← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:4565

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht Zaaknummer: AMS 24/3926 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2025 in de zaak tussen V.O.F. [naam V.O.F.] , uit [vestigingsplaats] , eiseres (gemachtigde: mr. N.M. Buddingh-Ubink), en het college van burgemeester van en wethouders van Aalsmeer, het college (gemachtigde: mr. R.M. d'Hooghe). Samenvatting

  1. Deze uitspraak gaat over een verkeersbesluit waarbij een parkeerverbodzone wordt ingesteld in een gedeelte van de [straat 1] in [vestigingsplaats] . Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college een parkeerverbod mocht instellen. 1.
  2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het verkeersbesluit mocht nemen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
  3. Eiseres exploiteert een [bedrijf] , [naam V.O.F.] , gevestigd aan de [straat 1] 64 in [vestigingsplaats] . 2.
  4. Op 14 maart 2024 heeft het college een verkeersbesluit genomen om een parkeerverbodzone in te stellen in het gedeelte van de [straat 1] tussen de kruising met de [straat 2] en de bocht bij [locatie] . In dit gedeelte is ook het [bedrijf] van eiseres gevestigd. 2.
  5. Met het bestreden besluit van 11 april 2024 heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het verkeersbesluit ongegrond verklaard. 2.
  6. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.
  7. De rechtbank heeft het beroep op 22 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] , de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college. Beoordeling door de rechtbank Toetsingskader
  8. Het college heeft beoordelingsruimte bij de beantwoording van de vraag wat nodig is ter bescherming van de verkeersbelangen genoemd in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeersweg 1994 (de Wvw). Het college dient dit naar behoren te motiveren. Afhankelijk van de beroepsgronden gaat de bestuursrechter in op de vraag of de manier waarop het college van die beoordelingsruimte gebruik heeft gemaakt in overeenstemming is met het recht. Daarbij moet de bestuursrechter nagaan of het college redelijkerwijs de beoordelingsruimte op die manier heeft kunnen invullen. Nadat het college heeft vastgesteld wat naar zijn oordeel nodig is gelet op de betrokken verkeersbelangen, moet het college de uitkomst van die beoordeling afwegen tegen de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit. Bij die afweging heeft het bestuursorgaan beleidsruimte. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen, maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de (uitkomst van de) belangenafweging die ten grondslag ligt aan het besluit onevenredig is in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Awb). Daarbij geldt dat het bestuursorgaan niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit hoeft aan te tonen. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994, worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen. Heeft het college het verkeersbesluit kunnen nemen?
  9. Eiseres voert – kort samengevat – aan dat de noodzaak van het verkeersbesluit door het college onvoldoende is aangetoond. Het college heeft weliswaar aangegeven dat de aanleiding van het verkeersbesluit een aantal (overlast)meldingen betroffen, maar niet duidelijk is of deze door dezelfde of verschillende personen zijn gemeld. Evenmin is bekend of dit incidenten waren of dat dit vaker voorkomt. Daarnaast heeft het college onvoldoende onderzoek gedaan naar de door eiseres aangedragen alternatieven voor het verkeersbesluit en de alternatieve parkeergelegenheden. Volgens eiseres is haar belang onvoldoende meegewogen in het bestreden besluit. Eiseres vreest voor verlies van klanten en omzet. 4.
  10. Het college heeft zich in het verkeersbesluit op het standpunt gesteld dat met het verkeersbesluit wordt beoogd de verkeersonveiligheid en -overlast aan te pakken als gevolg van het autoverkeer dat langs de [straat 1] aan de westzijde op de rijbaan parkeert en aan de oostzijde parkeert op het fietspad en het trottoir. De [straat 1] is een smalle weg waar weggebruikers reeds moeten uitwijken voor tegemoetkomende bestuurders. Het uitwijken voor tegemoetkomende bestuurders wordt verder bemoeilijkt wanneer auto’s parkeren langs de weg op het fietspad en trottoir. In het verkeersbesluit staat dat het gaat om onveilige verkeerssituaties, hinder voor doorgaand rijdend verkeer en overlast voor omwonenden. Daarnaast stelt het college dat de nadelige gevolgen niet zodanig onevenredig zijn dat van het parkeerverbod had moeten worden afgezien. De gemachtigde van het college heeft toegelicht dat het uitgangspunt altijd is geweest dat bedrijven op eigen terrein in hun parkeerbehoefte voorzien. Eiseres heeft tien parkeerplaatsen op haar eigen terrein. Voor zover de parkeercapaciteit op het eigen terrein van eiseres onvoldoende blijkt te zijn, kan gebruik worden gemaakt van een groot parkeerterrein waar gratis kan worden geparkeerd (ter hoogte van [straat 1] [nummer] ). Dit parkeerterrein ligt op ongeveer 250 meter afstand van het [bedrijf] wat door eiseres wordt geëxploiteerd. Het college ziet niet in waarom dit voor klanten van eiseres geen goede alternatieve parkeeroptie zou kunnen zijn. 4.
  11. De rechtbank stelt vast dat het college met het bestreden besluit heeft beoogd om de veiligheid op, alsmede de bruikbaarheid van, de weg te bevorderen en parkeer- en verkeersoverlast te voorkomen. Hiermee verzekert het verkeersbesluit de verkeersbelangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wvw. Het individuele belang van eiseres is voldoende meegewogen en geeft de rechtbank geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat het verkeersbesluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiseres over een eigen parkeerterrein beschikt met tien parkeerplaatsen en dat op een korte afstand van ongeveer 250 meter van het [bedrijf] een openbaar parkeerterrein is waar bezoekers van het [bedrijf] de auto op een geringe loopafstand van het [bedrijf] kunnen parkeren. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college deugdelijk heeft gemotiveerd dat het verkeersbesluit noodzakelijk is om de verkeersveiligheid te garanderen. Conclusie en gevolgen
  12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 3 juli
  13. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie de uitspraak van de Afdeling van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:
  14. Zie de uitspraak van de Afdeling van 6 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4493.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.