← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:4506

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummers: AMS 23/942 en AMS 23/944 uitspraak van de meervoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaken tussen [eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres ( [eiseres] ) (gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]), [naam vereniging], uit [plaats 1] , eiseres (de Vereniging) (gemachtigden: [eiseres] , [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ), (hierna samen aangeduid als: eisers) en de burgemeester van Amsterdam (de burgemeester), het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (het college) (hierna samen aangeduid als: verweerder. Gemachtigden: [gemachtigde 3] en mr. M.J.P. Kamp). Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [vergunninghouder] , uit [plaats 2] (vergunninghouder). Samenvatting

  1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers tegen twee evenementenvergunningen en twee omgevingsvergunningen, voor de evenementen [evenement 1] en [evenement 2] die in 2022 hebben plaatsgevonden in Amsterdam op de locatie [locatie] (hierna worden de vier vergunningen samen aangeduid als: de vergunningen). Eisers zijn het niet eens met de verlening van die vergunningen. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de vergunningen.
  2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden niet slagen en de vergunningen op goede gronden zijn verleend. Eisers krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
  3. De burgemeester heeft de twee evenementenvergunningen verleend, voor [evenement 1] op [datum 3] 2022 en voor [evenement 2] op [datum 4]
  4. Het college heeft de twee omgevingsvergunningen verleend, voor [evenement 2] op [datum 5] 2022 en voor [evenement 1] op [datum 6]
  5. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de verlening van alle vier de vergunningen.
  6. Met een beslissing op bezwaar van 20 december 2022 is het college bij de verlening van de omgevingsvergunningen gebleven (hierna: bestreden besluit I). Met een andere beslissing op bezwaar van 20 december 2022 is de burgemeester bij de verlening van de evenementenvergunningen gebleven (hierna: bestreden besluit II).
  7. Eisers hebben beroep ingesteld tegen zowel bestreden besluit I als bestreden besluit II. De rechtbank heeft de beroepen op 14 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiseres] , de gemachtigden van eisers, de gemachtigden van verweerder, vergezeld door [naam 1] (geluidsdeskundige aan de zijde van verweerder), [naam 2] (werkzaam bij verweerder) en [naam 3] (werkzaam bij verweerder) en namens vergunninghouder [naam 4] en [naam 5] . Beoordeling door de rechtbank
  8. De rechtbank merkt eisers aan als belanghebbenden in hun beroep tegen de vergunningen en sluit zich aan bij hetgeen daarover is opgemerkt in de beslissingen op bezwaar. Ook is de rechtbank met verweerder van oordeel dat eisers procesbelang hebben bij de beoordeling van de besluiten tot vergunningverlening voor een evenement dat al heeft plaatsgevonden, nu het aannemelijk is dat nieuwe besluiten over soortgelijke vergunningaanvragen zullen volgen. Het evenement vindt namelijk jaarlijks plaats.
  9. In de evenementenvergunningen voor [evenement 2] 2022 (hierna: [evenement 2] ) en [evenement 1] 2022 (hierna: [evenement 1] ) staat – onder meer – dat de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied de bij de aanvragen overgelegde geluidsplannen, opgesteld door [bedrijf 1] , heeft geanalyseerd en heeft geconcludeerd dat als gevolg van de evenementen geen onduldbare geluidsoverlast valt te verwachten mits wordt voldaan aan de in de adviezen van de Omgevingsdienst genoemde maatregelen en voorwaarden. Dit advies wordt in de vergunningen overgenomen. De Omgevingsdienst refereert in haar adviezen aan het locatieprofiel voor de locatie [locatie] en stelt dat voor deze evenementen een gevelnorm van 75 dB(C) geldt (tot 23:00 uur). Voor de nacht, de uren na 23:00 uur, is voor [evenement 1] tot [tijdstip 1] uur en voor [evenement 2] tot [tijdstip 2] uur vergund onder de voorwaarden genoemd in het locatieprofiel. Dat houdt in dat alleen optredens mogen plaatsvinden met hooguit een kleine zanginstallatie zonder separate basversterking om de overlast in de omgeving zoveel mogelijk te beperken. De Omgevingsdienst stelt in haar advies onder meer als voorwaarde dat om de slaapverstoring zoveel mogelijk te voorkomen de vastgestelde nachtnorm van 70 dB(C) geldt op 14 vaste meetpunten. Uit tabel 1 van de adviezen van de Omgevingsdienst blijkt dat bij beide evenementen op alle vaste meetpunten berekend is dat met toepassing van de voorgeschreven maatregelen ruimschoots aan genoemde dag- en nachtnormen kan worden voldaan. Bij [evenement 1] wordt muziek geprogrammeerd op [datum 7] 2022 van 15:00 - [tijdstip 1] uur en op [datum 8] 2022 van 12:00 – [tijdstip 1] uur. Bij [evenement 2] wordt muziek geprogrammeerd op vier dagen van [datum 2] 2022 tussen 13:00 en [tijdstip 2] uur of korter. Bij beide evenementen zijn maximaal 4500 bezoekers toegestaan. Er worden geen knelpunten met de verkeerssituatie geconstateerd op basis van het verkeersplan. Er zijn naar aanleiding van de aanvragen geen zienswijzen ingediend.
  10. Eisers hebben erkend dat bij beide evenementen binnen de normen van het beleid en het locatieprofiel is vergund. Ook is uit metingen gebleken dat bij de evenementen geen normoverschrijdingen hebben plaatsgevonden. [eiseres] , woonachtig in [plaats 1] op 2 km afstand van [locatie] , heeft in de nachtelijke uren gemerkt dat de muziek van [evenement 1] nog duidelijk hoorbaar was. De doelstelling van geen slaapverstoring in de nacht wordt met dit beleid en met deze vergunningsvoorwaarden dus niet gehaald. Eisers hebben vooral bezwaar tegen het locatieprofiel zelf en dan met name de mogelijkheid van de verlengde eindtijd en de daarbij gehanteerde normen. Zij stellen dat [evenement 1] eigenlijk een dance-evenement is en die evenementen mogen juist niet in de nacht plaatsvinden volgens het locatieprofiel. Ter plaatse van de woonboot van [eiseres] en anderen vindt wel slaapverstoring plaats en is de gehanteerde nachtnorm dus niet streng genoeg. Woonboten hebben een zwakkere demping van geluid (minder dan de gemiddelde geveldemping van 20 dB(A)) en daarom wordt volgens eisers binnenshuis de geldende norm van 25 dB(A) niet gehaald, zeker niet wanneer met de ramen open geslapen wordt, zoals [eiseres] doet en zoals zij vindt dat dat moet kunnen. Ook tijdens evenementen als [evenement 1] . Zij vindt ook dat voor de nacht geen dB(C)-norm zou moeten gelden maar een dB(A)-norm op de gevel, omdat er ’s nachts geen muziek met voornamelijk bastonen wordt gespeeld, maar muziek in het pop-spectrum. Eisers verwijzen daarbij naar een publicatie van de Nederlandse Stichting voor Geluidshinder. Ook stellen zij dat ten onrechte in de vergunning wordt vermeld dat conform het locatieprofiel de dagnorm op de gevel van 75 dB(C) geldt. Die geldt volgens het beleid alleen voor evenementen die niet als primair doel hebben om muziek ten gehore te brengen, zoals sportevenementen. Eisers stellen dat [evenement 1] daarmee wellicht niet wordt gezien als dance-event, terwijl het dat wel is en dat ook daarom geen verlengde eindtijd vergund had mogen worden. Omdat [evenement 1] kennelijk prima uitkomt met een maximale dagnorm van 75 dB(C), omdat bij [locatie] de woningen ver weg staan, wensen eisers dat dit ook zo in het locatieprofiel komt te staan als maximum. De maximale norm die daarin staat van 85 dB(C) is helemaal niet nodig. Het beleid en het locatieprofiel geeft met het maximum van 85 dB(C) verder ook ruimte voor onduldbare overlast tot 23:00 uur door evenementen op [locatie] en doet afbreuk aan het woon- en leefgenot of zou dat kunnen doen indien dat wordt vergund. Er wordt ook onvoldoende rekening gehouden met cumulatie van geluidsoverlast, doordat op sommige locaties overlast wordt ervaren vanuit meerdere evenementenlocaties. Omdat ernstige overlast en hinder aantoonbaar gezondheidsklachten veroorzaakt, levert het beleid ook strijd op met onder meer artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin – onder meer – in het recht op respect op privé-leven wordt voorzien. Eisers betogen dat de burgemeester door de vergunningverlening/het beleid de omwonenden geen adequate rechtsbescherming biedt en hun belangen ondergeschikt maakt aan die van de evenementen. Er is sprake van strijd met algemene rechtsbeginselen, in het bijzonder met het evenredigheidsbeginsel. Zij verzoeken de rechtbank om het locatieprofiel voor [locatie] onverbindend te verklaren en de vergunningen te vernietigen.
  11. Verweerder heeft zich in de bestreden besluiten op het standpunt gesteld dat bij deze vergunningverlening niet inhoudelijk wordt ingegaan op de bezwaren van eisers tegen de totstandkoming of de inhoud van het beleid en de locatieprofielen zelf. In het bestreden besluit wordt getoetst of bij de vergunningverlening de geldende regels juist zijn toegepast en of er een evenwichtige afweging van de belangen heeft plaatsgevonden. Verweerder concludeert dat dit het geval is geweest. Verweerder heeft daarbij verwezen naar de deskundigenadviezen van de Omgevingsdienst. Conform die adviezen zijn aan de vergunningen voorschriften verbonden. In tabel 1 van de adviezen van de Omgevingsdienst is opgenomen wat per specifiek meetpunt (van de vaste 14) de geluidsnorm is voor overdag en na 23:00 uur die geldt voor deze evenementen op [locatie] . Voor het meetpunt [adres] ( [plaats 1] ) is dit bij [evenement 1] 70 dB(C) overdag en 58 dB(C) in de nacht en bij [evenement 2] 72 dB(C) overdag en 63 dB(C) in de nacht. [eiseres] is woonachtig in [plaats 1] . Overwogen wordt dat niet is gebleken dat eisers gedurende de evenementen onevenredige geluidsoverlast hebben ondervonden. Voor zover eisers het geluidsadvies zelf betwisten, overweegt verweerder dat zij mag afgaan op deskundigenadviezen als deze voldoende zorgvuldig zijn opgebouwd en – hoewel complex van aard – begrijpelijk zijn opgesteld, waarbij de conclusies logisch volgen uit de bevindingen. De adviezen van de Omgevingsdienst voldoen aan deze eisen. Eisers hebben hier tegenover geen op een deskundigenoordeel gebaseerd advies of adequate geluidsmetingen overgelegd, die hieraan doen twijfelen. Ook overweegt verweerder dat zij eisers niet volgt in hun standpunt dat [evenement 1] een dance-evenement is waarvoor geen verlengde eindtijd had mogen worden gegeven. Na 23:00 uur gelden de andere, hiervoor al genoemde regels ten aanzien van de toegestane muziek en geldt de nachtnorm van 70 dB(C). Dat [eiseres] de muziek nog kan horen na 23:00 uur, of dat het muziek is waarop je kan dansen, maakt niet dat sprake is van een dance-evenement. Als [eiseres] met de ramen open wenst te slapen dan komt dat voor haar rekening. De geluidsnormen gaan uit van gesloten ramen en deuren.
  12. De vergunninghouder heeft op de zitting van de rechtbank opgemerkt dat waar het [evenement 1] betreft zij inderdaad niet de volgens het locatieprofiel maximaal mogelijke geluidsruimte van 85 dB(C) aanvraagt. Zij kijkt wat passend is, maakt een geluidsrapport op en daarop is de aanvraag gebaseerd. Zij ziet [evenement 1] zelf niet als dance-evenement. [evenement 1] heeft 10 kleine podia, waar bij het merendeel live muziek wordt gespeeld. In feite verandert er na 23:00 uur alleen iets in het volume, er wordt zachter gespeeld en er mag geen separate basversterking meer zijn. Als er artiesten zijn die hieraan niet kunnen voldoen, worden zij niet geprogrammeerd na 23:00 uur. Ook is vergunninghouder het niet eens met de stelling van eisers dat er geen inspraak is geweest van omwonenden bij de totstandkoming van de locatieprofielen en met de stelling van eisers dat het beleid door de gemeenteraad zou zijn gesluisd. Inspraak is er wel degelijk geweest, er zijn zienswijzen ingediend, er is overleg geweest met omwonenden en met de evenementenbranche. De gemeente heeft veel tijd gestoken in het maken van het stadsbrede beleid. Deze stadsbrede evenementenvisie ging veel verder dan het oude beleid en heeft tot conflicten geleid. Ook de evenementenbranche heeft moeten slikken. Er is zeker geen sprake geweest van een eenzijdig proces. Een en ander heeft geleid tot goede uitgebalanceerde locatieprofielen. De vergunninghouder heeft ook gewezen op een partij die we in dit verband nooit horen en dat is de positieve buurtbewoner. Een groot deel van de omwonenden ervaart geen overlast en juicht de evenementen toe.
  13. Artikel 2.43 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Amsterdam bepaalt dat de burgemeester een evenementenvergunning kan weigeren als naar haar oordeel een van de daarin genoemde weigeringsgronden zich voordoet. Bij evenementen met geluid kan er sprake zijn van een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat of kan het evenement zich niet verdragen met het karakter van de plaats waar het wordt gehouden. De burgemeester is bevoegd, maar niet verplicht, een evenementenvergunning te weigeren als een weigeringsgrond zich voordoet. De burgemeester heeft ter invulling van haar bevoegdheid beleidsregels opgesteld. In dat beleid wordt opgemerkt dat door deze beleidsregels voor iedereen duidelijk is waarom voor het ene evenement wel en voor het andere evenement geen vergunning wordt verleend, of waarom er bepaalde voorschriften worden verbonden aan de vergunning, in dit beleid specifiek gericht op de regulering van de geluidbelasting bij evenementen.
  14. De rechtbank vat de door eisers aangevoerde gronden tegen de voorwaarden van het locatieprofiel op als een beroep op het evenredigheidsbeginsel en een verzoek tot exceptieve toetsing van het geluidbeleid en het toepasselijke locatieprofiel. Het evenredigheidsbeginsel is in het nationale recht neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor alle besluiten waarbij het bestuursorgaan voor haar besluitvorming beleidsruimte heeft, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een beoordelingskader geformuleerd. Aan die besluitvorming zal het bestuursorgaan een op grond van artikel 3:4, eerste lid, van de Awb te maken afweging van de rechtstreeks betrokken belangen ten grondslag moeten leggen. Exceptieve toetsing houdt in dat de bestuursrechter in het kader van een beroep tegen een besluit, de rechtmatigheid van (in dit geval) de beleidsregels toetst aan hoger recht of algemene rechtsbeginselen. Daarbij kunnen, afhankelijk van het type besluit, de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid een rol spelen. In hoeverre dat het geval is, wordt ook bepaald door de tegen het besluit aangevoerde beroepsgronden. Verder wordt de intensiteit van de rechterlijke toetsing aan het evenredigheidsbeginsel bepaald door onder meer de aard en de mate van de beleidsruimte van het bestuursorgaan, de aard en het gewicht van de met het besluit te dienen doelen en de aard van de betrokken belangen en de mate waarin deze door het besluit worden geraakt.
  15. De rechtbank stelt vast dat tegen de evenementenvergunning van [evenement 1] alleen inhoudelijk is aangevoerd dat ondanks de toepasselijke nachtnorm, wel geluidhinder is ondervonden in de nacht, althans in elk geval door [eiseres] . Tegen de omgevingsvergunningen is alleen aangevoerd dat deze veel te laat zijn bekendgemaakt (zie onder rechtsoverweging 17 en verder). De gronden richten zich eigenlijk, als gezegd en ook erkend door eisers, op de inhoud en de totstandkoming van het beleid en de locatieprofielen die bij de verlening van de evenementenvergunning worden toegepast. Voor het evenement [evenement 2] is door eisers zelfs erkend dat het geen geluidoverlast heeft veroorzaakt en ook voor [evenement 1] geldt dat door eisers is erkend dat het geluid binnen de geldende en vergunde normen is gebleven. De door [eiseres] ervaren geluidoverlast in de nacht is volgens haar het gevolg van de ontoereikende normen in het locatieprofiel voor [locatie] . Ondanks het uitgangspunt dat geen slaapverstoring mag plaatsvinden, was de muziek van [evenement 1] na 23:00 uur op haar adres duidelijk hoorbaar. De rechtbank overweegt dat wat er ook zij van de stelling dat voor de nacht (ook) een dB(A)-norm zou moeten gelden, met het voorgaande niet is onderbouwd of aannemelijk gemaakt dat in 2022 of in de daarop volgende jaren tijdens de evenementen sprake is geweest van onduldbare of onevenredige geluidhinder, dan wel dat de voorwaarden van het locatieprofiel dat mogelijk zou maken. Voor zover eisers betogen dat het in het locatieprofiel genoemde maximum voor de dagnorm van 85 dB(C) zou kunnen leiden tot onduldbare geluidhinder en dat deze daarom vernietigd moet worden, overweegt de rechtbank dat dit ziet op een onzekere toekomstige gebeurtenis. Omdat de dagnorm van 85 dB(C) op [locatie] niet is vergund bij de voorliggende evenementenvergunningen, komt de rechtbank alleen al daarom niet toe aan (exceptieve) toetsing van dit onderdeel van het beleid.
  16. De rechtbank overweegt verder dat niet is gebleken van onrechtmatigheid wegens onzorgvuldige voorbereiding of anderszins van het door verweerder opgestelde geluidbeleid en locatieprofielen. In de beleidsregel Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam, wordt als uitgangspunt geformuleerd dat evenementen bij de stad horen en dat zij bijdragen aan het aanbod van activiteiten voor zowel bezoekers als bewoners van Amsterdam. Tegelijkertijd veroorzaken ze overlast voor omwonenden, hetgeen tot op zekere hoogte onvermijdelijk is. Deze spanning wordt zowel in het oude als het nieuwe beleid onderkend. Bij de hernieuwde invulling van het geluidbeleid voor muziekevenementen wil verweerder een betere balans vinden tussen het beperken van de geluidoverlast voor omwonenden en goed georganiseerde en voor bezoekers aantrekkelijke evenementen. Daarnaast wordt in paragraaf 1.4 een uitgebreide verantwoording gegeven met betrekking tot de totstandkoming van het beleid. Daarin wordt vermeld dat onderzoek naar het oude beleid heeft plaatsgevonden en dat de vernieuwing is besproken met zowel vertegenwoordigers van omwonenden als met vertegenwoordigers vanuit de evenementenbranche. Met betrekking tot een aantal technische inhoudelijke onderdelen is een Expertgroep Geluid ingesteld met daarin deskundigen van diverse geluidsadviesbureaus en met inbreng vanuit de TU Eindhoven. Er is in 2017 locatieonderzoek uitgevoerd voor diverse evenementenlocaties en rekening houdend met specifieke locatiekenmerken zijn geluidlocatieprofielen opgesteld. Daarbij is ook rekening gehouden met de door eisers genoemde cumulatie, althans voor zover daarmee wordt gedoeld op overlapgebieden voor evenementenlocaties. Voor eventueel gelijktijdig gehouden evenementen geldt voor die gebieden ook als dagnorm het maximum van 85 dB(C). Daarbij is in elk locatieprofiel vastgelegd hoeveel evenementen mogen plaatsvinden. In het overgangsjaar 2017 zijn een aantal nieuwe elementen in het beleid uitgeprobeerd bij evenementen. De resultaten daarvan zijn onderzocht, er is gekeken naar feitelijk opgetreden meetwaarden bij 15 evenementen. De evaluaties zijn input geweest voor de definitieve invulling van het beleid. Dat geldt ook voor de inspraakreacties op het ter inspraak gelegde Geluidbeleid en de nieuwe locatieprofielen voor evenementen. Voorts wordt in de locatieprofielen van december 2020 vermeld dat de in 2018 vastgestelde locatieprofielen voor evenementen in 2018 en 2019 het kader hebben gevormd voor de vergunningverlening in die jaren op de betreffende locaties. In 2019 zijn de locatieprofielen geëvalueerd. Er is beoordeeld in hoeverre de locaties ‘in balans’ waren, kijkend naar de programmering in relatie tot de consequenties voor het gebruik van de locatie en de druk die het legt op de omgeving. De beoordeling of de locaties in balans zijn, is samen gedaan met de stadsdelen. Naar aanleiding van de evaluatie zijn in 2020 wijzigingen in de profielen aangebracht, zodat vanaf 2021 duidelijk is binnen welke kaders evenementen kunnen worden gehouden. Door allerlei ontwikkelingen in de stad kan het zijn dat het gewenst is een profiel aan te passen, daarom worden zij jaarlijks beoordeeld. Bij grote aanpassingen worden deze weer ter inspraak voorgelegd.
  17. Voor [locatie] hebben eisers op de zitting erkend dat naar aanleiding van de inspraak in voorgaande jaren het locatieprofiel voor deze locatie is aangepast, in die zin dat nu is opgenomen dat na 23:00 uur geen bastonen meer mogen klinken. Dat scheelt heel veel, maar toch is de overlast niet voorbij in de nachtelijke uren. De voor 2023 en 2024 geadviseerde (extra) nachtnorm van 45 dB(A) op de gevel van omliggende woningen staat niet in het beleid of het locatieprofiel en dat is wel noodzakelijk. Zij voeren aan dat de burgemeester altijd heel duidelijk is geweest dat er geen nachtrustverstoring mag zijn door evenementen en dat er na 23:00 uur geen dance-evenementen meer mogen plaatsvinden. In het bestreden besluit wordt ingegaan op de totstandkoming van de gewijzigde gevelnorm in de nacht naar 70 dB(C) in
  18. Daaraan is een onderzoek door [bedrijf 2] vooraf gegaan, die een professioneel geluidsrapport hebben opgesteld. In het rapport is niet uitgebreid ingegaan op de isolatie van de woonboten, maar wordt wel opgemerkt dat deze
  19. kilometer verder liggen dan de woningen waardoor het geluidsniveau daar minstens 5 dB lager ligt. Bovendien geldt dat hoge tonen (te meten in dB(A)) eerder uitdoven dan lage bastonen (te meten in dB(C)). Een norm in dB(C) beschermt dus beter dan in dB(A). Tijdens de discussie op de zitting bij de rechtbank tussen de aanwezige geluidsdeskundigen bleek ook nog dat de handhaafbaarheid van de door eisers voorgestane dB(A)-norm in de nacht van 45 dB(A) op de gevel geen uitgemaakte zaak was, hoewel werd opgemerkt dat voor de edities [evenement 1] 2023 en 2024 deze door de Omgevingsdienst wel is geadviseerd. Voorts is in het bestreden besluit nog verwezen naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank, waarin is overwogen dat met de gestelde nachtnorm van 70 dB(C) ter plaatse van de woonboot van [eiseres] ook wordt voldaan aan de norm van 25 dB(A) binnenshuis, uitgaande van een normale geveldemping van 20 dB(A). De rechtbank is het met verweerder eens dat wanneer deze norm niet wordt gehaald omdat [eiseres] met de ramen open wil slapen, dit voor haar rekening komt. Het is redelijk dat de toepasselijke normen uitgaan van gesloten deuren en ramen.
  20. De rechtbank is van oordeel dat gelet op hetgeen hiervoor is overwogen niet is gebleken van een onevenwichtige afweging van de belangen van omwonenden enerzijds en die van de evenementenbranche anderzijds bij de totstandkoming van het beleid. Voor zover eisers vinden dat evenementen niet mogen leiden tot enige geluidhinder in de nacht, kunnen zij niet worden gevolgd. Uit de aangevoerde beroepsgronden is verder ook niet aannemelijk geworden dat het Geluidbeleid en het hier toepasselijke locatieprofiel heeft geleid tot verlening van vergunningen die het woon- en leefklimaat onevenredig hebben aangetast dan wel tot onduldbare (geluid)hinder voor omwonenden heeft geleid. Het ontbreken van de door eisers voorgestane nachtnorm in dB(A) in het locatieprofiel van [locatie] maakt naar het oordeel van de rechtbank evenmin dat dit onderdeel van het beleid in strijd is met het evenredigheidsbeginsel of om andere redenen als onrechtmatig moet worden beoordeeld. Ook voor het aannemen van strijd met artikel 8 van het EVRM van de vergunningen en het beleid ziet de rechtbank geen aanknopingspunten. Van onrechtmatigheid van de bestreden besluiten dan wel het beleid waarop deze zijn gebaseerd is daarom geen sprake. Verder is duidelijk geworden dat zodra daartoe aanleiding bestaat onderdelen van de locatieprofielen worden geëvalueerd en aangepast. In het najaar van 2025 worden de locatieprofielen wederom (zo nodig) herzien en is nieuw evenementenbeleid aangekondigd dat waarschijnlijk in 2026 wordt vastgesteld. Ook eisers hebben erkend dat de benodigde participatie van – onder meer – bewoners in dit verband al gaande is.
  21. Eisers hebben ook aangevoerd dat de vergunningen onredelijk laat zijn verleend. Daardoor hebben zij niet effectief kunnen opkomen tegen de verleende vergunningen.
  22. De rechtbank stelt vast dat het evenement [evenement 1] 2022 plaatsvond op [datum 1]
  23. De evenementenvergunning en de omgevingsvergunning voor [evenement 1] 2022 zijn op [datum 3] respectievelijk [datum 6] 2022 verleend. Het evenement [evenement 2] 2022 vond plaats van [datum 2]
  24. De evenementenvergunning en de omgevingsvergunning voor [evenement 2] 2002 zijn op [datum 5] respectievelijk [datum 4] 2022 verleend. Dat is veel te laat om effectief een rechtsmiddel zoals bezwaar en een verzoek om voorlopige voorziening te kunnen indienen. Dit wordt ook erkend door verweerder. Volgens het beleid van verweerder moeten de vergunningen uiterlijk zes weken voor aanvang van het evenement worden verleend. Er wordt wel alles aan gedaan om zo snel mogelijk de vergunningen te verlenen en de laatste jaren gaat het beter. Verweerder heeft ter zitting nog aangevuld dat de late vergunningverlening bij evenementen een landelijk probleem is en onder meer wordt veroorzaakt doordat allerlei (deel)plannen door organisatoren vaak nog moeten worden aangepast, waarna weer advisering moet plaatsvinden, hetgeen leidt tot uitstel. Zou men dit anders doen, dan zou dit alleen maar leiden tot verlening van “lege” vergunningen, waartegen dan ook niet inhoudelijk kan worden opgekomen. Ook wijst verweerder naar de vroege publicaties van de aanvragen om evenementenvergunningen waarop ook zienswijzen kunnen worden ingediend. Dat hebben eisers bij deze evenementen niet gedaan. Maar met ingediende zienswijzen wordt voor zover mogelijk bij de vergunningverlening rekening gehouden.
  25. De rechtbank kan de door verweerder geschetste problematiek met betrekking tot de vergunningverlening bij evenementen volgen, maar vindt dat verweerder alles in het werk moet stellen om te beslissen op een zodanige termijn dat door omwonenden nog effectief een verzoek om voorlopige voorziening kan worden ingediend. Dat dit bij [evenement 1] en [evenement 2] 2022 niet is gebeurd, leidt echter niet tot vernietiging van de bestreden besluiten. De rechtbank zal aan dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb voorbijgaan, omdat niet aannemelijk is dat de belanghebbenden hierdoor zijn benadeeld. Eisers hebben immers hun bezwaren en gronden van beroep kunnen indienen en bespreken tijdens de hoorzitting en de zitting bij de rechtbank. Voor zover deze bezwaren gehonoreerd worden, kan dat worden meegenomen in de vergunningverlening van latere edities van hetzelfde evenement. Daarom wordt in deze bezwaar- en beroepszaken ook procesbelang aangenomen, ook al is het evenement in kwestie al achter de rug. Conclusie en gevolgen
  26. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen en de vergunningen in stand blijven. Verweerder moet wel het griffierecht aan eisers vergoeden, omdat een gebrek is vastgesteld dat met artikel 6:22 van de Awb is gepasseerd. Eisers hebben geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: - verklaart de beroepen ongegrond; - bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 365,- aan eisers moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, voorzitter, en mr. H.J.M. Baldinger en mr. J.W. Vriethoff, leden, in aanwezigheid van mr. S.A. Adriaanse, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 juli
  27. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. [gemachtigde 2] is [functie] en publiceert (ook) onder de naam Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG). Zaaknummer: AMS 23/
  28. Zaaknummer: AMS 23/
  29. Samen met de zaken met nummers AMS 23/420 en AMS 23/
  30. De beslissingen in die twee zaken worden in een aparte uitspraak neergelegd. De Omgevingsdienst refereert daarbij ook aan de meest recente BBT (Best Beschikbare Technieken)-lijst behorende bij het Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam. Handreiking Evenementen met luide muziek van 27 maart 2025: op pagina 9 wordt onder meer vermeld: “Indien een evenement in de nachtperiode (na 23:00 / 24:00 uur) doorgaat, wordt aanbevolen een geluidsnorm te hanteren van maximaal 40 dB(A) en 50 dB(C) aan de gevel van geluidgevoelige gebouwen, om slaapverstoring te voorkomen.” Rechtbank: en dan kennelijk ook de door Omgevingsdienst geadviseerde norm(en). Artikel 2.43 sub f van de APV. Artikel 2.43 sub c van de APV. Het eerder genoemde Geluidbeleid en de locatieprofielen. Zie de uitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, rechtsoverweging 7.
  31. Artikel 3:4, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. Artikel 3:4, tweede lid, van de Awb bepaalt dat de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Zie noot 12, rechtsoverweging 7.8 en 7.
  32. Zie noot 6 en de in paragraaf 1.4 genoemde titels en vindplaatsen van onderzoeken. In een toelichting van het Geluidburo op dit nieuwe beleid wordt ook het volgende vermeld: Meten en rekenen Aangezien er geen wettelijke regels zijn voor evenementengeluid, staat ook nergens voorgeschreven hoe metingen en berekeningen uitgevoerd moeten worden. Dit levert in de praktijk nogal eens onduidelijkheden en discussies op. De Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI) wordt weliswaar vaak toegepast, maar is slechts ten dele geschikt voor evenementengeluid. Zodoende is een eigen ‘Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid Amsterdam’ (MRP) opgesteld. Met dit protocol is het duidelijk waar wordt gemeten, hoe hoog, waarmee, hoe lang, welke correcties wel en niet mogen worden toegepast et cetera. Het protocol geeft ook aanwijzingen/hulp voor prognoseberekeningen. In lijn met en aansluitend op het MRP is een document gemaakt met de Best Beschikbare Technieken (BBT) waarmee het geluid in de omgeving zo veel mogelijk beperkt wordt. Het document verschaft achtergrondinformatie over de technieken en een lijst met technieken die (waar mogelijk en effectief) toegepast moeten worden. Deze lijs zal elk jaar worden vernieuwd zodat deze up to date blijft. Zie pagina 7 van het advies van de bezwaarcommissie. Van 25 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:267.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.