← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:3366

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/3779 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres ( [gemachtigde eiseres] ), en De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 1 mei
  2. 1.
  3. De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak [adres] Amsterdam (de woning) per 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 679.000 (de beschikking). Met deze waardevaststelling is aan eiseres ook de aanslag afvalstoffenheffing van de gemeente Amsterdam voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag). 1.
  4. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard. 1.
  5. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.
  6. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van de heffingsambtenaar van 1 mei 2024 op 12 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de heffingsambtenaar in de persoon van [heffingsambtenaar] . 1.
  7. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank
  8. In geschil is of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van een recente machtiging.
  9. Op 31 maart 2022 heeft eiseres Skemadoe Consultancy B.V. gemachtigd om haar, in/buiten rechte, in bezwaar en (hoger) beroep te vertegenwoordigen. De rechtbank is het met eiseres eens dat het om een doorlopende machtiging gaat, omdat de machtiging geen einddatum bevat en in de algemene voorwaarden, waarnaar in de machtiging wordt verwezen, duidelijk staat dat de machtiging doorloopt totdat deze wordt opgezegd. De gemachtigde van eiseres is werkzaam bij Skemadoe Consultancy B.V. en heeft op 11 maart 2023 namens eiseres bezwaar gemaakt tegen de beschikking. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om te oordelen dat tussen het verlenen van de machtiging en het indienen van dit bezwaarschrift de machtiging is opgezegd of door andere omstandigheden is geëindigd. De enkele omstandigheid dat eiseres op 20 maart 2023 zelf bezwaar heeft gemaakt tegen de beschikking, zonder daarin te vermelden dat zij een gemachtigde heeft, vindt de rechtbank onvoldoende. Conclusie en gevolgen
  10. Het beroep is gegrond omdat de heffingsambtenaar het bezwaarschrift ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar van 1 mei
  11. 4.
  12. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de heffingsambtenaar een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. 4.
  13. De rechtbank geeft de heffingsambtenaar hiervoor een termijn van vier weken. Deze termijn gaat op grond van artikel 8:106 van de Awb pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist. 4.
  14. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten, te betalen door de heffingsambtenaar. Voor de rechtsbijstand door haar gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en een correctiefactor 0,25). De rechtbank ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten, omdat de beschikking, waar eiseres bezwaar tegen heeft gemaakt, niet is herroepen. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan de voorwaarde die wordt gesteld om een proceskostenvergoeding in de bezwaarfase te krijgen.
  15. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank: - verklaart beroep gegrond; - vernietigt de uitspraak op bezwaar; - draagt de heffingsambtenaar op binnen vier weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden; - veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan eiseres. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2025 door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van mr. R.M.N. van den Hazel, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Algemene wet bestuursrecht. Zie artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.