← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:4440

RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/752830 / HA ZA 24-691 Vonnis van 26 maart 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. A.I. Keur, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, hierna te noemen: [gedaagde] , advocaat: mr. M.R. van Leeuwen. 1De procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 juni 2024, met producties, - de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie, met producties, - de conclusie van antwoord in reconventie, - het tussenvonnis van 16 oktober 2024, waarin de mondelinge behandeling is bepaald, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 februari 2025, met de daarin genoemde stukken, - het bericht van mr. Keur van 5 maart 2025 naar aanleiding van het proces-verbaal, - het e-mailbericht van mr. Van Leeuwen van 6 maart 2025 in reactie op de brief van mr. Keur over het proces-verbaal. 1.
  2. Daarna is een datum voor het vonnis bepaald. 2De feiten 2.
  3. [eiser] verzorgt onder de naam ‘Enneagram Nederland’ opleidingen op het gebied van het ‘enneagram’. Het enneagram is een model voor persoonlijke ontwikkeling op basis van negen persoonlijkheidstypen. 2.
  4. [eiser] heeft in de periode 1998-2001 een opleiding gevolgd tot ‘Enneagram Teacher in the Narrative Tradition’. Daarna is [eiser] zelf opleidingen gaan geven. [eiser] is als zogeheten enneagramschool geaccrediteerd door de International Enneagram Association. [eiser] heeft meerdere boeken geschreven over het enneagram, onder meer: ‘Typisch Coachen, Typisch Counselen’ (hierna: TCTC) en ‘Enneagram door dummies’ (EvD). 2.
  5. [gedaagde] is in 2014 voor zichzelf begonnen als business-coach. Zij is destijds in aanraking gekomen met het enneagram via een coach die haar begeleidde. 2.
  6. Partijen hebben elkaar in 2015 leren kennen. In 2016 heeft [eiser] [gedaagde] ingehuurd voor marketingwerkzaamheden. 2.
  7. Op enig moment besloot [gedaagde] om een cursus over het enneagram bij [eiser] te gaan volgen. [gedaagde] heeft zich samen met haar partner ingeschreven voor het ‘Enneagram Professional Training Programma’. In november 2021 heeft zij het eerste deel van de opleiding ‘Enneagram Intensief’ gevolgd. In 2022 heeft zij het diploma ‘Enneagram Practitioner’ behaald. In 2023 heeft [gedaagde] het examen ‘Enneagram Type Analyst’ behaald en is zij gestart met de opleiding ‘Enneagram Coach & Counselor’. Daarvan heeft zij alle opleidingsdagen afgerond maar het examen heeft zij niet afgelegd. 2.
  8. In januari 2023 heeft [gedaagde] het boek ‘Hoe word je een Topcoach’ (hierna: het e-book) geschreven. Vanaf maart 2023 stond het e-book openbaar en gratis te downloaden op haar website. 2.
  9. In april 2023 is [gedaagde] een eigen ‘Enneagram community’ gestart. Op dit online platform deelt zij wat zij heeft geleerd en oefent zij hiermee met haar klanten. Het platform is niet openbaar, maar alleen toegankelijk voor haar klanten. 2.
  10. Op 29 november 2023 heeft [eiser] aan [gedaagde] een e-mailbericht gestuurd dat zij (samengevat) heeft geconstateerd dat [gedaagde] haar werk heeft gekopieerd in het e-book en heeft zij [gedaagde] gesommeerd om het e-book van de website te verwijderen. 2.
  11. [gedaagde] heeft op 13 februari 2024 gereageerd dat zij het e-book van haar website heeft verwijderd, maar dat zij het werk van [eiser] niet heeft gekopieerd en dat zij gebruik heeft gemaakt van haar eigen interpretatie van het enneagram-model. 2.
  12. Hierna hebben de advocaten van partijen gecorrespondeerd over de door [eiser] gestelde inbreuk op haar auteursrechten en heeft [eiser] [gedaagde] gesommeerd om ieder onrechtmatig handelen, waaronder de inbreuken op intellectuele eigendomsrechten, te staken. [gedaagde] heeft gezegd geen gehoor te geven aan de sommatie en [gedaagde] heeft [eiser] verzocht om concrete voorbeelden van inbreuken te geven. Op 8 mei 2024 heeft de advocaat van [eiser] een lijst, genummerd van 1 tot en met 31, met voorbeelden van door haar geconstateerde gelijkenissen toegestuurd met nogmaals de sommatie om de inbreuken te staken. 3Het geschil in conventie 3.
  13. [eiser] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. te verklaren voor recht dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] door: a. de feitelijk onjuiste uitlatingen dat [gedaagde] gecertificeerd Enneagram Coach en Counselor is en gecertificeerd Enneagram Professional; b. de inbreuken op auteursrechten van [eiser] bestaande uit het zonder toestemming kopiëren en verspreiden van werk van [eiser] , waaronder het e-book, het zonder bronvermelding presenteren van werk van [eiser] als eigen werk en het verminken van werk van [eiser] : II. [gedaagde] te bevelen binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, haar onrechtmatig handelen jegens [eiser] , waaronder de inbreuken op de intellectuele eigendomsrechten van [eiser] , te staken en gestaakt te houden; III. [gedaagde] te veroordelen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis, op controleerbare wijze de mededeling te verspreiden aan alle ontvangers van het e-book dat het e-book wegens inbreuk op auteursrechten van [eiser] niet meer wordt verspreid; IV. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 5.000,00 aan [eiser] voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het gevorderde onder II. en/of III., alsmede € 1.
  14. per dag dat de overtreding voortduurt; V. te verklaren voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de als gevolg van haar handelen door [eiser] geleden schade; VI. [gedaagde] te veroordelen de door [eiser] geleden schade te vergoeden, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met wettelijke rente, dan wel de schade in het vonnis te begroten; VII. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de volledige proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met wettelijke rente. 3.
  15. [eiser] legt aan haar vorderingen twee verwijten ten grondslag. Ten eerste heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld omdat zij zichzelf ‘gecertificeerd Enneagram Coach en Counselor’ noemt terwijl zij de opleiding niet heeft afgerond. Ook noemt zij zich ‘gecertificeerd Enneagram Professional”, terwijl dat certificaat niet eens bestaat. Ten tweede maakt [gedaagde] inbreuk op de auteursrechten van [eiser] . De boeken die [eiser] heeft geschreven, TCTC en EvD, en al het andere (studie)materiaal dat door [eiser] is gemaakt in het kader van de opleiding die zij geeft, zijn auteursrechtelijk beschermde werken. [gedaagde] heeft deze werken gekopieerd en gebruikt in haar eigen e-book en cursusmateriaal. [eiser] heeft dit onderbouwd met lijsten van voorbeelden van inbreuken met vergelijkingen tussen haar werk en het materiaal van [gedaagde] . 3.
  16. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft verschillende opleidingen op het gebied van enneagrammen gevolgd bij [eiser] en mag daar zich daar ook over uitlaten. Bovendien is de titel niet beschermd. Voor zover [gedaagde] de titel al niet zou mogen voeren, is dat nog niet onrechtmatig jegens [eiser] . [gedaagde] betwist dat zij inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] . Ten eerste is de theorie van het enneagram op zichzelf niet beschermd en als [gedaagde] daarover schrijft, is dat dan ook geen inbreuk op het auteursrecht van [eiser] . Daarnaast staat in het voorwoord van TCTC dat uitdrukkelijk wordt gestimuleerd om de inhoud van het boek te verspreiden. [gedaagde] heeft dat gedaan door het te gebruiken in haar coachingspraktijk en zij heeft daarbij altijd de bron, de boeken van [eiser] vermeld. Verder heeft [gedaagde] verweer gevoerd tegen de lijst met voorbeelden waarin volgens [eiser] sprake is van auteursrechtinbreuk. 3.
  17. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. in voorwaardelijke reconventie 3.
  18. [gedaagde] vordert voorwaardelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis – voor zover de rechtbank oordeelt dat [gedaagde] geen gebruik mag maken van de interpretatie van het enneagram-model van [eiser] – om [eiser] te veroordelen tot betaling van € 11.653,15, te vermeerderen met de wettelijke rente en volledige proceskosten. 3.
  19. [gedaagde] legt aan haar vordering ten grondslag dat als de rechtbank oordeelt dat [gedaagde] geen gebruik meer mag maken van de interpretatie van het enneagram-model van [eiser] , de opleiding bij [eiser] feitelijk geen doel heeft gehad voor [gedaagde] . In dat geval moet [eiser] de kosten van deze opleiding aan [gedaagde] terugbetalen. 3.
  20. [eiser] voert verweer. 3.
  21. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie 4.
  22. Het geschil tussen partijen gaat over twee verwijten die [eiser] haar oud-cursist [gedaagde] maakt. De rechtbank zal deze verwijten achtereenvolgens bespreken. Onrechtmatige uitlatingen? 4.
  23. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens haar gehandeld door uitlatingen te doen die feitelijk onjuist zijn. [gedaagde] zegt namelijk dat zij ‘gecertificeerd Enneagram Coach en Counselor’ is, terwijl zij dat niet is omdat zij niet haar opleiding heeft afgerond. Ook noemt zij zich ‘gecertificeerd Enneagram Professional’, terwijl dat certificaat niet eens bestaat. Dat is onrechtmatig jegens [eiser] schadelijk voor haar reputatie als opleidingsinstituut, aldus [eiser] . 4.
  24. [gedaagde] heeft de opleiding ‘Enneagram Coach en Counselor’ bij [eiser] gevolgd maar heeft niet het examen gedaan (zie 2.5). Zij heeft dus geen certificaat voor deze opleiding ontvangen. De uitlating dat [gedaagde] een ‘gecertificeerd Enneagram Coach en Counselor’ is (zoals opgenomen in het e-book) is dus niet juist. Ook niet juist is de uitlating dat [gedaagde] een ‘gecertificeerd Enneagram Professional’ is, aangezien er geen certificaat met deze benaming bestaat. Een onjuiste uitlating is echter niet per definitie ook onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW. [eiser] stelt dat deze uitlatingen onrechtmatig jegens haar zijn omdat zij degene is die de certificaten afgeeft. Deze onderbouwing is te algemeen en niet toereikend. Voor dat standpunt zijn aanvullende omstandigheden nodig en die heeft [eiser] niet gesteld of onderbouwd. Daarnaast heeft [eiser] ook onvoldoende onderbouwd dat de bewuste uitlatingen daadwerkelijk (reputatie)schade hebben veroorzaakt. Dit maakt dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld. De vorderingen van [eiser] die daarop zien worden afgewezen. Auteursrechtinbreuk? 4.
  25. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] daarnaast inbreuk gemaakt op haar auteursrechten, door haar werk zonder toestemming te kopiëren en te verspreiden in het e-book en in de cursussen die [gedaagde] geeft. 4.
  26. De rechtbank stelt voorop dat het auteursrecht [eiser] geen exclusieve rechten verleent op het enneagram-model of op de wijze waarop zij dat model toepast. Ideeën, methoden en theoretische modellen genieten als zodanig immers geen bescherming van het auteursrecht. Het staat dus een ieder vrij om cursussen te geven over het enneagram, anderen te coachen aan de hand van het enneagram of een boek daarover te schrijven. 4.
  27. Wel auteursrechtelijk beschermd zijn de boeken die [eiser] over het enneagram heeft geschreven, TCTC en EvD, in het bijzonder de eigen creatieve keuzes die zij in het schrijfproces heeft gemaakt. Stelplicht en bewijslast dat [gedaagde] inbreuk op haar auteursrechten heeft gemaakt, rusten op [eiser] . Daarvoor volstaat niet de stelling dat het e-book en al het lesmateriaal van haar gekopieerd zijn. Het is aan [gedaagde] om aan de hand van concrete voorbeelden te onderbouwen welke passages uit het e-book of lesmateriaal van [gedaagde] een inbreuk vormen op de werken van [eiser] . 4.
  28. De rechtbank zal eerst ingaan op de vraag of het e-book van [gedaagde] inbreuk maakt op de auteursrechten van [eiser] . E-book geen inbreuk 4.
  29. Volgens [eiser] is de inhoud van het e-book in grote lijnen een kopie van hoofdstuk 3 van haar boek TCTC. Ter onderbouwing heeft zij in productie 9 het e-book in de kantlijn voorzien van commentaar en verwijzingen naar passages in TCTC. 4.
  30. [gedaagde] betwist dat het e-book een kopie is van TCTC. Maar al was dat anders, dan nog zou volgens [gedaagde] geen sprake kunnen zijn van een auteursrechtinbreuk omdat [eiser] toestemming heeft gegeven om TCTC te verveelvoudigen. Dit verweer slaagt, gelet op het volgende. 4.
  31. Een auteursrechthebbende heeft het exclusieve recht om zijn of haar werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. De rechthebbende kan een ander dus verbieden het werk te verveelvoudigen, maar kan daar ook toestemming voor geven. Veelal wordt in het colofon van een boek opgenomen dat zonder toestemming van de rechthebbende niets uit het boek mag worden overgenomen. In het colofon van TCTC staat het tegenovergestelde: “Het is onze uitdrukkelijke wens dat alles in deze uitgave zoveel mogelijk wordt gedeeld, verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Dit geldt ook voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilaties of andere werken (artikel 16 Auteurswet 1912), in welke vorm dan ook, en hiervoor hoe je je niet tot de uitgever te wenden. Het is onze uitdrukkelijke wens dat het goede dat dit werk kan voortbrengen bij zoveel mogelijk mensen terecht zal komen en wij zijn je erkentelijk als je hieraan bijdraagt. (…) Als je dit boek dusdanig waardeert dat je het (of onderdelen hieruit) wilt delen met anderen (op welke wijze dan ook), dan waarderen wij het op onze beurt dat je dit boek als bron vermeldt. Ook stellen wij het zeer op prijs als je ons laat weten dat en hoe je dit werk verder verspreidt zodat wij weten welke vruchten onze inspanningen afwerpen. Laten wij allen onze bronnen eren!” 4.
  32. Volgens [eiser] heeft zij hiermee niet bedoeld toestemming te geven om het boek te kopiëren en kan dit voorwoord niet als vrijbrief worden gezien. Het is volgens [eiser] haar manier geweest om te zeggen dat als iemand iets overneemt, dan wel de bron moet worden vermeld. 4.
  33. Deze uitleg wordt niet gevolgd. Voor een willekeurige lezer van het boek is deze uitleg immers niet kenbaar. In het colofon staat ondubbelzinnig dat het de wens van [eiser] is dat alles in TCTC zoveel mogelijk wordt gedeeld en verveelvoudigd zonder haar voorafgaande toestemming. Deze bewoording kan alleen maar zo worden begrepen dat zij haar toestemming op voorhand aan een ieder verleent. Niet gebleken is dat dit voor [gedaagde] anders lag en dat zij er niet op heeft mogen vertrouwen uit TCTC te kunnen putten. Daarbij weegt de rechtbank mee dat [gedaagde] onbetwist heeft gesteld dat [eiser] haar cursisten tijdens de opleiding stimuleerde om het enneagram zoveel mogelijk te gebruiken en te delen. 4.
  34. Voor zover [eiser] heeft bedoeld dat [gedaagde] inbreuk op haar persoonlijkheidsrechten (als bedoeld in artikel 25 Aw) heeft gemaakt door ‘verminking’ van haar werk, heeft zij dit standpunt onvoldoende onderbouwd. 4.
  35. De conclusie luidt dat het e-book geen inbreuk maakt op de auteursrechten van [eiser] op TCTC. Overig lesmateriaal 4.
  36. Daarnaast heeft [eiser] gesteld dat het lesmateriaal dat in de online omgeving van [gedaagde] stond afkomstig is uit TCTC, EvD of ander lesmateriaal van [eiser] . Voor zover dit materiaal uit TCTC zou komen, geldt op basis van het voorgaande dat [eiser] voor het gebruik daarvan toestemming heeft gegeven. Daarmee vervallen de voorbeelden uit de lijst van productie 7 van [eiser] die betrekking hebben op TCTC en alle voorbeelden uit de lijst van productie 20 omdat die volgens [eiser] allemaal op TCTC zien. Daardoor resteren slechts nog enkele voorbeelden uit productie 7 en de voorbeelden uit productie
  37. 4.
  38. Productie 19 is een eindscriptie van een medecursist van [gedaagde] . De stelling van [eiser] is dat hieruit volgt wat zij heeft gedoceerd tijdens de opleiding en dat daaruit afgeleid zou kunnen worden wat [gedaagde] allemaal uit de opleiding heeft overgenomen. Dit standpunt wordt niet gevolgd. Ten eerste heeft [eiser] geen auteursrecht op deze scriptie dus enige inbreuk op deze scriptie zelf kan niet worden vastgesteld. Maar ook anderszins kan uit een scriptie van een medecursist niet worden afgeleid dat [gedaagde] auteursrechtelijk beschermde elementen heeft overgenomen uit werken van [eiser] . 4.
  39. Van de voordbeelden uit productie 7 van [eiser] resteren de nummers 1, 9, 10, 11 en 24 tot en met
  40. Deze zal de rechtbank achtereenvolgens, indien mogelijk gebundeld, beoordelen. 4.
  41. Nummer 1 is een drie regels tellend citaat van pagina 196 EvD: Keep your mind clear and cool Keep your heart open and warm Keep your body relaxed and solid [eiser] heeft producties overgelegd waaruit zou moeten blijken dat [gedaagde] dit citaat heeft opgenomen in een ‘Enneagram Deep Dive’ sessie op 14 september

(1a), in een blog van 14 september
(1b)en in een videopresentatie
(1c). [gedaagde] heeft niet ontkend dat zij het citaat inderdaad in deze drie uitingen heeft gebruikt. Zij heeft aangevoerd dat één van de deelnemers van de ‘deep dive’ met dit citaat kwam, waarna [gedaagde] het op het scherm had gezet. Ook in die situatie is [gedaagde] echter degene die het citaat verveelvoudigt en openbaar maakt. De quote had een geldig citaat kunnen zijn als [gedaagde] de bron had vermeld, maar dat heeft zij niet gedaan. Verder wordt het betoog van [gedaagde] dat deze quote in allerlei varianten op het internet is terug te vinden niet gevolgd, omdat zij dit niet op enige manier inzichtelijk heeft gemaakt. [eiser] heeft gesteld en onderbouwd dat zij de auteur van deze drie regels is en dat dit uit haar boek EvD afkomstig is. Daarom wordt voor voorbeeld 1 geoordeeld dat [gedaagde] inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] . 4.
  1. Voorbeeld 9 en 10 komen volgens [eiser] uit een flip-over van haar 5-daagse training Enneagram Intensief: Voorbeeld nr 9: Voorbeeld nr 10: 4.
  2. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] uitingen 9 en 10 gebruikt in een ‘deep dive’ van het enneagram op 21 juni
  3. De flip-over van [eiser] is echter niet overgelegd, alleen daarom is al niet te beoordelen in hoeverre [gedaagde] deze schema’s heeft gekopieerd. Nu de flip-overs van [eiser] ontbreken komt de rechtbank ook niet toe aan de vraag of de schema’s auteursrechtelijk beschermde werken van [eiser] betreffen. Kortom, ten aanzien van voorbeeld 9 en 10 kan geen auteursrechtinbreuk worden vastgesteld. 4.
  4. Voorbeeld 11 betreft twee pagina’s uit EvD over het verhaal van de ‘yogi, de monnik en de fakir’. [gedaagde] heeft een scan of kopie van deze pagina’s opgenomen in een online cursus. [gedaagde] heeft desgevraagd op zitting verteld dat dit een algemeen en veelgebruikt model is en dat deze vertelling niet van [eiser] is. Verder heeft [gedaagde] toegelicht dat zij dit stuk tijdens de coachingsessies heeft voorgelezen, waarbij zij heeft vermeld dat het uit het boek van [eiser] afkomstig is, en het niet openbaar op haar website stond maar alleen beschikbaar was in de online omgeving voor haar coachees om het later terug te kunnen lezen. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] in dit geval een beroep toekomt op het citaatrecht (artikel 15a Aw). [gedaagde] heeft namelijk alleen één bepaald deel hier (letterlijk) overgenomen met het doel om haar coachees te leren over het verhaal/algemeen model van de ‘yogi, de monnik en de fakir’. Daarbij heeft [gedaagde] geen afbreuk gedaan aan het auteursrecht van [eiser] , zij heeft namelijk niks aangepast en de bron (mondeling) vermeld.. 4.
  5. Voorbeelden 24 tot en met 31 zijn volgens [eiser] afkomstig uit trainingsmateriaal van haar 5-daagse cursus ‘Enneagram Intensief’, die [gedaagde] in de online omgeving op haar website zou hebben geplaatst. Voor al deze voorbeelden geldt dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd welke auteursrechtelijk beschermde elementen [gedaagde] uit haar werk heeft overgenomen. Weliswaar wordt dezelfde theorie beschreven maar in andere woorden. Waar dezelfde woorden zijn gebruikt, betreft dit korte en triviale zinsneden, zoals ‘Fake it until you make it’ (nr. 30), waarop [eiser] uiteraard geen auteursrecht toekomt. Dat maakt dat [gedaagde] ten aanzien van voorbeeld 24 tot en met 31 ook geen inbreuk heeft gemaakt op de auteursrechten van [eiser] . De geringe auteursrechtinbreuk rechtvaardigt geen vergaande vordering 4.
  6. Op basis van het voorgaande is de conclusie dat [gedaagde] alleen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht van [eiser] ten aanzien van voorbeeld
  7. [gedaagde] heeft dit gebruikt in de ‘Enneagram Deep Dive’ sessie op 14 september
(1a), in een blog van 14 september
(1b)en in een videopresentatie
(1c). Slechts een kleine groep van personen heeft hier kennis van genomen en daarnaast heeft [gedaagde] dit materiaal na de eerste sommatie offline gehaald. [eiser] heeft daarom geen belang bij een verklaring voor recht, een verbod tot het staken van de inbreuk en al helemaal niet bij een rectificatie of een verwijzing naar de schadestaat. De inbreuk is zo minimaal op het geheel aan verwijten dat [eiser] onvoldoende belang heeft bij de vergaande vorderingen zoals zij die heeft ingesteld. Proceskosten conventie 4.
  1. [eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde] betalen. [gedaagde] heeft een proceskostenveroordeling gevorderd op de voet van artikel 1019h Rv. [gedaagde] heeft haar kosten gespecificeerd tot een bedrag € 16.896,
  2. 4.
  3. De onderhavige procedure betreft een vordering met een gemengde grondslag, die voor het grootste deel betrekking heeft op handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019h Rv (het IE-deel) en voor een klein deel ziet op een gestelde onrechtmatige daad (het niet IE-deel). De rechtbank zal 90% van de procedure toeschrijven aan het IE-deel en 10% aan het niet IE-deel. 4.
  4. Voor wat betreft het IE-deel van deze procedure wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken. De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de rechtbank onder de categorie normale bodemprocedure met een maximumtarief van € 17.500,-. In dit geval bedragen de voor het IE-deel opgegeven kosten van [gedaagde] (90% x € 16.896,74) € 15.207,
  5. Dit bedrag ligt onder het maximum indicatietarief en zal daarom worden toegewezen. Voor het niet IE-deel van de procedure zal 10% van het geldende liquidatietarief (tarief II) worden toegewezen, wat neerkomt op € 122,80 (te weten € 614,- × 2 punten × 10%). 4.
  6. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op: - griffierecht € 320,00 - salaris advocaat IE-deel - salaris advocaat niet IE-deel € € 15.207,07 122,80 - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 15.827,87 4.
  7. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. in voorwaardelijke reconventie 4.
  8. De eis in reconventie is voorwaardelijk ingesteld. De voorwaarde voor de eis in reconventie is niet vervuld, omdat de rechtbank niet heeft beslist dat [gedaagde] geen gebruik meer mag maken van de interpretatie van het enneagram-model van [eiser] . Daarom hoeft op de vordering in reconventie geen beslissing te worden gegeven. 5De beslissing De rechtbank in conventie 5.
  9. wijst de vorderingen van [eiser] af, 5.
  10. veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 15.827,87, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  11. veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
  12. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, in voorwaardelijke reconventie 5.
  13. verstaat dat de vordering geen behandeling behoeft. Dit vonnis is gewezen door mr. T.T. Hylkema, rechter, bijgestaan door mr. E.H. van Kolfschooten, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.