Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2025:1643
RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 11264130 \ CV EXPL 24-10695 Vonnis van 7 maart 2025 in de zaak van [eiseres] t.h.o.d.n. [handelsnaam] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres, hierna te noemen: [eiseres] , gemachtigde: mr. J.G.J. van Groenendaal, tegen 1. de vennootschap onder firma [gedaagde 1] V.O.F., gevestigd te [vestigingsplaats] ,2. [gedaagde 2], wonende te [woonplaats 2] ,3. [gedaagde 3], wonende te [woonplaats 3] , gedaagden, hierna samen te noemen: [gedaagden] , gemachtigde: mr. M.A.F. Evers en mr. K.W.M. Baten.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier:
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 3 februari 2025. [eiseres] is verschenen, vergezeld door mr. P.P.A. Steijvers en haar gemachtigde. Namens [gedaagden] zijn [gedaagde 2] en [gedaagde 3] verschenen, vergezeld door de gemachtigden. Partijen zijn gehoord, mede aan de hand van pleitnotities, en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1.1. [eiseres] heeft in 2020 de eenmanszaak [handelsnaam] opgericht, een handelsbemiddeling in damesmode met een professionele showroom in Breda. [handelsnaam] specialiseert zich in merken van het hogere segment.
1.2.
De zussen [familienaam] zijn vennoten van [gedaagde 1] , een onderneming die het gelijkluidende kledingmerk ontwerpt en internationaal exploiteert.
1.3.
Op 7 december 2022 hebben partijen een agentuurovereenkomst gesloten, waarin onder meer is bepaald: “THE UNDERSIGNED 1. Ms [eiseres] , currently also acting under the tradename “ [handelsnaam] ” , (…) hereinafter referred to as “The Agent” (…) 2. The joint venture (…) [gedaagde 1] (…) hereinafter referred to as “Brand owner” (…) DEFINITIONS (..) Territory The Royal Kingdom of the Netherlands (…) Terms & Conditions The general terms and conditions of Brand owner (…) Article 1 Appointment & Duration 1. Brand owner declares to have appointed the Agent to work for it as its exclusive commercial Agent as from 15th of October, 2022, with regard to the sale of Products to Customers in the Territory (…) 2. The Agreement has been entered into for a period of 24 months ( “the Initial term” ), after this initial term and notwithstanding that what is stipulated in article 8, the Agreement will be extended for a indefinite period of time.
Article 2 Commission 1. The agent shall enjoy the following commission on all sales of Products in the Territory: a commission of 15% of the Net Turnover during the term of the Agreement. (…) Article 4 Exclusivity 1. The Agent shall be the exclusive Agent in the Territory for Customers. (…) Article 7 Other rights and obligations Agent 1. The Agent shall be responsible for hiring properly trained sales personnel. (…) 4. Agent guarantees to have a valid driver’s license and a suitable car at his disposal in Order to perform his duties for Brand owner under this Agreement. (…) Article 8 Termination of the Agreement (…) 2. The Agreement can be terminated, only after the Initial term, at the end of a sales season (July 1st or January 1st of each year) with due observance of a written notice period of at lease 4 months prior to each sales season. (…) 3. Brand owner may terminate this Agreement (…) with immediate effect, without being liable for any damages towards the Agent, by giving written notice to the Agent in the event that: a. the Agent ceases trading; and/or b. Brand owner has a (…) pressing urgent reason within the meaning of Section 7:439 of the Dutch Civil Code (“BW”).
Article 9 After termination of the Agreement (…) 5. The Agent is entitled to a goodwill compensation in the event that the Agreement is terminated, based upon the provisions described in section 7:442 of the Dutch Civil Code. Al list of customers up to the date of signing of the Agreement in the Territory (…) is included in Annex V . (…) Article 11 General (…) 5. All disputes between parties that may arise on the basis of this Agreement shall in the first instance solely be submitted to the competent court in Amsterdam (The Netherlands). (…)”
1.4. [gedaagde 1] heeft vier verkoopcollecties die op een vastgesteld moment worden ingekocht door de afnemers, Main Wintercollectie (januari, februari, maart), Pre Summercollectie (mei, juni), Main Summercollectie (juli, augustus, september) en Pre Fallcollectie (oktober, november, december), die dan een half jaar later door [gedaagde 1] aan hen worden geleverd.
1.5.
Op 20 juni 2023 is [eiseres] bij een verschrikkelijk ongeval in België betrokken geraakt, waarbij een vrachtwagen achter op de in de file staande auto van [eiseres] is gebotst. [eiseres] is daardoor haar linker onderbeen en een deel van haar rechterhand verloren. Door de botsing zijn haar computer en telefoon onbruikbaar geworden.
1.6.
Op 21 juni 2023 is [gedaagde 1] van het ongeluk op de hoogte gesteld door [naam 1] . [naam 1] was een oud-agent van [gedaagde 1] en is op 31 maart 2023 door [eiseres] aangenomen als zzp’er voor acquisitie, back office en verkoop.
1.7.
Ten gevolge van het ongeval heeft [eiseres] twee weken op de IC gelegen in een ziekenhuis in Antwerpen, tot eind augustus 2023 in het AMC in Amsterdam en daarna heeft [eiseres] een maand verbleven in revalidatiecentrum Reade in Amsterdam. Eind september, begin oktober 2023 mocht zij weer naar huis.
1.8.
Met behulp van [naam 1] , de moeder van [eiseres] en vriendinnen was [handelsnaam] drie dagen na het ongeval weer open. Op 14 juli 2023 is zoals gepland begonnen met de verkoop van de Main Summercollectie van [gedaagde 1] .
1.9. [naam 2] , die eerder vanaf 2022 tot en met maart 2023 bij [handelsnaam] had gewerkt, heeft van augustus 2023 tot en met januari 2024 werkzaamheden van [eiseres] overgenomen.
1.10.
Vanwege het ongeval heeft [gedaagde 1] een deel van de verkoop voor de Main Summercollectie zelf opgepakt, is een gedeelte van de klanten de collectie bij [gedaagde 1] zelf komen bekijken en heeft zij zelf met klanten gebeld.
1.11.
Op 6 september 2023 heeft [gedaagde 1] voor het eerst telefonisch contact gehad met [eiseres] .
1.12.
Op 13 oktober 2023 hebben de zussen [familienaam] en [eiseres] elkaar voor het eerst weer fysiek ontmoet. Daarbij is besproken hoe het herstel van [eiseres] verliep, dat zij nog operaties moest ondergaan, aan het revalideren was en opnieuw moest leren lopen, schrijven en autorijden.
1.13.
In oktober 2023 startte de inkoop van het nieuwe verkoopseizoen (Pre Fallcollectie).
1.14.
Op 30 oktober 2023 hebben de zussen [familienaam] spontaan getracht [eiseres] opnieuw te ontmoeten in Amsterdam, maar dit is niet gelukt. Op het gewenste moment had [eiseres] een afspraak en later op de dag konden de zussen niet meer. Daarna is op 31 oktober 2023 telefonisch contact geweest, waarbij de zussen hebben medegedeeld de agentuurovereenkomst te willen beëindigen.
1.15.
Bij aangetekende brief van 7 november 2023 heeft [gedaagde 1] de agentuurovereenkomst opgezegd op grond van artikel 8 lid 3 van de overeenkomst en artikel 7:439 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In de brief is hierover vermeld:“(..) [gedaagde 1] is sinds uw ongeval geconfronteerd met dalende resultaten en nalatige opvolging van mogelijke klanten en orders. De gezamenlijke begrote omzet werd niet behaald en er werden geen nieuwe klanten geworven. Een aantal klanten heeft zelfs de samenwerking met [handelsnaam] en [gedaagde 1] stopgezet.Tijdens onze laatste gesprekken heeft u ons laten weten dat de daadwerkelijke werkzaamheden als agent van [gedaagde 1] in de nabije toekomst niet door u kunnen worden uitgevoerd. U heeft aangegeven dat u werknemers wilt inhuren (..). [gedaagde 1] heeft direct in deze gesprekken aangegeven geen vertrouwen te hebben in de verdere samenwerking met [handelsnaam] als de feitelijke situatie is dat u als drijvende kracht niet in staat bent om de overeengekomen werkzaamheden zelf uit te voeren.”Verder heeft [gedaagde 1] geschreven graag in overleg te gaan en heeft zij tegen finale kwijting een vergoeding aangeboden van € 15.000,-. Tot slot heeft [gedaagde 1] geschreven dat indien partijen niet vóór 10 november 2023 tot een schikking zouden komen, zij de kantonrechter zou verzoeken de agentuurovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:440 lid 1 BW. [eiseres] is niet met het bedrag en de opzegging akkoord gegaan.
1.16.
Eind november 2023 heeft [eiseres] een prothese gekregen voor haar been, eind december 2023 heeft zij (opnieuw) haar rijbewijs gehaald en een aangepaste auto ter beschikking gekregen.
1.17.
Vanaf 2024 is [eiseres] weer fulltime werkzaam voor haar onderneming [handelsnaam] .
Geschil 2. [eiseres] vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: voor recht te verklaren dat sprake is van onregelmatige opzegging van de agentuurovereenkomst en te bepalen dat [gedaagden] hoofdelijk gehouden is de uit deze onregelmatige opzegging voortvloeiende schade te vergoeden; [gedaagden] hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van € 92.320,50 aan schade met betrekking tot de onregelmatige opzegging en € 52.893,09 aan vergoeding voor goodwill, beide vermeerderd met incassokosten, rente en proceskosten.
Beoordeling 5. Ingevolge artikel 7:439 BW is een partij die de agentuurovereenkomst voor bepaalde tijd vroegtijdig beëindigt schadeplichtig, tenzij hij de overeenkomst doet eindigen om een dringende aan de wederpartij onverwijld medegedeelde reden. Dringende redenen zijn omstandigheden van zodanige aard dat van de partij die de overeenkomst doet eindigen, redelijkerwijs niet gevergd kan worden de overeenkomst, zelfs tijdelijk, in stand te laten.
Hoewel begrijpelijk is dat [gedaagde 1] als goed opdrachtgever één en ander even wilde aanzien en afwachten, staat vast dat partijen in ieder geval vanaf begin september 2023 via de telefoon en What’s app weer contact hebben gehad. [gedaagde 1] was toen dus in de gelegenheid om [eiseres] te vragen naar het verwachte verloop van haar herstel. Dat heeft zij niet gedaan. Dat [gedaagde 1] pas tijdens het fysieke gesprek op 13 oktober 2023 besefte dat volledige terugkeer van [eiseres] op de werkvloer nog enige tijd zou duren, levert onder deze omstandigheden geen dringende reden op. Maar ook als dat wel het geval zou zijn geweest, heeft [gedaagde 1] nog tot 7 november 2023 gewacht om de overeenkomst schriftelijk op te zeggen.
Dat is niet onverwijld. Daarbij geldt dat onbetwist is gebleven dat [eiseres] van begin af aan heel hard werkte aan haar herstel en zich tot het uiterste inspande om binnen afzienbare tijd weer werkzaam te zijn. Dat dit ook zo was, blijkt uit de omstandigheid dat zij in december 2023 al weer kon lopen met een permanente prothese, haar rijbewijs heeft gehaald en in 2024 weer fulltime werkzaam was. Niet valt dan ook in te zien dat op 7 november 2023 ineens verder herstel van [eiseres] niet meer kon worden afgewacht en van [gedaagde 1] niet langer kon worden gevergd om de overeenkomst in stand te laten. [gedaagde 1] heeft dan ook onterecht op grond van artikel 7:439 BW de overeenkomst opgezegd.
Als regel geldt echter dat bij het vaststellen van deze gefixeerde schadevergoeding van artikel 7:441 BW wordt uitgegaan van de beloning over het tijdvak van twaalf maanden dat aan de verbreking van de overeenkomst voorafging. De overeenkomst is iets meer dan twaalf maanden na de aanvang opgezegd en zou zonder opzegging tenminste nog iets minder dan twaalf maanden duren. Vaststaat verder dat [eiseres] door de opzegging zich onkosten door het niet verrichten van de werkzaamheden na de opzegging heeft bespaard. De schadevergoeding wordt daarom begroot op een bedrag gelijk aan de provisie die [eiseres] met haar werkzaamheden vóór de opzegging heeft verdiend, te weten € 38.660,24. De door [eiseres] genoemde bijkomende omstandigheden worden hierdoor voldoende gecompenseerd. [gedaagden] doet nog wel een beroep op matiging, maar heeft onvoldoende aangevoerd om te kunnen concluderen dat bovenstaande begroting onder de omstandigheden onbillijk is.
Daarbij geldt dat [eiseres] ter zitting voldoende heeft toegelicht dat zij (nog) geen schadevergoeding heeft gekregen van de verzekering dan wel de veroorzaker van het ongeluk.
BESLISSING De kantonrechter: verklaart voor recht dat sprake is van onregelmatige opzegging van de agentuurovereenkomst tussen partijen en bepaalt dat [gedaagden] hoofdelijk gehouden is de uit deze onregelmatige opzegging voortvloeiende schade te vergoeden; veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiseres] een schadevergoeding te betalen van € 38.660,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2023 tot aan de voldoening, en vermeerderd met € 1.162,- aan buitengerechtelijke incassokosten; veroordeelt [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van [eiseres] , tot op heden begroot op:- € 1.086,00 aan salaris gemachtigde (2 punten x € 543,-)- € 706,00 aan griffierecht- € 116,46 aan explootkosten- € 67,50 aan nakosten (plus eventuele kosten van betekening) € 1.975,96 totaal, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
811