RECHTBANK Amsterdam Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel Zaaknummer: C/13/767938 / KG ZA 25-288 NB/EvK Vonnis in kort geding van 3 juni 2025 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser bij dagvaarding van 28 april 2025, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. U. Özcan te Den Haag, tegen de naamloze vennootschap ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, hierna te noemen: ING, advocaat: mr. D. Verheij te Utrecht. 1De procedure 1.1. Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 20 mei 2025 heeft mr. Özcan namens [eiser] de dagvaarding toegelicht. ING heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig: mr. U. Özcan, en [naam 1] fraudeonderzoeker bij ING, met mr. Verheij en diens kantoorgenoot mr. D.A. Apperloo. [eiser] was zelf niet aanwezig. De griffier heeft hem tijdens de zitting gebeld, maar hij heeft niet opgenomen.Na verder debat is vonnis bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1. [eiser] had een reguliere bankrekening bij ING. ING heeft deze bankrekening eind maart 2024 beëindigd nadat zij [eiser] had ingelicht dat zij vermoedde dat hij fraude had gepleegd met deze bankrekening. Samengevat zijn er volgens ING meerdere keren verdachte bedragen bijgeschreven op zijn rekening, die [eiser] vervolgens heeft doorgeboekt of na het verhogen van zijn paslimiet (direct) heeft opgenomen. 2.2. In maart 2024 heeft [eiser] bij ING een aanvraagformulier voor een basisbankrekening ingediend op grond van het Convenant inzake een pakket primaire betaaldiensten (hierna: de Convenantrekening). ING heeft hem deze Convenantrekening (met nummer IBAN [rekeningnummer] ) verleend. 2.3. Op 7 juni 2024 is er een bedrag van € 1.850,02 bijschreven op de Convenantrekening van [eiser] . Vijf minuten daarna heeft [eiser] zijn paslimiet gewijzigd naar € 4.900,00 en direct daarna heeft [eiser] het bedrag van € 1.850,00 contant opgenomen. ING heeft telefonisch contact opgenomen met [eiser] en ING heeft daarvan de volgende notitie gemaakt: “meneer geeft aan de opnames zelf te hebben gedaan geeft aan geld te verwachten omdat hij content maakt voor snapchat en dat hij daarvoor betaald krijgt geeft aan schulden te hebben zou gelden ontvangen voor verkoop van content.” 2.4. Op 11 juni 2024 heeft een persoon aangifte gedaan bij de politie van ‘Whatsappfraude’, ook wel ‘Hulpvraagfraude’ (een vorm van WhatsApp-fraude waarbij fraudeurs zich voordoen als een bekende/dierbare van hun slachtoffer en daardoor gelden proberen afhandig te maken). In de aangifte staat, voor zover relevant: “Waarom vroeg de oplichter om uw hulp?: Hey mam, dit is mijn nieuwe nummer mijn mobiel werkt niet meer. Kan je een berichtje sturen via Whatsapp. wa.me/+ [slachtoffers] (…) Weet u het bankrekeningnummer waarnaar u het bedrag heeft overgemaakt?: Ja Bankrekeningnummer andere partij: [rekeningnummer] Naam rekeninghouder andere partij: [eiser] Welke omschrijving staat er bij deze betaling op uw rekeningafschrift?: NAAM [eiser] (…)” 2.5. Op 11 juni 2024 heeft nog een tweede persoon aangifte gedaan van hulpvraagfraude, deze persoon heeft geen geld overgemaakt. In de aangifte staat, voor zover relevant: “(…) Het bankrekeningnummer dat genoemd werd door mijn zogenaamde zoon in het WhatsApp gesprek. Dat is: [rekeningnummer] op naam van [eiser] (…)” 2.6. Bij brief van 11 juni 2024 heeft ING [eiser] bericht dat zij de Convenantrekening per direct heeft geblokkeerd en zijn persoonsgegevens zijn opgenomen in het Intern Verwijzingsregister (IVR), Extern Verwijzingsregister (EVR) en het incidentenregister voor een periode van 8 jaar en dat zij voornemens is om de Convenantrekening te beëindigen omdat hij (samengevat) het vertrouwen van ING heeft geschaad omdat ING meent dat hij ook met de Convenantrekening fraude heeft gepleegd: “(…) Je Betaalrekening is naar voren gekomen in een onderzoek naar oplichting. Op 7 juni 2024 is er een bedrag op je rekening bijgeschreven van een andere rekening. De rekeninghouder van de tegenrekening heeft op basis van misleiding opdracht gegeven voor deze overboekingen en gaat hiervan aangifte doen bij de politie. Hierdoor is het vertrouwen in de klantrelatie ernstig geschaad. Daarom nemen wij afscheid van jou als klant. (…)” 2.7. [eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen beëindiging van zijn Convenantrekening. In zijn eerste reactie van 26 juni 2024 schrijft hij (samengevat) dat hij de bankrekening nodig heeft voor ontvangst van zijn salaris en om financiële verplichtingen na te komen en dat hij nooit heeft geweten dat het geld afkomstig was van fraude. In een tweede bezwaarbrief schrijft hij onder meer: “(…) De betaling was naar aanleiding van mijn online verkoopactiviteiten via Snapchat, waar ik foto's verkocht. Omdat de betalingen via een anoniem platform als Snapchat kwamen, had ik geen mogelijkheid om te verifiëren waar het geld precies vandaan kwam. Zodra ik mij bewust werd van de mogelijke risico's, heb ik mijn activiteiten onmiddellijk stopgezet. (…)” 2.8. Op 4 juli 2024 heeft [eiser] een derde reactie met zijn bezwaar naar ING gestuurd: “(…) Op 07-06-2024 ontving ik een bedrag van 1850€ van een persoon genaamd [naam 2] . Ik had deze persoon leren kennen via Snapchat en had regelmatig contact met haar. Zij stelde voor om mij geld te sturen in ruil voor het sturen van pikante foto’s. Dit voorstel werd gedaan op een moment dat ik in financiële nood verkeerde en schulden had. (…) Daarnaast wil ik hierbij officieel aangifte doen van deze fraude bij de politie. Ik ben bereid om alle relevante bewijzen te overleggen, waaronder de communicatie met de betrokken persoon en bankafschriften van de ontvangen bedragen. (…)” 2.9. ING heeft vervolgens aan [eiser] gevraagd om de aangifte en de op Snapchat gevoerde gesprekken met haar te delen. [eiser] heeft daarop niet gereageerd. 2.10. Bij brief van 19 juli 2024 heeft ING het bezwaar van [eiser] afgewezen en gemeld dat de Convenantrekening binnen drie maanden na dagtekening van de brief zal worden beëindigd. 2.11. ING heeft de Convenantrekening op 18 oktober 2024 beëindigd. 2.12. In februari 2025 heeft [eiser] weer contact opgenomen met de ING en gevraagd of hij een betaalrekening bij ING kon openen. ING heeft dit verzoek afgewezen en hem (samengevat) verteld dat hij bij herhaling fraude heeft gepleegd, eerst met de reguliere bankrekening en daarna met de Convenantrekening. 2.13. Partijen (en hun advocaten) hebben nog enige tijd gecorrespondeerd over het verstrekken van een betaalrekening. ING heeft bij brief van 15 mei 2025 (uitgebreid) toegelicht wat er is gebeurd en gemeld dat ING daarom alleen bereid is een zogenaamde beheerrekening voor [eiser] te openen als er een onderbewindstelling wordt uitgesproken. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert – samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis: I. ING, op straffe van een dwangsom, te veroordelen om de opheffing van de reguliere betaalrekening dan wel de Convenantrekening van [eiser] ongedaan te maken, of de bankrekening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.