proces-verbaal mondeling vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team kanton zaaknummer: 11398752 CV EXPL 24-14412 datum uitspraak: 14 mei 2025 func.: 58865 proces-verbaal van mondelinge uitspraak in de zaak van [eiser] wonend te [woonplaats] eisende partij nader te noemen: [eiser] gemachtigde: mr. M.M. Hoving t e g e n de besloten vennootschap Bouwstation Detailhandel B.V. gevestigd te Breda gedaagde partij nader te noemen: BSD gemachtigde: [gemachtigde] . Op 14 mei 2025 zijn voor mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, bijgestaan door mr. H. El-Falah, de griffier, ter zitting verschenen: - [eiser] , bijgestaan door de gemachtigde; - [gemachtigde] , medewerker en gemachtigde van BSD. 1DE MONDELINGE BEHANDELING Partijen hebben hun standpunten toegelicht, vragen van de kantonrechter beantwoord en op elkaars standpunten gereageerd. De kantonrechter heeft daarna de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de kantonrechter medegedeeld dat hij mondeling uitspraak zal doen. De behandeling van de zaak is gesloten, waarna de kantonrechter in aanwezigheid van partijen mondeling de navolgende uitspraak heeft gedaan. Aangezegd is dat partijen van de uitspraak binnen twee weken proces-verbaal ontvangen. 2GRONDEN VAN DE BESLISSING 2.
- Voor het verloop van de procedure verwijst de kantonrechter naar het tussenvonnis van 18 maart
- 2.
- In de kern komt het er op neer dat [eiser] artikelen heeft besteld bij BSD, maar iets anders geleverd heeft gekregen. [eiser] heeft de koop buitengerechtelijk ontbonden. BSD heeft de bestelde artikelen kosteloos opgehaald en de betaling aan [eiser] geretourneerd. [eiser] heeft de artikelen vervolgens ergens anders gekocht. 2.
- In deze procedure vordert [eiser] veroordeling van BSD tot betaling van een schadevergoeding van € 1.008,
- Verder vordert [eiser] veroordeling van BSD in de buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en de nakosten. 2.
- De kantonrechter zal die vorderingen afwijzen. Dat wordt als volgt toegelicht. 2.
- [eiser] stelt dat sprake is van een consumentenkoop en dat op grond van artikel 7:24 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de verplichting bestaat om bij non-conforme levering de schade te vergoeden. Die verplichting vloeit volgens [eiser] ook voort uit artikel 6:277 BW en de dekkingskoop als bedoeld in artikel 7:37 BW. 2.
- Ook bij een consumentenkoop is voor het toewijzen van een schadevergoeding in ieder geval vereist dat sprake is van schade. Maar het is niet gebleken dat [eiser] schade heeft geleden. De koop is ontbonden, de artikelen zijn kosteloos opgehaald en [eiser] heeft zijn aankoopbedrag teruggekregen. Dat [eiser] , of zijn partner, vervolgens de artikelen elders heeft gekocht en dat daarvoor meer is betaald, betekent in juridische zin niet dat [eiser] schade heeft geleden. Zo is bijvoorbeeld niet gebleken dat [eiser] meer heeft moeten betalen als gevolg van het handelen van BSD, of door de ontbinding van de koopovereenkomst tussen partijen. [eiser] heeft ook niet gesteld dat hij, naast het feit dat meer is betaald bij een andere verkoper, ander nadeel heeft geleden, bijvoorbeeld dat hij door de tijdsdruk duurder heeft moeten inkopen, of dat de aannemer bijvoorbeeld meer in rekening heeft gebracht in verband met een gewijzigde planning. Er is dus geen sprake van schade in juridische zin. 2.
- Het beroep van [eiser] op de dekkingskoop maakt dat niet anders. Dekkingskoop is een wijze van (concrete) schadebegroting. De dekkingskoop staat in boek 7 BW, afdeling 7 ‘schadevergoeding’. Maar aan de vraag hóe de schade moet worden begroot, wordt pas toegekomen als duidelijk is dat er schade ís geleden. Dat is hier dus niet gebleken. Met andere woorden, omdat de schade niet vast is komen te staan, wordt niet toegekomen aan de vraag hoe die berekend moet worden en, in dat geval, de vraag in hoeverre sprake is van een dekkingskoop en wat het eventuele gevolg daarvan is. 2.
- Gelet op het voorgaande is de conclusie dat de vorderingen worden afgewezen. 2.
- BSD heeft een proceskostenveroordeling gevorderd. De partij die verliest, wordt in beginsel in de proceskosten veroordeeld. [eiser] heeft zich ook niet tegen de gevorderde proceskostenveroordeling verzet. De kantonrechter zal die dan ook toewijzen en begroot de proceskosten aan de zijde van BSD op 2 punten ad € 135,00 per punt, dus in totaal € 270,00 aan salaris voor de gemachtigde. Voor deze zitting wordt geen extra punt toegekend, omdat BSD zelf in haar dupliek om deze mondelinge behandeling heeft verzocht, maar op de zitting geen nieuwe punten zijn besproken. 3DE BESLISSING De kantonrechter: 3.
- wijst de vorderingen van [eiser] af; 3.
- veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 270,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend; 3.
- verklaart de (proces)veroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2025, in tegenwoordigheid van mr. H. El-Falah, de griffier.