RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 23/1084 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres, en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Procesverloop Bij besluit van 19 augustus 2022 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten dat eiseres vanaf 1 november 2022 meer arbeidsgeschikt is dan voorheen en dat daarom de hoogte van haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) wijzigt. Bij besluit van 13 januari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder besloten dat de hoogte van de uitkering van eiseres vanaf 1 november 2022 ongewijzigd blijft. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 maart
- Eiseres was aanwezig. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Wat aan deze procedure voorafging
- Eiseres was werkzaam als kwaliteitsmanager voor gemiddeld 24 uur per week. Op 19 juni 2017 meldde zij zich ziek voor dit werk. Verweerder heeft aan eiseres vanaf 17 juni 2019 een WIA-uitkering toegekend, omdat eiseres meer dan 35% arbeidsongeschikt is. Vanaf de ingangsdatum van de WIA-uitkering is eiseres voor 16 uur per week werkzaam geweest. Zij is vervolgens meerdere keren ziek uitgevallen. De WIA-uitkering is sindsdien verschillende keren gewijzigd, onder meer naar aanleiding van een herbeoordeling op verzoek van de (ex-)werkgever van eiseres. Verweerder heeft eiseres daarbij gefluctueerd tussen de 42,48% en 46,72% arbeidsongeschikt geacht. De laatste keer heeft verweerder het arbeidsongeschiktheidspercentage vastgesteld op 46,38%. Eiseres heeft op 3 september 2021 doorgegeven dat haar gezondheidstoestand wederom is verslechterd.
- Met het primaire besluit heeft verweerder eiseres per 1 november 2022 voor 43,68% arbeidsongeschikt geacht. Verweerder heeft de hoogte van eiseres haar WIA-uitkering vanaf 1 november 2022 verlaagd naar een uitkering gebaseerd op de arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%. Verweerder heeft aan dit besluit de rapporten van de verzekeringsarts van 20 juni 2022 en 12 augustus 2022 en het rapport van de arbeidsdeskundige van 7 juli 2022 ten grondslag gelegd. De verzekeringsarts heeft de beperkingen van eiseres neergelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 20 juni
- Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage gewijzigd vastgesteld op 48,33%. Volgens verweerder wijzigt de hoogte van de WIA-uitkering van eiseres vanaf 1 november 2022 niet meer, omdat eiseres weer binnen de arbeidsongeschiktheidsklasse 45 tot 55% valt. Verweerder heeft aan dit besluit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 21 oktober 2022 en het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 24 november 2022 ten grondslag gelegd. Het oordeel van de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt of verweerder de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 1 november 2022 juist heeft vastgesteld. Daartoe moet de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden toetsen of verweerder de medische beperkingen correct heeft vastgesteld en of eiseres, rekening houdend met deze beperkingen, in staat is de geselecteerde functies te verrichten.
- De rechtbank stelt daarbij voorop dat eiseres door verweerder gedeeltelijk arbeidsongeschikt is geacht. Hoewel partijen van mening verschillen over de mate van arbeidsongeschiktheid, erkent verweerder uitdrukkelijk dat eiseres gezondheidsklachten heeft en heeft daarvoor vergaande beperkingen aangenomen. Ook de rechtbank twijfelt er niet aan dat eiseres belemmerende gezondheidsklachten ervaart. Dat is op zichzelf echter niet genoeg voor de conclusie dat zij volledig arbeidsongeschikt is, ook al vindt zij die conclusie juist en logisch. De (subjectieve) klachtbeleving van eiseres is namelijk niet leidend. In de arbeidsongeschiktheidswetgeving gaat het om de vraag of medisch en objectief bezien iemand – als rekening wordt gehouden met alle beperkingen – alsnog bepaalde werkzaamheden kan verrichten.
- Verweerder mag zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen. Deze rapporten moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Indien eiseres van mening is dat de rapporten niet aan deze vereisten voldoen, is het aan haar om dat aannemelijk te maken. De medische grondslag van het bestreden besluit
- De rechtbank is van oordeel dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. Eiseres is door de primaire verzekeringsarts op een fysiek spreekuur lichamelijk en psychisch onderzocht. De verzekeringsarts heeft alle medische informatie van onder meer de behandelend psycholoog bij de beoordeling betrokken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ook het dossier van eiseres bestudeerd. Het in beroep door eiseres overgelegde rapport van een door haar ingeschakelde verzekeringsarts is ook door verweerder beoordeeld. Het is de rechtbank niet gebleken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet alle medische diagnoses in het onderzoek heeft betrokken of andere informatie heeft gemist, die betrekking heeft op de datum in geding, 1 november
- De rechtbank volgt eiseres niet in haar stelling dat een verdergaande urenbeperking had moeten worden aangenomen. De aangenomen urenbeperking is in voorgaande procedures tussen eiseres en verweerder al meermaals aan de orde geweest. Verschillende verzekeringsartsen van verweerder hebben daarbij consequent beoordeeld dat eiseres, als rekening wordt gehouden met al haar beperkingen, 20 uur belastbaar is. Dat eiseres in haar vorige functie geen 20 uur belastbaar is, betwist verweerder uitdrukkelijk niet. Op grond van de aangenomen beperkingen zijn de geduide functies echter energetisch licht belastend en dan is een belasting van 20 uur voor eiseres mogelijk. De primaire verzekeringsarts heeft beoordeeld dat op de datum in geding een urenbeperking ongewijzigd van toepassing is in verband met energetische beperkingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep ziet ook geen reden om hiervan af te wijken. De rechtbank heeft, gelet op de medische informatie en wat eiseres heeft aangevoerd, geen reden om aan de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te twijfelen. De door eiseres ingeschakelde deskundige heeft weliswaar gesteld dat eiseres slechts 10 uur belastbaar is, maar dit is niet onderbouwd met onderliggende medische stukken. De enkele stelling dat zij in haar voorgaande werk bij een werkweek van 16 uur is uitgevallen, is daartoe onvoldoende.
- De rechtbank heeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen twijfel over de medische grondslag van het bestreden besluit. De arbeidsdeskundige grondslag van het bestreden besluit
- De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML drie (theoretische) functies geduid die passend zijn bij de beperkingen van eiseres. In artikel 6, derde lid van de Wet WIA is bepaald dat onder arbeid wordt verstaan alle algemeen geaccepteerde arbeid waartoe de verzekerde met zijn krachten en bekwaamheden in staat is. Daarbij wijst de rechtbank er nog op dat de wetgever al in 1993 deze bepaling in de wet heeft opgenomen met de uitdrukkelijke bedoeling om het opleidings- of ervaringsniveau niet langer te laten meetellen bij de beoordeling van geaccepteerd werk. Evenmin is van belang of eiseres deze functies leuk vindt. Dat eiseres voorkeuren heeft voor werkzaamheden is begrijpelijk, maar daarmee kan in het kader van de Wet WIA dus geen rekening worden gehouden.
- De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op de inzichtelijke arbeidsdeskundige onderbouwing bij de selectie van de functies aan de hand van alle beschikbare medische informatie, voldoende heeft gemotiveerd dat de belasting in de geduide functies de vastgestelde medische belastbaarheid van eiseres in de FML van 22 juli 2024 niet overschrijdt. Daar waar sprake is van signaleringen en mogelijke overschrijdingen, heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende onderbouwd waarom de geduide functies geschikt zijn voor eiseres. Het standpunt van eiseres dat zij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit met name voort uit haar opvatting dat haar medische beperkingen zijn onderschat. Zoals de rechtbank hiervoor in overweging negen heeft geconcludeerd, is die opvatting niet juist. De hiervoor genoemde functies mochten dan ook worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid. Conclusie
- Het beroep is ongegrond. Verweerder heeft met juistheid het arbeidsongeschiktheidspercentage per 1 november 2022 vastgesteld op 48,33%.
- Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid vanmr.N.J.A. van Eck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 maart
- Griffier Rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.