RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/757334 / HA ZA 24-1085 Vonnis van 21 mei 2025 in de zaak van 1 [eiser 1] , 2. [eiser 2] , beiden wonende te [woonplaats] , eisers, advocaat: mr. A. Sarkis, tegen de naamloze vennootschap ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer. Eisers worden hierna gezamenlijk [eisers] en afzonderlijk [eiser 1] en [eiser 2] genoemd en gedaagde wordt hierna ING genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 18 december 2024 met de daarin genoemde stukken en waarin de mondelinge behandeling is bepaald, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 11 maart 2025 en de daarin genoemde stukken. 1.2. Daarna is bepaald dat vandaag een vonnis wordt uitgesproken. 2De feiten 2.1. [eisers] hebben een kapperszaak. 2.2. [eisers] houden bij ING een particuliere en/of-betaalrekening. 2.3. [eisers] hebben bij ING een hypothecaire lening gesloten voor € 595.000 voor de aankoop van een woning op het adres [adres 1] te [woonplaats] . Deze woning is op 21 december 2020 geleverd. 2.4. [eisers] hebben bij Florius (onderdeel van ABN AMRO bank N.V., hierna: ABN AMRO) eveneens een hypothecaire lening gesloten voor € 740.000 voor de aankoop van een tweede woning op het adres [adres 2] te [woonplaats] . Deze woning is op 22 december 2020 geleverd, onder begeleiding van een andere notaris. 2.5. De heer [naam] ( [naam] ) heeft [eisers] geassisteerd bij het aanvragen van de hypothecaire leningen als intermediair. [naam] handelde daarbij namens [bedrijf] B.V. ( [bedrijf] ). [bedrijf] heeft de relevante stukken verstrekt aan ING en Florius. 2.6. ING werd op 14 januari 2021 geïnformeerd door ABN AMRO over de door [eisers] gesloten hypothecaire lening bij Florius. 2.7. [eisers] hebben op 21 januari 2021 twee e-mails gestuurd, een naar ING en een naar ABN AMRO, met daarin het gelijkluidende bericht dat zij zich niet bewust waren van de hypothecaire lasten waaraan zij niet kunnen voldoen en dat zij niet begrijpen hoe de hypotheken verstrekt kunnen zijn op basis van de gemiddelde winst uit onderneming van [eisers] 2.8. [eiser 1] heeft op 26 januari 2021 telefonisch contact gehad met een fraudeonderzoeker van ING. Tijdens dit gesprek heeft [eiser 1] vermeld dat hij was opgelicht door [naam] . 2.9. Op 21 april 2021 werd ING geïnformeerd door de boekhouder van [eisers] dat de bij de hypotheekaanvraag verstrekte gegevens onjuist waren. De boekhouder heeft daarbij de correcte gegevens verstrekt aan ING. 2.10. ING heeft [eisers] op 25 juni 2021 geïnformeerd over het voornemen de bancaire relatie op te zeggen wegens geschaad vertrouwen. 2.11. Partijen hebben vervolgens gecorrespondeerd en ING heeft de hypotheekaanvraag opnieuw beoordeeld. 2.12. Op 10 mei 2022 heeft ING [eisers] bericht dat bij de hypotheekaanvraag valse gegevens zijn verstrekt en dat indien ING bij de aanvraag over de juiste gegevens had beschikt, zij de hypothecaire lening niet had verstrekt wegens onvoldoende inkomen van [eisers] ING gaf [eisers] bij deze brief de mogelijkheid om binnen één jaar de hypothecaire lening geheel terug te betalen en informeerde [eisers] over de registratie van acht jaar in het Interne Verwijzingsregister (IVR) van ING. 2.13. [eisers] zijn in bezwaar gegaan tegen deze beslissing van ING. Dat heeft niet geleid tot aan ander besluit van ING. 2.14. ING heeft [eisers] op 9 juli 2024 nogmaals bericht waarom de opzegging van de bancaire relatie volgens ING gerechtvaardigd is. 3Het geschil 3.1. [eisers] vorderen na eiswijziging – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: i. ING veroordeelt tot het staken en gestaakt houden van de executiemaatregelen van de woning aan het [adres 1] te [woonplaats] , op straffe van een dwangsom, ii. ING veroordeelt om de executiemaatregelen met onmiddellijke ingang op te heffen en opgeheven te houden, op straffe van een dwangsom, iii. voor recht verklaart dat ING aansprakelijk is jegens [eisers] voor het schenden van haar zorgplicht op grond van onrechtmatige daad althans artikel 4:34 Wft, iv. voor recht verklaart dat ING aansprakelijk is jegens [eisers] voor het schenden van de onderzoeksplicht althans het beschikbaar stellen van het bankrekeningnummer aan [bedrijf] en [naam] waarmee de onrechtmatige praktijken gefinancierd werden, op grond van onrechtmatige daad althans artikel 4:34 Wft en dat ING daarmee schade heeft toegebracht aan [eisers] , v. ING veroordeelt om [eisers] met onmiddellijke ingang uit het IVR te verwijderen, op straffe van een dwangsom, omdat ING geen deugdelijke motivering heeft gegeven ten aanzien van de opname in het IVR en de opname niet alleen onrechtmatig maar ook in strijd met de redelijkheid en billijkheid is, met daarbij het verzoek de periode waarin [eisers] reeds opgenomen was in het IVR als voldoende te beschouwen, althans te beperken, vi. ING veroordeelt om de financiering van de hypothecaire geldlening voort te zetten en voor zover dat niet mogelijk zal zijn een herberekening te laten maken door een hypotheekadviseur en alsnog een hypothecaire geldlening voort te zetten, vii. ING veroordeelt om alle relevante informatie ten aanzien van de onderzoeken openbaar te maken en bij niet openbaarmaking de verzwaarde motiveringsplicht toe te passen aan de zijde van ING, althans omkeringsbewijs toe te passen, viii. ING veroordeelt in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.2. ING voert verweer. ING concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eisers] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, ingegaan. 4De beoordeling 4.1. In deze zaak gaat het om de vraag of ING de bancaire relatie met [eisers] mocht beëindigen en of ING in dat kader de hypothecaire lening mag opeisen. Daarnaast gaat het om de vraag of (en zo ja, hoe lang) de gegevens van [eisers] in het IVR van ING geregistreerd mogen zijn. beëindiging bancaire relatie en opeising hypothecaire lening 4.2. [eisers] zijn van mening dat ING de bancaire relatie niet mocht beëindigen. Hiertoe voeren [eisers] aan dat zij de juiste gegevens aan [bedrijf] ( [naam] ) hebben verstrekt maar dat zij slachtoffer zijn geworden van frauduleus handelen. Dit frauduleus handelen kan niet aan hen worden verweten. Volgens [eisers] heeft ING een zorgplicht geschonden omdat zij de aangeleverde stukken niet voldoende heeft onderzocht. Daarnaast heeft ING volgens [eisers] het vertrouwen gewekt de hypothecaire lening voort te zetten door de kwestie opnieuw te onderzoeken. In dat kader hebben [eisers] verder aangevoerd dat zij inmiddels meer omzet genereren en dat uit een nieuwe berekening blijkt dat zij alsnog in aanmerking zouden komen voor de hypothecaire financiering van de woning. 4.3. Volgens ING dient zij de bij de kredietaanvraag verstrekte gegevens te beoordelen om te zien of kredietverstrekking verantwoord is ter voorkoming van overkreditering. Daarbij hoort niet het beoordelen of de verstrekte gegevens zelf juist zijn, omdat een bank in beginsel mag vertrouwen op juistheid van de gegevens die aangeleverd worden. ING betwist dan ook dat zij haar zorgplicht geschonden heeft, omdat zij onderzoek heeft gedaan naar de financiële positie van [eisers] ING wist niet noch behoorde te weten dat de namens [eisers] aangeleverde gegevens waren vervalst, aldus ING. Naar aanleiding van een nieuw onderzoek naar de financiële positie van [eisers] heeft ING vastgesteld dat het daadwerkelijke inkomen van [eisers] volgens de wettelijke normen onvoldoende is om aan de hypotheekverplichtingen te kunnen voldoen. Daarnaast hebben [eisers] (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.