← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:4043

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER RK nummer: 007818-25 Datum beschikking: 11 juni 2025 BESCHIKKING op het klaagschrift ex artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager] , geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1995, woonplaats kiezend op het kantoor van zijn raadsman mr. M. Jonk, [adres] , hierna: klager. 1Procesgang Het klaagschrift is op 25 maart 2025 ingediend op de griffie van deze rechtbank. De rechtbank heeft op 11 juni 2025 het klaagschrift behandeld en de gemachtigde raadsvrouw van klager, mr. T. Novakovic, die waarneemt voor mr. M. Jonk, beiden advocaat in Amsterdam, en de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, in openbare raadkamer gehoord. Klager is niet verschenen. 2Feiten en omstandigheden De Franse autoriteiten hebben door middel van een Europees onderzoeksbevel (EOB) van 4 december 2024 verzocht om inbeslagname van, onder meer, een Mercedes met kenteken [kentekennummer] in verband met een strafrechtelijk onderzoek tegen klager ter zake van de verdenking dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals omschreven in genoemd EOB. Op 6 december 2024 is ter uitvoering van het EOB de betreffende personenauto onder klager in beslaggenomen. 3Inhoud klaagschrift en standpunt klager Het klaagschrift strekt tot teruggave van genoemde personenauto aan klager. De raadsvrouw heeft vooropgesteld dat zij de rechtbank Amsterdam bevoegd acht tot kennisneming van het klaagschrift. De verdediging stelt zich verder op het standpunt dat de auto terug moet naar klager wegens het ontbreken van strafvorderlijk belang om deze in beslag te nemen en te houden. 4Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank Amsterdam niet bevoegd is, nu de goederen in beslag zijn genomen te Nijkerk in het kader van een EOB. Het EOB wordt uitgevoerd door het Landelijke Parket in Zwolle. Nu Zwolle in het arrondissement Overijssel ligt, is de rechtbank Overijssel bevoegd om op het klaagschrift te beslissen. 5Het oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt als volgt. Uit artikel 5.4.10, derde lid, juncto artikel 552a, derde en vierde lid, van het wetboek van Strafvordering volgt dat het bevoegde gerecht de rechtbank is van het arrondissement waarbinnen de inbeslagneming is geschied of waar de vervolging is aangevangen. In het onderhavige geval is de vervolging (in Nederland) niet aangevangen en zijn de goederen in Nijkerk in beslag genomen in het kader van een EOB. Derhalve is de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, bevoegd tot afdoening van dit klaagschrift. Dat klager het klaagschrift heeft ingediend bij de rechtbank Amsterdam maakt niet dat hij niet-ontvankelijk is in zijn klaagschrift, maar dat dit dient te worden doorgezonden naar het bevoegde gerecht, te weten de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem. 6Beslissing De rechtbank verklaart zich ONBEVOEGD tot het afdoen van het klaagschrift en stelt de stukken in handen van de griffier teneinde het klaagschrift ter afdoening aan de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, te verzenden. Deze beslissing is op 11 juni 2025 gegeven en in het openbaar uitgesproken door: mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. L.F. Bögemann en D.M.S. Gribling, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. D. Kloos en G.S. Haas, griffiers,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.