RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11458673 \ KK EXPL 24-868 Vonnis in kort geding van 7 januari 2025 in de zaak van [eiser] , handelend onder de naam [bedrijf] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. J. Groenewoud, tegen EXECUTIVE PROPERTY INVEST I B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde partij, hierna te noemen: EPI, gemachtigde: mr. H.C. Koops. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 24 december 2024, met producties 1 t/m 17;- de akte houdende overlegging producties van EPI, met producties 1 t/m 12. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 december 2024. [eiser] is verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Namens EPI zijn de heer [naam 1] (statutair bestuurder) en mevrouw [naam 2] (beheerder) verschenen, bijgestaan door de gemachtigde. Vooraf gaand aan de mondelinge behandeling heeft [eiser] aanvullende producties met de nummers 18 t/m 21 overgelegd alsmede afschrift van de hoger beroepsdagvaarding en het betekeningsexploot van de memorie van grieven. Beide partijen hebben hun standpunt aan de hand van pleitaantekeningen toegelicht. Partijen hebben vragen van de kantonrechter beantwoord, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter EPI opgelegd om de ontruiming uit te stellen, omdat het vonnis niet voor de geplande ontruiming (7 januari 2025) kan worden gewezen. Na de mondelinge behandeling heeft EPI bevestigd dat de ontruiming tot nader order is uitgesteld. 1.4. De datum voor het vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1. [eiser] heeft met de rechtsvoorganger van EPI in 1972 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de winkelruimte gelegen aan het adres [adres 1] (hierna: het gehuurde). Het gehuurde is sinds 1990 eigendom van EPI. 2.2. Bij dagvaarding van 29 mei 2024 heeft EPI een bodemprocedure tegen [eiser] aanhangig gemaakt (bekend onder zaaknummer 11148461 CV EXPL 21-6569), waarin zij – voor zover relevant in dit geschil – betaling van de huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde heeft gevorderd. De zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2024. [eiser] is in die procedure verschenen en heeft verweer gevoerd. De kantonrechter heeft bij vonnis van 12 december 2024 de gevorderde betaling van de huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde toegewezen (hierna: het ten uitvoer te leggen vonnis). De kantonrechter heeft deze beslissing – gemotiveerd – uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2.3. Op 13 december 2024 heeft de deurwaarder het vonnis aan [eiser] betekend, waarbij ontruiming van het gehuurde op 7 januari 2025 door de deurwaarder is aangezegd als [eiser] niet vrijwillig ontruimt. 2.4. [eiser] kan zich niet vinden in de beslissing van de kantonrechter en heeft daartegen hoger beroep ingesteld. [eiser] wil dat EPI in afwachting van de uitkomst van die procedure het vonnis van 12 december 2024 niet ten uitvoer legt. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 12 december 2024, op straffe van een dwangsom, totdat in het hoger beroep is beslist, met veroordeling van EPI in de proceskosten. 3.2. [eiser] stelt hiertoe – kort gezegd – dat de belangen van [eiser] zwaarder moeten wegen dan die van EPI. Relevant hierbij is dat het vonnis van de kantonrechter is gebaseerd op twee misslagen. De kantonrechter heeft ten onrechte overwogen dat de huur van november 2024 niet is betaald door [eiser] . Daarnaast heeft [eiser] wel degelijk een betalingsvoorstel gedaan, terwijl de kantonrechter ten onrechte in zijn vonnis heeft overwogen dat [eiser] dit niet gedaan zou hebben. Voorts heeft [eiser] inmiddels de volledige huurachterstand ingelopen. Dit nieuwe feit moet ook worden meegenomen. Ten slotte zou de noodsituatie voor [eiser] ontstaan als de ontruiming wordt uitgevoerd. [eiser] kan nergens anders naartoe en raakt zijn bedrijf kwijt als er wordt ontruimd. 3.3. EPI voert verweer. EPI stelt dat [eiser] niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen, dan wel dat de vorderingen moeten worden afgewezen, omdat er geen sprake is van een juridische misslag noch is er sprake van “een nieuw feit”. Ook ontstaat er geen noodsituatie voor [eiser] , omdat hij kan werken vanuit zijn werkplaats aan de [adres 2] . Ten slotte heeft [eiser] op onjuiste wijze hoger beroep ingesteld, waardoor er in feite nog geen hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In deze zaak gaat het om de vraag of de tenuitvoerlegging van het ten uitvoer te leggen vonnis, wat betreft de ontruiming, moet worden geschorst totdat door het gerechtshof Amsterdam is besloten op het ingestelde hoger beroep. Het juridisch kader 4.2. Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling, hangende een hogere voorziening, uitvoerbaar moet zijn en zonder de voorwaarde van zekerheidstelling ten uitvoer kan worden gelegd. Afwijking van dit uitgangspunt kan worden gerechtvaardigd door omstandigheden die meebrengen dat het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand zolang niet op het door hem ingestelde rechtsmiddel is beslist, of diens belang bij zekerheidstelling, ook gegeven dit uitgangspunt, zwaarder weegt dan het belang van degene die de veroordeling in de ten uitvoer te leggen uitspraak heeft verkregen, bij de uitvoerbaarheid bij voorraad daarvan of bij deze uitvoerbaarheid zonder dat daaraan de voorwaarde van zekerheidstelling wordt verbonden. 4.3. Bij de toepassing van deze maatstaf in kort geding moet worden uitgegaan van de beslissingen in de ten uitvoer te leggen uitspraak en van de daaraan ten grondslag liggende vaststellingen en oordelen. De kans van slagen van het tegen die beslissing aangewende of nog aan te wenden rechtsmiddel blijft buiten beschouwing, met dien verstande dat de rechter in zijn oordeelsvorming kan betrekken of de ten uitvoer te leggen beslissing(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.