. Het kader van een PIJ-maatregel als vangnet is nog nodig en daarnaast is individuele en gezinstherapie van De Waag noodzakelijk. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering de PIJ-maatregel met negen maanden te verlengen. Er wordt aan de voorwaarden voor een verlenging voldaan. Het STP voor de duur van zes maanden is een belangrijk onderdeel van het afronden van de PIJ-maatregel, alvorens er weer volledig in de maatschappij kan worden meegedraaid. De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven bereidwillig te zijn om de aanvraag van het STP zo spoedig mogelijk te behandelen. Wellicht kan er gekeken worden of de periode van het slaapverlof kan worden ingekort. Het standpunt van de verdediging [verdachte] en haar raadsman hebben primair verzocht de vordering af te wijzen. [verdachte] wil aan haar voorwaardelijke beëindiging beginnen nu ze al zo lang met verlof gaat en ze in de [forensisch centrum] niets meer kan leren.. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de vordering voor een zo kort mogelijke periode toe te wijzen. Een verlenging is niet meer nodig voor de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van goederen en personen en niet voor een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van [verdachte]. Het recidiverisico is matig. Sinds het incident waarvoor [verdachte] is veroordeeld heeft plaatsgevonden, inmiddels vijf en een half jaar geleden, gedraagt [verdachte] zich zoals dat van haar verwacht mag worden. Er zijn geen noemenswaardige incidenten geweest. [verdachte] heeft zich ingezet voor lessen en therapieën. De vraag is hoe lang [verdachte] zich nog moet bewijzen, voor zij weer terug de maatschappij in kan. [verdachte] moet het vertrouwen krijgen, zodat zij hetgeen zij geleerd heeft in de maatschappij kan laten zien. De beoordeling Gelet op voormeld advies, het verhandelde in raadkamer en artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen en een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [verdachte] eisen dat de PIJ-maatregel met negen maanden wordt verlengd. De rechtbank ziet dat [verdachte] heel hard aan zichzelf gewerkt heeft. Ze heeft zich in de afgelopen jaren ingezet voor verschillende behandelingen en therapieën. [verdachte] heeft voorafgaand aan de terechtzitting in twee brieven opgeschreven wat haar standpunt is, en ook ter terechtzitting heeft zij dit duidelijk onder woorden gebracht. Zij wil laten zien wat zij de afgelopen jaren heeft geleerd en dat zij terug kan keren in de maatschappij. . De rechtbank begrijpt dat het voor [verdachte] frustrerend is dat het STP nog steeds niet gestart is, temeer nu de rechtbank heeft gelezen dat er in de beschikking van de rechtbank van 19 september 2024 en in de beslissing van het hof van 19 december 2024 ook al over het starten met haar STP gesproken werd. Hoewel de rechtbank ook begrijpt dat [verdachte] het liefst direct volledig vrijgelaten wil worden, vindt de rechtbank het, net als de deskundigen, belangrijk dat het STP succesvol wordt afgerond, voordat de voorwaardelijke beëindiging aanvangt. Zolang de huidige behandeling en begeleiding wordt voortgezet, wordt het recidiverisico ingeschat als matig, maar bij een vroegtijdige beëindiging van de behandeling en begeleiding wordt het risico hoger ingeschat. [verdachte] kan tijdens het STP laten zien dat zij succesvol terug kan keren in de samenleving, terwijl er tegelijkertijd nog wel een vangnet is. De rechtbank vindt het belangrijk dat de aanvraag van het STP voortvarend wordt opgepakt. Volgens de psychiater zit [verdachte] op dit moment aan haar behandelplafond binnen de JJI. De psychiater omschrijft dat het wenselijk is dat de (jeugd)reclassering zo spoedig mogelijk wordt ingeschakeld en een STP-traject vanuit de thuissituatie gericht op een autonomie bevorderend beleid, wordt gestart,. Hierbij zal volgens de psychiater de behandeling en begeleiding van de Waag belangrijk zijn, aangezien zij ook bezig zijn met de systeembehandeling. Hoewel de rechtbank de duur van de verlenging gelet op het voorgaande graag korter had gemaakt, ziet de rechtbank hiertoe geen mogelijkheden. Uit de termijnbrief van 8 april 2025 blijkt dat de maatregel, indien er geen vordering tot verlenging was ingediend, voorwaardelijk was geëindigd op 17 augustus
  2. Aangezien het inmiddels twee maanden later is, betekent dit dat er – met deze beslissing tot verlenging van de maatregel – feitelijk nog zeven maanden resteren. In deze zeven maanden moet de aanvraag van de STP en het STP nog doorlopen worden. De rechtbank spreekt de hoop uit dat het STP (inclusief de aanvraag en start daarvan) voorspoedig verloopt, zodat er bij een volgende zitting gesproken kan worden over de voorwaarden welke moeten worden verbonden aan de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel. De rechtbank gaat er op grond van de termijnbrief van 8 april 2025 vanuit dat de maatregel, rekening houdend met het bepaalde in artikel 6:6:31, tweede lid, derde volzin, van het Wetboek van Strafvordering en behoudens verlenging, voorwaardelijk eindigt op 17 mei
  3. De beslissing De rechtbank: - wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen van [verdachte] met 9 (negen) maanden. Deze beschikking is gegeven in openbare raadkamer van deze rechtbank door mr. A.E. van Montfrans, voorzitter tevens kinderrechter, mrs. G.S. Crince Le Roy en M.J. van Aalderen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.M. Elsman, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.