Rechtbank Amsterdam – ECLI:NL:RBAMS:2025:3768
RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht kantonrechter: mr. E.J. Otten zaaknummer: 11623709 WM VERZ 25-3282 beslissing van: 15 mei 2025 func.: 58217 Beslissing van de kantonrechter van 15 mei 2025 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van: [betrokkene] [adres] verder: betrokkene Namens wie beroep is ingesteld door:
Verkeersboete.nl mr. N.G.A. Voorbach verder: gemachtigde welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 10 mei 2024 en is gericht tegen de beslissing van 30 april 2024 van de officier van justitie (verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979.
CJIB-nummer: [nummer] VERLOOP VAN DE PROCEDURE Verweerder heeft de inleidende beschikking in de zaak met voormeld CJIB-nummer, waar mr. N.G.A. Voorbach van Verkeersboete.nl namens betrokkene als gemachtigde is opgetreden, vernietigd. Bij een op 23 april 2024 gedateerde beslissing heeft verweerder betrokkene een proceskostenvergoeding van € 78,00 geboden voor de verleende rechtsbijstand. Tegen die beslissing heeft gemachtigde vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter, dat nu aan de orde is. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 1 mei 2025. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Namens gemachtigde is de heer [naam 1] bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep gegrond is.
GRONDEN VAN DE BESLISSING 1. De kantonrechter stelt vast dat de inleidende beschikking inmiddels is vernietigd, zodat nu alleen nog beslist dient te worden over de hoogte van de aan de gemachtigde toe te kennen proceskosten.
Art. 13a lid 2 Wahv ziet slechts op het beroep bij de kantonrechter. Indien de verweerder zelfstandig een kostenvergoeding vaststelt in administratief beroep, is die gebaseerd op art. 7:28 Awb, en dit artikel kent geen verminderingsfactoren en is tekstueel niet aangepast door de Wet Herwaardering, zoals dat wel is gedaan voor de WOZ.Verder voert gemachtigde aan dat uit het amendement van [naam 2] c.s. volgt expliciet dat uitsluitend is beoogd om art. 13b van de Wahv niet te wijzigen, en ook niet art. 7:28 Awb. In het kader hiervan verwijst de gemachtigde naar een vraag van de BBB-fractie in de eerste kamer (EK 23-24 36 427). Ook stelt gemachtigde dat de reden van het amendement niet voldoende objectief zijn en niet onderbouwd.
Verder verwijst gemachtigde naar het arrest van de Hoge Raad van 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, waarin de Hoge Raad heeft overwogen dat de verlaagde procespuntwaarde in WOZ-zaken in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod. Indien de wetgever in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt dient sprake te zijn van een ‘objectieve’ én ‘redelijke’ rechtvaardiging. Die was er niet, aldus de Hoge Raad, r.o. 5.7 en 5.8. Door gemachtigde is verder onderbouwd waarom er geen sprake was van een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond. Subsidiair voert gemachtigde aan dat de wegingsfactor gemiddeld moet worden toegepast. In Woz-zaken wordt standaard wegingsfactor gemiddeld toegepast (zie bijv.
Hof Den Haag 30 augustus 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1767). Voor Woz-zaken is uitgebreid onderzoek gedaan naar de tijdsbelasting. Een vergelijkbaar onderzoek is bij de Mulderzaken niet gedaan. Gemachtigde verwijst naar overgelegde stukken van [naam 2] waaruit blijkt dat de opsteller van het amendement zich weinig in de materie heeft verdiept. Er is op geen enkele manier onderzocht of deze vergoeding nog wel kan worden aangemerkt als ‘redelijke’ tegemoetkoming in de kosten. Namens betrokkene wordt verzocht om een proceskostenvergoeding.
Proceskostenvergoeding 7. Namens betrokkene is door gemachtigde om een vergoeding van de proceskosten verzocht. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, wordt een proceskostenvergoeding toegekend.
BESLISSING De kantonrechter:
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Otten, kantonrechterrechter, in aanwezigheid van mr. I.K. van Weelden, griffier, en is in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter Datum verzending Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.