aRECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht Zaaknummer: AMS 24/6267 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2025 in de zaak tussen [eiser] en [eiseres] , uit [woonplaats] , eisers en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. E.D. Mensing van Charante). Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een traplift met twee bochten, het plaatsen van drempelhulpen en het ophogen van straatwerk op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). 1.
- Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 8 juli 2024 (het primaire besluit) afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 september 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eisers is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 20 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers en de gemachtigde van verweerder. 1.
- De rechtbank heeft na afloop van de zitting een brief van 25 maart 2025 aan partijen gestuurd waarin de op zitting gemaakte afspraken staan vermeld met als doel om in overleg te proberen tot een oplossing te komen. Eisers hebben de rechtbank met hun brief van 24 april 2025 geïnformeerd over hun contact met verweerder na afloop van de zitting. Deze brief is door de rechtbank aan verweerder doorgestuurd met een brief van 29 april
- De rechtbank heeft reden gezien om de door partijen gevoerde correspondentie na afloop van de zitting bij verweerder op te vragen. De rechtbank heeft deze informatie op 28 april 2025 van verweerder ontvangen. 1.
- De rechtbank heeft het onderzoek heropend om de genoemde correspondentie aan het dossier te kunnen toevoegen en aan partijen gevraagd of zij zonder nadere zitting uitspraak mag doen. Eisers hebben op 3 juni 2025 telefonisch aangegeven dat zij geen nadere zitting wensen. Verweerder heeft niet meer gereageerd. Met (stilzwijgende) toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gebleven, waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten. Totstandkoming van het bestreden besluit
- Eisers zijn de ouders van [dochter] . Hun dochter is geboren op [geboortedatum] 2013 en is nu bijna twaalf jaar oud. Zij heeft een aangeboren spieraandoening en haar conditie is hierdoor beperkt. Zij moet daarom onder andere gebruik maken van een handbewogen rolstoel met elektrische ondersteuning en een driewielfiets met elektrische ondersteuning voor het verplaatsen buitenshuis en op school.
- Eisers zijn in juli 2024 verhuisd naar een nieuwe (koop)woning in Amsterdam-West aan de [adres] . Het betreft een eengezinswoning met twee verdiepingen. Zij wonen daar samen met hun dochter en zoon. Omdat de woning niet volledig geschikt is voor hun dochter, hebben eisers verweerder om woonruimte aanpassingen verzocht.
- Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Volgens verweerder zijn eisers verhuisd naar een woning terwijl zij wisten dat deze woning - met hoogteverschillen en trappen - niet langdurig geschikt is voor hun dochter. Verweerder heeft het primaire besluit gebaseerd op het advies van Argonaut van 13 juni 2024 (het advies).
- Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard en het primaire besluit gehandhaafd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de aanvraag voor een traplift terecht is afgewezen en dat het straatwerk niet wordt opgehoogd, omdat eisers voorzienbaar ongeschikt zijn verhuisd. Volgens verweerder zijn de redenen die eisers noemen om te verhuizen naar de nieuwe woning in Amsterdam-West invoelbaar maar vormen deze geen bijzondere feiten of omstandigheden, die maken dat er aanleiding bestaat om in dit geval ten gunste van eisers af te wijken van het vaste beleid van de gemeente. Het advies is goed en zorgvuldig tot stand gekomen en mocht daarom aan zijn besluitvorming ten grondslag worden gelegd. Er bestaat geen reden om een uitzondering te maken op grond van de hardheidsclausule. Beoordeling door de rechtbank
- De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag voor woningaanpassingen terecht heeft afgewezen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eisers.
- De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Dit bekent dat eisers gelijk krijgen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Standpunt van eisers
- Eisers betwisten dat zij voorzienbaar ongeschikt zijn verhuisd. Zij zijn verhuisd vanwege de beperkingen van hun dochter en omdat het huis waarin zij samenwoonden als gezin niet langer geschikt was. Vanwege de krappe woningmarkt, het budget van eisers en de behoeftes van hun dochter is het niet gelukt om een nog geschiktere woning te vinden in Amsterdam-West, het stadsdeel waar zij zijn geworteld en werkzaam zijn. Voor een gelijkvloerse woning zouden zij niet in aanmerking zijn gekomen omdat hun dochter binnenshuis nog loopt. Eisers verwijzen naar paragraaf 4.
- van de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam juli 2024 (de Nadere regels). In hun geval is er geen woning beschikbaar gebleken waarvoor geen aanpassingen nodig waren binnen een redelijke termijn. Verweerder heeft dit niet beoordeeld, zodat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Eisers vinden dat zij veel geschikter zijn verhuisd omdat zij hun dochter beter persoonlijk kunnen verzorgen. Daarnaast staat de woning in hun oude buurt. Zij kunnen de woning langdurig geschikt maken na investeringen van hun kant en met een beroep op de Wmo
- Op deze manier hoeven zij bovendien ook geen aanspraak te maken op een gehandicaptenwoning. Eisers stellen verder dat als zij nog geschikter hadden kunnen verhuizen, zij geen aanpassingen hadden hoeven aan te vragen. In dat geval hadden zij een verhuisvergoeding aangevraagd. Volgens eisers kan het niet zo zijn dat je bij een verhuizing nooit meer recht hebt op een vergoeding. Eisers benadrukken dat zij de vorige traplift in hun oude woning ook al zelf hebben betaald. Deze bedragen kunnen zij niet zomaar ophoesten. Eisers doen verder een beroep op het evenredigheidsbeginsel. Het kan volgens eisers niet zo zijn dat verweerder een aanvraag om hulpmiddelen afwijst omdat niet aan de onhaalbare eis is voldaan om in Amsterdam een betaalbare gelijkvloerse woning te vinden. Als gevolg hiervan wordt voorbij gegaan aan het doel om problemen op de kleinste, meest lokale niveau aan te pakken, consistent en oplossingsgericht. De hardheidsclausule is dan ook ten onrechte niet toegepast. Beoordelingskader 9.
- Een maatwerkvoorziening is een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen. De maatwerkvoorziening moet rekening houden met de uitkomsten van het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en een passende bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de betrokkene, en deze in staat stellen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te blijven wonen. 9.
- Volgens de regelgeving van de gemeente kan een persoon in aanmerking komen voor een woonvoorziening als hij aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning, en alles heeft gedaan om een geschikte woning te bewonen. Een woonruimteaanpassing is alleen mogelijk wanneer deze langdurig noodzakelijk is en verhuizing niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. Volgens het beleid van de gemeente wordt een woonvoorziening verstrekt om beperkingen bij het normale gebruik te compenseren. Als vast is komen te staan dat compensatie geboden moet worden c.q. een voorziening moet worden toegekend dan biedt het college deze door de goedkoopst adequate voorziening te verstrekken. 9.
- In paragraaf 4.8.2 Woonruimteaanpassingen van de Nadere regels staat onder het kopje Uitsluitingen onder andere het volgende vermeld: d. Verhuizing naar ongeschikte woning Bij verhuizing naar een ongeschikte woning komen de noodzakelijke aanpassingen niet voor vergoeding in aanmerking, omdat bij een dergelijke verhuizing de problemen voorzienbaar waren. En verderop: Eigenaar/bewoner Bij aankoop van een (nieuwbouw)woning worden geen woonvoorzieningen verstrekt als ten tijde van het sluiten van het definitieve koopcontract te voorzien was dat in deze woonruimte aantoonbare beperkingen zouden worden ondervonden. Zou een hoger bedrag dan het in het Financieel besluit vastgelegde bedrag nodig zijn, dan is men voor verstrekking vanuit de Wmo verkeerd verhuisd. Het is dus van belang dat vooraf, in opdracht van het college, een bouwkundige beoordeelt of de woning geschikt is en wat de eventuele kosten van een noodzakelijke woningaanpassing zullen zijn. Zijn eisers verhuisd naar een ongeschikte woning?
- Verweerder heeft zich beroepen op paragraaf 4.8.2 Woonruimteaanpassingen. Die bepaling beoogt vergoeding van voorzienbare kosten bij een verhuizing te voorkomen. In een situatie als die van [dochter] is sprake van voorzienbare kosten zowel in het geval waarin niet zou zijn verhuisd, als in de nu voorliggende situatie. Een redelijke (en evenredige) toepassing van die bepaling brengt dan met zich om in kaart te brengen wat het verschil in kosten tussen de oude en de nieuwe situatie is. Verweerder heeft dat niet voorafgaande aan het bestreden besluit gedaan, maar eerst na de zitting bij de rechtbank verder onderzoek gedaan. Het bestreden besluit strijdt daarmee zowel met artikel 3:2 als artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- De rechtbank volgt verweerder ook overigens niet in zijn standpunt dat eisers voorzienbaar naar een ongeschikte woning zijn verhuisd en daarom niet in aanmerking komen voor woonruimte aanpassingen.
- Eisers hebben in bezwaar en beroep toegelicht waarom hun oude woning niet langer geschikt was. Hun dochter van bijna twaalf jaar oud heeft meer hulp nodig bij persoonlijke verzorging en hun oude woning werd hiervoor te krap. Een tweede wc was noodzakelijk. Daarnaast sliep het gezin in het souterrain hetgeen - gelet op de kwetsbare longen van hun dochter - niet goed was.
- Ook hebben eisers uitgebreid toegelicht waarom zij vorig jaar zijn verhuisd. Zij hebben onder meer uitgelegd dat zij in de nieuwe woning een veel grotere (zelf aangepaste) doucheruimte kunnen realiseren en ruimte hebben voor een aangepaste wc op de begane grond zodat zij hun dochter beter kunnen verzorgen. Daarnaast is er plek voor de rolstoel en aangepaste fiets van hun dochter. Ook staat de woning in de oude buurt, zodat hun dochter met haar vriendjes en vriendinnetjes kan blijven spelen. Zij niet van school hoeft te veranderen en volgend jaar zelfstandig met de metro naar haar middelbare school kan reizen.
- De rechtbank stelt vast dat tussen partijen de medische grondslag van het bestreden besluit niet in geschil is. Evenmin is in geschil dat de dochter van eisers substantieel zorg en ondersteuning nodig heeft. Het is aannemelijk dat eisers recht zouden hebben gehad op woonruimteaanpassingen van hun oude woning als zij niet zouden zijn verhuisd. De rechtbank stelt ook vast dat de probleempunten voor [dochter] die door eisers zijn genoemd ten aanzien van hun oude woning in het advies zijn overgenomen. Hieruit volgt bijvoorbeeld dat de luchtkwaliteit van de benedenverdieping als slecht is benoemd en dat de dochter van eisers in de nacht ademhalingsondersteuning nodig heeft. Verweerder heeft dit niet bestreden. Die woning kan dus niet onverkort als geschikt gelden.
- Eisers hebben onbestreden en overtuigend toegelicht waarom de nieuwe woning voor hen de meest geschikte beschikbare woning is. Dan kan verweerder niet volstaan met de stelling dat de nieuwe woning ongeschikt is; eens te minder indien dat leidt tot een integrale weigering van op zich noodzakelijke maatschappelijke ondersteuning. Ook in dit opzicht is sprake van strijd met de artikelen 3:2 en 3:4 van de Awb.
- Dat zij verweerder niet meteen hebben geïnformeerd over hun verhuisplannen, kan eisers niet zo zwaar worden aangerekend door de aanvraag in het geheel af te wijzen, waarbij de rechtbank er ook nog op wijst dat niet alleen eisers, maar ook de minderjarige [dochter] feitelijk wordt getroffen door een dergelijke weigering. Hoe nu verder?
- Eisers hebben ondersteuning aangevraagd voor het plaatsen van een traplift, drempelhulpen en het ophogen van straatwerk. Hierdoor wordt hun dochter in staat gesteld om in haar eigen leefomgeving te blijven wonen en daar te kunnen participeren. Niet in geschil is dat het hierbij gaat om adequate voorzieningen die langdurig geschikt zijn.
- Op zitting is besproken dat eisers op eigen kosten een tweedehandstraplift hebben aangeschaft voor € 5.000,-. De noodzaak daarvan is op zich niet in geding. Partijen hebben verder na afloop van de zitting overleg gevoerd. Op 10 april 2025 heeft een huisbezoek plaatsgevonden. Van der Leij Onderhoud & Restauratie B.V. heeft op 17 april 2023 een offerte uitgebracht voor (kort gezegd) het ophogen van het straatwerk en plaatsen van de drempelhulpen. De totale kosten daarvan zijn € 15.786,28 (inclusief BTW). De kosten van de elektrische deuropeners zoals genoemd in de e-mail van verweerder van 18 april 2025 laat de rechtbank buiten beschouwing, omdat die deuropeners in deze procedure niet voorliggen (zij maakten ook geen deel uit van de aanvraag). Het staat eisers vrij om deze voorziening aan te vragen, zoals ook is overwogen in het bestreden besluit onder het kopje Hoorzitting.
- Volgens eisers is het bedrag van € 15.786,28 te hoog ingeschat. Na overleg met de aannemer verwachten zij dat de kosten, met ook een grotere inbreng van henzelf, maximaal € 10.000,- bedragen. Een oprit aan de achterkant van het huis is niet nodig, alleen aan de voorkant, aldus eisers. Verwijdering van de boom is verder niet nodig, Er is ook geen kraan nodig om het zand te verplaatsen, dat kan binnendoor. De andere voorbereidingen voor het werk kunnen eisers zelf uitvoeren en moeten dus niet in de kostenberekening meegenomen worden. Zoals ook besproken met de aannemer kunnen stenen die eisers al hebben, gebruikt worden en kunnen die ook buiten de offerte worden gelaten. Die bedraagt dan maximaal nog € 10.000,-. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is dus gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Verweerder heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen en geen belangenafweging gemaakt. De rechtbank ziet reden om dit geschil finaal te beslechten en zal daarom zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit te herroepen en de gevraagde en hiervoor omschreven binnen dit geding vallende voorzieningen toe te kennen in de vorm van een vergoeding aan eisers voor de kosten van woningaanpassingen tot in totaal maximaal € 15.000,-; een en ander na overlegging door eisers van de facturen terzake.
- Eisers krijgen het griffierecht terug. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het bestreden besluit; - herroept het primaire besluit, bepaalt dat verweerder overgaat tot vergoeding van de aangevraagde voorzieningen tot een maximumbedrag van € 15.000,- na overlegging van de offertes door eisers en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit; - draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van mr. S.E. Berghout, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 10 juni
- griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen (https://mijn.rechtspraak.nl/keuze)” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie de artikelen 1.1.1, eerste lid, 2.3.2, vierde lid en 2.3.5, derde lid, van de Wmo
- Dit staat in artikel 4.7, eerste en tweede lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015, versie januari 2024 (de hier van toepassing zijnde Verordening). Dit staat in de Nadere regels, paragraaf 4.8 Woonvoorzieningen, pagina 47 en verder.