Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2025:3387
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. T.M.A. van Löben Sels zaaknummer: 11585666 WM VERZ 25-2128 beslissing van: 14 mei 2025 func.: 43837 Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 12 mei 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: [betrokkene] [adres] (verder: betrokkene) voor wie beroep is ingesteld door mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.NL (verder: gemachtigde) welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 5 april 2024 en is gericht tegen de beslissing van 13 maart 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005.
CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Aan betrokkene is bij beschikking van 26 juli 2023 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Namens betrokkene heeft gemachtigde tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep - zonder gemachtigde te horen - ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 12 mei 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is mr. J. Piet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is.
Ten slotte is door de kantonrechter op 14 mei 2025 schriftelijk uitspraak gedaan.
GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat met het motorvoertuig, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, de maximum snelheid op autosnelwegen is overschreden met 25 km/h (verkeersbord A1). Deze gedraging is geconstateerd op 14 juli 2023 om 12:06 uur op de [locatie 1] (borden bij [locatie 2] ) te [plaats] .
Het afzien van het horen in deze gevallen kent – evident – een structureel karakter. Het gebeurt bij Verkeersboete.NL, maar ook bij andere gemachtigden stelselmatig. De officier van justitie ziet steeds af van het horen, zonder voldragen rechtsgrond. Hier moet paal en perk aan worden gesteld door er rechtsgevolgen aan te verbinden. In lijn met het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 22 november 2022, (ECLI:NL:GHARL:2022:9934, r.o. 16) dient het sanctiebedrag om bovenstaande redenen derhalve met 25% te worden gematigd. Ter onderbouwing hiervan verwijst gemachtigde naar een aantal uitspraken van andere rechtbanken, maar ook naar een uitspraak van rechtbank Amsterdam van 25 februari 2025, zaaknummer 11502233.
Namens betrokkene wordt verzocht om het beroep gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Voorts is betrokkene niet gehoord. De beslissing van de officier van justitie dient daarom vernietigd te worden, maar de inleidende beschikking moet volgens verweerder in stand blijven. In deze zaak is de focus op de beslissing komen te liggen vanwege de ingebrekestelling die is ingebracht, maar er is geen aanleiding om te veronderstellen dat er sprake is van structurele schending van de hoorplicht. Verweerder overlegt ter zitting twee eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam, waarin de kantonrechter geen aanleiding heeft gezien de sanctie te matigen na vaststelling van schending van de hoorplicht.
Ten aanzien van de hoorplicht:
Ten aanzien van de proceskostenvergoeding:
Volgens de bijlage bij het Bpb dient aan ieder van deze proceshandelingen 1 punt te worden toegekend. De waarde van 1 punt bedraagt met ingang van 1 januari 2025 in de fase van het bezwaar en administratief beroep € 647,00 en in de fase van het beroep en hoger beroep € 907,00.
Aldus zal de kantonrechter verweerder veroordelen in de kosten tot een bedrag van: a. administratief beroep: € 323,50 (1x647) x 0,5) b. beroep bij de kantonrechter: € 226,75 (((2x907) x 0,5) x 0,25).
Totaal: (€ 323,50 + € 226,75 ) = € 550,25 14. Daarom wordt beslist als volgt.
BESLISSING De kantonrechter:
De griffier De kantonrechter Datum verzending Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.