← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:2173

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/4357 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 24 maart 2025 in de zaak tussen [eisers 1] , [eisers 2] , [eisers 3] , [eisers 4] , [eisers 5] , [eisers 5] , [eisers 7] , [eisers 8] , [eisers 9] , [eisers 10] , allen te Amsterdam, hierna tezamen eisers, en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college (gemachtigde: [gemachtigde] ). Tevens neemt aan de zaak deel: [bedrijf] ) uit Amsterdam (gemachtigde: mr. M.C.T.M. Sonderegger). Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de op 13 december 2023 aan [bedrijf] verleende omgevingsvergunning voor het gedeeltelijk vergroten, verduurzamen en veranderen van de plint van het bouwcomplex ' [naam 1] ' op de locatie [adres] [huisnummer] in Amsterdam, met bestemming daarvan tot gemengde kantoor- en maatschappelijke functie. 1.
  2. Met het besluit van 20 juni 2024 op het bezwaar van eisers is het college bij het verlenen van de omgevingsvergunning gebleven (het bestreden besluit). 1.
  3. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. [bedrijf] heeft ook schriftelijk gereageerd. 1.
  4. De rechtbank heeft het beroep van eisers tegen het bestreden besluit op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eisers 1] , [eisers 2] , [eisers 4] , [eisers 5] , [eisers 5] , [eisers 7] , de gemachtigde van het college, de gemachtigde van [bedrijf] en namens [bedrijf] [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] . Tevens heeft met behulp van een beeldverbinding deelgenomen [naam 5] namens [eisers 3] . 1.
  5. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank
  6. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
  7. De rechtbank toetst de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning. De beroepsgronden van eisers richten zich op de hinder tijdens de werkzaamheden. Als het gaat om hinder tijdens de werkzaamheden, geeft hoofdstuk 8 van het Bouwbesluit 2012 bepaalde voorschriften. Het college moet aannemelijk maken dat aan die voorschriften wordt voldaan tijdens de werkzaamheden. De rechtbank heeft in deze fase geen aanleiding om te twijfelen dat aan de voorschriften zal worden voldaan. Bij de bewoners leeft vooral de zorg of bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende maatregelen worden getroffen om de overlast te beperken. Dit valt buiten het toetsingskader van de rechtbank. Tijdens de zitting is wel besproken dat [bedrijf] zich ervoor inspant om voor elke afzonderlijke bewoner tot een acceptabele uitkomst te komen en dat daarvoor met alle eisers individuele gesprekken worden gevoerd die, zoals de rechtbank heeft begrepen, in goede sfeer verlopen. [bedrijf] heeft, net als de bewoners, er belang bij om tot concrete afspraken te komen, opdat de omgevingsvergunning onherroepelijk wordt en met de uitvoering kan worden gestart. Conclusie en gevolgen
  8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eisers niet in het gelijk worden gesteld. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Eisers hebben geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten gemaakt.
  9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 maart 2025 door mr. T.L. Fernig - Rocour, voorzitter, en mr. A.E.J.M. Gielen en mr. A.M. van der Linden-Kaajan, leden, in aanwezigheid van mr. R.M.N. van den Hazel, griffier. griffier voorzitter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie het als bijlage aangehechte proces-verbaal van de zitting van 24 maart 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.