RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-372298-24 Datum uitspraak: 22 mei 2025 UITSPRAAK op de vordering van 6 februari 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 5 april 2024 door the Regional Court in Krakow, third Criminal Division (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1959, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , feitelijk verblijfadres: [feitelijk verblijfadres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting van 2 april 2025 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 april 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Kocabas, advocaat in Alkmaar, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. Tussenuitspraak van 16 april 2025 Bij haar tussenuitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat sprake is van een individueel reëel gevaar voor de opgeëiste persoon van schending van zijn grondrechten nu hij na overlevering in het remand regime in Polen terecht zal komen. De rechtbank heeft de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aangehouden, aangezien de mogelijkheid bestaat dat bij wijziging van de omstandigheden dit reële gevaar alsnog kan worden uitgesloten. Het onderzoek ter zitting is heropend en geschorst, waarbij de in artikel 11, vierde lid, OLW bedoelde redelijke termijn is vastgesteld op maximaal 30 dagen. De rechtbank heeft overwogen dat, wanneer binnen deze termijn geen wijzigingen in de omstandigheden zijn opgetreden, aan de overlevering geen gevolg zal worden gegeven op grond van artikel 11, eerste lid, OLW. Ook heeft de rechtbank de beslistermijn op grond van artikel 22, vierde lid aanhef en onder c, OLW verlengd met 60 dagen. De geschorste gevangenhouding is ook verlengd met 60 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Zitting van 22 mei 2025 De behandeling van het EAB is, met instemming van de raadsman en de officier van justitie, hervat op de zitting van 22 mei 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T. Kocabas, advocaat in Alkmaar en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan, waarvan deze uitspraak de schriftelijke uitwerking betreft. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraak van 16 april 2025 De rechtbank heeft bij haar tussenuitspraak van 16 april 2025 reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten. Deze overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank tevens geoordeeld over artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet is aangetoond dat sprake is van een individueel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Gelet op hetgeen hierna onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.