← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:3712

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/2949 uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 juni 2025 in de zaak tussen [verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster, en Autoriteit Persoonsgegevens, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft op 13 mei 2025 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Overwegingen

  1. Uit artikel 8:81 van de Algemene wetbestuursrecht (Awb) vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening moet voldoen aan de vereisten van (formele en materiële) ‘connexiteit’. Zo moet er naast het verzoek om een voorlopige voorziening ook sprake zijn van een bezwaar- of beroepszaak. Dit is het formele connexiteitsvereiste. Daarnaast moet wat een verzoeker met zijn verzoek wil bereiken ook betrekking hebben op de inhoud van het aangevochten besluit. Dit is het materiële connexiteitsvereiste.
  2. Verzoekster heeft (pro forma) gevraagd om een voorlopige voorziening in een beroepsprocedure met verweerder. Zij heeft deze ingediend vanwege geldnood en om voor zichzelf rust te creëren. Daarbij heeft zij een mail van een medewerker van Reade, een brief van het Openbaar Ministerie van 26 oktober 2022 en een brief van de gemeente [woonplaats] van 23 oktober 2020 overgelegd.
  3. Met de brief van 13 mei 2025 is verzoekster erop gewezen dat het verzoekschrift niet voldoet aan de voorwaarden die aan een verzoekschrift worden gesteld. Verzoekster is verzocht toe te lichten met welk besluit zij het niet eens is, de gronden van haar verzoek mede te delen, het spoedeisend belang te onderbouwen en een kopie van het besluit waar zij het niet mee eens is toe te sturen. Verzoekster is verzocht om binnen één week dit verzuim te herstellen. Verder is in deze brief expliciet vermeld dat het niet toesturen van de gevraagde stukken kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het verzoekschrift.
  4. De voorzieningenrechter constateert dat verzoekster niet binnen de hersteltermijn heeft toegelicht met welk besluit zij het niet eens is en geen kopie van het besluit waar zij het niet mee eens is heeft meegestuurd. De nadere stukken die verzoekster heeft ingediend zijn geen stukken waaruit de formele en materiële connexiteit blijkt. Zo heeft verzoekster een dwangbevel van het Noordelijk belastingkantoor en een brief van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) van 19 februari 2025 overgelegd. Tegen het dwangbevel kan verzoekster alleen in verzet en de brief van de AIVD is geen besluit zoals bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.
  5. De voorzieningenrechter ziet niet hoe zij verzoekster behulpzaam kan zijn in haar verzoek. Het verzoek moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Verberne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.Y. Exterkate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 juni
  6. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.