← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:1394

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/5643 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van4 maart 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit Assendelft, eiseres en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding 1.

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen een aan haar opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting (parkeerbon). 1.
  2. De heffingsambtenaar heeft op 23 mei 2024 een parkeerbon van € 76,80 opgelegd aan eiseres voor het parkeren op 19 mei 2024 om 15.47 uur ter hoogte van de [adres] [huisnummer] te Amsterdam met een auto met kenteken [kenteken] , terwijl daar geen of te weinig parkeerbelasting voor was betaald. 1.
  3. Met de uitspraak op bezwaar van 13 september 2024 (de bestreden uitspraak) op het bezwaar van eiseres is de heffingsambtenaar daarbij gebleven. 1.
  4. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  5. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen de bestreden uitspraak op4 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en haar dochter deelgenomen. De heffingsambtenaar was, zonder bericht van verhindering, niet aanwezig. 1.
  6. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank 2.
  7. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar de parkeerbon ten onrechte aan eiseres heeft opgelegd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Zij motiveert dit als volgt. 2.
  8. Eiseres voert aan dat zij een invalide parkeervergunning heeft. Deze lag ook zichtbaar op het dashboard van de auto, onder het voorruit van de auto. Voor Amsterdam heeft zij daarnaast, behorend bij de invalide parkeervergunning, een bezoekersvergunning. Om deze te kunnen gebruiken voor een andere auto dient eiseres een kentekenwijziging door te geven, maar dit was niet mogelijk. Bij het doorgeven van het kenteken was de website van de gemeente Amsterdam niet bereikbaar. Ook de app van de gemeente waarop eiseres een kentekenwijziging kan doorgeven functioneerde niet. Bovendien was de gemeente telefonisch niet bereikbaar, zodat de kentekenwijziging ook niet telefonisch doorgegeven kon worden. Eiseres heeft slechts kort (maximaal 10 minuten) geparkeerd, zodat haar dochter een bloemetje kon leggen op het graf van een overleden klasgenoot. 2.
  9. De heffingsambtenaar heeft hier in het verweerschrift tegenover gesteld dat het feit dat de website van de gemeente niet bereikbaar was eiseres niet ontslaat van de verplichting om parkeerbelasting te betalen. Eiseres beschikt over een vergunning. Van parkeren met een vergunning is alleen sprake als wordt voldaan aan de voorwaarden die aan de vergunning zijn verbonden. Is aan een of meer van deze voorwaarden niet voldaan, dan is er geparkeerd zonder vergunning. Een van de voorwaarden is dat een parkeervergunning uitsluitend geldig is voor het parkeren van het motorvoertuig waarvan het kenteken is geregistreerd. Het kenteken van de door eiseres geparkeerde auto stond niet op de vergunning aangemeld. Nu er zonder vergunning is geparkeerd, was eiseres parkeerbelasting verschuldigd. Eiseres had dus op een andere manier voor het parkeren moeten betalen. 2.
  10. De rechtbank kan de redenering van de heffingsambtenaar niet volgen. Dat het kenteken van de auto niet geregistreerd stond in het vergunningensysteem kan niet aan eiseres worden toegerekend. De heffingsambtenaar betwist niet dat er een technische storing was in de app en op de website van de gemeente ten tijde van het parkeren, waardoor registratie van het kenteken technisch niet mogelijk was. Deze storing is naar het oordeel van de rechtbank een omstandigheid die voor risico van de heffingsambtenaar komt. Daarbij acht de rechtbank verder van belang dat eiseres de gemeente daarnaast telefonisch (op het daarvoor aangewezen telefoonnummer) niet kon bereiken, zodat het ook op die manier niet mogelijk was om een kentekenwijziging door te geven. Op de zitting heeft eiseres aangegeven dat zij in reactie op de door haar ontvangen parkeerbon gebeld heeft naar de gemeente en de gemeente toen aangaf dat dergelijke technische storingen wel vaker voorkomen. Anders dan de heffingsambtenaar voorstaat hoefde eiseres niet, als zij vanwege een aan de heffingsambtenaar te wijten technische storing niet aan de voorwaarden voor het parkeren met een vergunning kon voldoen, in plaats daarvan op de ‘normale’ wijze parkeerbelasting te voldoen. 2.
  11. Los van deze zaak merkt de rechtbank nog op dat eiseres op de zitting heeft aangegeven dat dit niet de eerste keer is dat de heffingsambtenaar haar ten onrechte een parkeerbon heeft opgelegd. In het verleden is het ook al eens mis gegaan met de registratie van de invalide parkeervergunning, omdat deze op naam staat van haar invalide dochter, maar zij destijds minderjarig was en geen eigen auto had. Conclusie en gevolgen 3.
  12. Het beroep is gegrond. De rechtbank zal de bestreden uitspraak vernietigen en zal zelf in de zaak voorzien. De parkeerbon is ten onrechte opgelegd. De rechtbank zal de parkeerbon daarom vernietigen. Dit betekent dat eiseres gelijk krijgt. 3.
  13. Omdat het beroep gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Als eiseres de parkeerbon al heeft betaald, moet de heffingsambtenaar het betaalde bedrag aan eiseres terugbetalen. 3.
  14. De rechter heeft op de zitting gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank: - verklaart beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar van 13 september 2024; - vernietigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting van 23 mei 2024; - bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar; - bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2025 door mr. A.C. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. C.J. van ‘t Hoff, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zogenoemde ‘b-belasting’, artikel 1, aanhef en onder b, van de Verordening parkeerbelastingen 2024 (de Verordening). Zogenoemde ‘a-belasting’, artikel 1, aanhef en onder a, van de Verordening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.