RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/4835 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 mei 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder. (gemachtigde: [gemachtigde] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het schadeverzoek van eiser. 1.1. De rechtbank heeft het beroep van eiser op 26 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. 1.2. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing 2.1. De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding. 2.2. Hieronder is de motivering van de beslissing vermeld. Beoordeling 3.1. Op 22 november 2021 is de auto van eiser weggesleept. Hiertegen heeft eiser bezwaar en beroep ingesteld. Zijn beroep is in de uitspraak van deze rechtbank van 30 maart 2023 (zaaknummer AMS 22/1999) gedeeltelijk gegrond gegaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was om de auto van eiser weg te slepen, maar dat verweerder gedeeltelijk had moeten afzien van het verhalen van de kosten op eiser. De rechtbank heeft het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen, in die zin dat verweerder slechts de helft van de kosten van de toegepaste bestuursdwang op eiser mocht verhalen, te weten € 186,50. Het hoger beroep van eiser tegen deze uitspraak is in een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 10 april 2024 ongegrond verklaard (zaaknummer 202302308/1/A2). 3.2. Op 20 augustus 2024 heeft eiser een schadeverzoek ingediend bij verweerder. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen. Eiser meent dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem. Zijn schade bestaat uit de helft van de kosten voor het wegslepen van zijn auto en de griffierechten die hij heeft moeten betalen voor de procedure bij de Afdeling. 4.1 De rechtbank overweegt dat onherroepelijk is beslist dat verweerder bevoegd was om de auto weg te slepen. Ook is onherroepelijk beslist op het kostenverhaal en kwamen de griffierechten in hoger beroep niet voor vergoeding in aanmerking omdat het hoger beroep van eiser ongegrond is gegaan. Op de zitting stelt eiser dat de schade niet het gevolg is van het wegslepen van de auto, maar van het nalaten van de ambtenaar ter plaatste. De ambtenaar heeft het bord niet verwijderd terwijl het duidelijk was dat het bord daar niet hoorde. Als de ambtenaar niet had nagelaten om het verkeersbord te verwijderen, had eiser nooit hoeven procederen en zou hij dus ook nooit deze schade hebben geleden. 4.2. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of zij bevoegd is om op dit schadeverzoek te beslissen. Op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de bestuursrechter bevoegd om op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.