← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:1197

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/5068 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit Amsterdam, eiseres (gemachtigde: mr. S.L. Soedamah), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. S.S. Kisoentewari). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (PW).
  2. Verweerder heeft deze aanvraag met het primaire besluit van 16 januari 2024 afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 26 juli 2024 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.
  3. De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2025 op een zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de rechtbank
  4. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de bijstandsuitkering. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
  5. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Recht op bijstand?
  6. Volgens eiseres is haar aanvraag om een bijstandsuitkering onterecht afgewezen. Eiseres had op papier weliswaar recht op loon, maar zij heeft in de maanden november 2023 tot en met januari 2024 haar loon niet volledig ontvangen. Eiseres had daarom niet voldoende middelen om in haar levensonderhoud te voorzien. Ter onderbouwing heeft eiseres bankafschriften overgelegd. Ook geeft eiseres aan dat zij een loonvordering heeft ingesteld tegen haar werkgever. De uitkeringen die eiseres in maart en mei 2024 heeft ontvangen, hebben volgens eiseres geen betrekking op de periode waar de bijstandsaanvraag op ziet, te weten: november 2023 tot en met januari
  7. Deze beroepsgrond slaagt niet. De beoordelingsperiode is in dit geval van 24 november 2023 (datum aanvraag) tot en met 16 januari 2024 (datum primaire beslissing). Uit de beschikking van de kantonrechter van 24 augustus 2023 blijkt dat eiseres in die periode recht had op loon. Uit de door verweerder aangeleverde informatie uit Suwinet, blijkt dat er in de maanden november en december 2023 een bedrag van € 2.249,92 en in januari 2024 een bedrag van € 2.256,77 aan loon aan eiseres is uitbetaald. De door eiseres overgelegde bankafschriften doen de rechtbank niet twijfelen aan de juistheid van de gegevens uit Suwinet, aangezien de bankafschriften zien op de periode van 1 augustus 2023 tot en met 29 november 2023 en dus niet op de beoordelingsperiode. Het is de rechtbank daarom niet gebleken dat eiseres tijdens de beoordelingsperiode niet over de middelen beschikte om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien. Conclusie en gevolgen
  8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de afwijzing van haar bijstandsaanvraag in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 februari
  9. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie artikel 11, eerste lid, van de PW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.