← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:1844

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/3138 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. B.B.A. Willering), en de raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, verweerder (gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist). Inleiding

  1. Verweerder heeft met het besluit van 22 december 2023 aan eiser een AOW-pensioen voor een gehuwde (een gehuwdenpensioen) toegekend. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.
  2. Met het besluit van 29 april 2024 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard (het bestreden besluit).
  3. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
  4. De rechtbank heeft het beroep op 30 september 2024 op een zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde waren, zonder bericht, niet aanwezig.
  5. De gemachtigde van eiser heeft na de zitting aangegeven dat de uitnodiging weliswaar in het digitale systeem staat, maar dat hij daarvan geen melding heeft gekregen. De rechtbank heeft daarom het onderzoek op 15 oktober 2024 heropend en bepaald dat er een nieuwe zitting wordt gepland. De rechtbank heeft het beroep hierna opnieuw behandeld op 10 maart
  6. Hieraan heeft eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Beoordeling door de rechtbank
  7. De rechtbank beoordeelt of verweerder terecht aan eiser een gehuwdenpensioen heeft toegekend, in plaats van een alleenstaandenpensioen. De standpunten van partijen
  8. Volgens eiser heeft hij recht op een alleenstaandenpensioen, omdat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn partner. Eiser heeft aangegeven dat hij en zijn partner op verschillende adressen wonen, hij geen enkele financiële verstrengeling heeft met zijn partner en hij een leven leidt alsof er geen huwelijk is. Eiser heeft verder aangegeven dat hij zijn partner verzorgt, aangezien deze een hartpatiënt is. De partner van eiser kan dan ook niet zonder hulp op vakantie en eiser gaat met hem op vakantie om hem te verzorgen.
  9. Volgens verweerder is er geen sprake van duurzaam gescheiden leven. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de hulp die eiser zijn partner biedt niet enkel bestaat uit noodzakelijke zorg. Volgens verweerder is er dan ook terecht een gehuwdenpensioen aan eiser toegekend. Het oordeel van de rechtbank
  10. Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW wordt voor de toepassing van de AOW als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
  11. Volgens vaste rechtspraak is van duurzaam gescheiden leven van gehuwden sprake als de echtelijke samenleving is geëindigd door de wil van één of beide echtgenoten, zij ieder afzonderlijk hun eigen leven leiden alsof zij niet getrouwd zijn en het de bedoeling van ten minste één van beide echtgenoten is dat die situatie blijvend is. Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De echtelijke samenleving kan namelijk bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen. Voor de beoordeling of echtgenoten duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken. Niet is uitgesloten dat onder omstandigheden meteen vanaf de huwelijksdatum van duurzaam gescheiden leven moet worden gesproken, mits dat ondubbelzinnig uit de feiten en omstandigheden blijkt.
  12. Ook in het beleid van verweerder staat dat gehuwden (onder meer) als duurzaam gescheiden levend worden aangemerkt als ‘er sprake is van een door (een van) de echtgenoten gewilde en als bestendig bedoelde situatie waarbij de feitelijke toestand uitwijst dat beiden een afzonderlijk leven leiden alsof er geen huwelijk was’.
  13. De rechtbank is van oordeel dat uit de feitelijke omstandigheden niet blijkt dat sprake is van duurzaam gescheiden leven. Hiervoor is van belang dat eiser zijn partner wekelijks ziet, eens per week bij hem overnacht, voor hem zorgt, tweemaal per jaar met hem op vakantie gaat en de sleutel van zijn woning heeft. Hieruit blijkt dat eiser en zijn partner voor meer dan enkel noodzakelijke zorg contact met elkaar hebben. Van een situatie waarin de partners ieder afzonderlijk hun eigen leven leiden alsof zij niet getrouwd zijn, is dan ook niet gebleken. Dat eiser van mening is dat hij en zijn partner enkel vrienden zijn, maakt het voorgaande niet anders. Eiser en zijn partner zijn namelijk getrouwd. De relatie die eiser heeft met zijn partner is, gelet op de bijzondere band van het huwelijk die sociale, persoonlijke en juridische gevolgen heeft, niet gelijk aan de relatie met een vriend. Ook het feit dat eiser niet samenwoont met zijn partner maakt het oordeel niet anders, gelet op de hiervoor genoemde rechtspraak. Conclusie
  14. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder terecht aan eiser een gehuwdenpensioen heeft toegekend en niet een alleenstaandenpensioen.
  15. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid vanmr.N.J.A. van Eck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 maart
  16. Griffier Rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening te treffen. Het indienen van een hogerberoepschrift kan digitaal via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl of door verzending per post aan de Centrale Raad van Beroep. Een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet. Zie onder meer de uitspraken van de Raad van 17 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:171 en van 14 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:
  17. Zie de uitspraak van de Raad van 14 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:
  18. Zie de uitspraak van de Raad van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX
  19. Zie de uitspraak van de Raad van 14 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:
  20. Zie de uitspraak van de Raad van 9 oktober 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX
  21. Zie Beleidsregel SB1002 van verweerder, te raadplegen via svb.nl/beleidsregels.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.