ECLI:NL:RBAMS:2025:4588
vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 10555446 CV EXPL 23-8559 vonnis van: 1 juli 2025 vonnis van de kantonrechter I n z a k e de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENERGIEWACHT B.V., gevestigd te Zwolle, eiseres, nader te noemen: Energiewacht, gemachtigde: A.G. Groothuis, gerechtsdeurwaarder, t e g e n [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, nader te noemen: [gedaagde] , niet verschenen.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE Bij dagvaarding van 25 mei 2023, met producties, heeft Energiewacht tegen [gedaagde] een vordering ingesteld. [gedaagde] heeft geen uitstel verzocht en evenmin op de dagvaarding geantwoord. Tegen haar is verstek verleend, waarna vonnis is bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING Energiewacht vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 1.940,16 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente, € 14,68 aan reeds vervallen rente en € 291,02 aan buitengerechtelijke kosten, alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Energiewacht stelt dat zij op basis van de woonsituatie en wensen van [gedaagde] op haar initiatief op 29 januari 2016 bij [gedaagde] thuis een offerte met betrekking tot de huur en installatie van een CV-ketel heeft uitgebracht. Deze is uitvoerig toegelicht en met [gedaagde] besproken, waarbij de essentiële informatie aan [gedaagde] is meegedeeld en daarna aan haar is bevestigd, waarmee volgens Energiewacht is voldaan aan de pre- en contractuele verplichtingen. [gedaagde] heeft de offerte vervolgens getekend, zodat de overeenkomst volgens Energiewacht buiten de verkoopruimte tot stand is gekomen. Energiewacht heeft de ondertekende overeenkomst overgelegd. Daarin is onder meer vermeld: “ Overeenkomst huur (..) Het bedrijf verhuurt aan de klant een: Vaillant EcotecPlus VHR 30-34 CW5 (…) De duur van de overeenkomst is voor onbepaalde tijd met een minimale looptijd van 12,5 jaar.
Startdatum huurovereenkomst: 4-2-2016 Het huurbedrag bedraagt per maand: € 37,85 (…)”
4.2 Indien de beoogde klant geen eigenaar van het perceel is waarin het toestel geplaatst moet worden, kan geen huurovereenkomst worden afgesloten, (…) 4.5 In het geval dat de klant het perceel waarin het gehuurde zich bevindt, verkoopt, wordt hij geacht de huurovereenkomst voorafgaande aan de verkoop van het pand te hebben afgekocht. In voorkomende gevallen zal het bedrijf de afkoop van het toestel conform geldende restwaarde berekening aan de klant in rekening brengen. De klant verplicht zich in dit geval betreffende factuur te voldoen voorafgaande aan moment van overdracht van het pand aan de nieuwe eigenaar. (…) Artikel 5 Installatie toestel en randapparatuur 5.1 Het toestel en de randapparatuur mag alleen door een bij het bedrijf erkend installateur geplaatst en aangesloten worden. (…) 5.3 De kosten voor het aansluiten van elektra-, gas-, water- en koelleidingen, afvoerkanalen, eventuele bouwkundige voorzieningen en het plaatsen en/of vervangen van het toestel zijn voor rekening van de klant. In beginsel zijn de standaard kosten van het plaatsen en/of vervangen van een toestel verrekend in de huurprijs. Kosten anders dan standaard installatiekosten kunnen apart in rekening worden gebracht. (…) 5.5 De kosten van het wijzigen, verplaatsen respectievelijk herplaatsen van het verhuurde toestel, uitgevoerd op verzoek van de klant of ingevolge enige bepaling in de overeenkomst dan wel op grond van een rechterlijke uitspraak, komen voor rekening van de klant. (…) Artikel 11 Onderhoud en storingen 11.1 Het bedrijf verplicht zich het toestel zodanig te onderhouden dat dit veilig, doelmatig en bedrijfszeker kan functioneren. Het onderhoud van de in huur verstrekte toestellen geschiedt periodiek conform de richtlijnen van de fabrikant door of vanwege het bedrijf en voor haar rekening (…) 11.9 Vervanging toestel tijdens de huurperiode. Lopende de huurperiode, wordt het toestel, in geval van zodanig defect dat reparatie niet mogelijk is tenzij tegen kosten die de dagwaarde zullen overstijgen, zulks ter beoordeling door het bedrijf, zo nodig voor rekening en risico van het bedrijf vervangen. Indien daarbij een nieuw toestel zal worden gemonteerd, is de klant verplicht een nieuwe overeenkomst aan te gaan, zonder dat daarbij de standaard kosten van vervanging en installatie zullen worden berekend. Indien de klant geen nieuwe overeenkomst wenst aan te gaan, zal het bedrijf binnen de lopende huurovereenkomst zorg dragen voor levering en montage van een gelijkwaardig, gebruikt toestel, of besluiten het toestel alsnog te reviseren, waarbij de meerkosten van reparatie ten opzichte van de dagwaarde van het toestel, aan de klant in rekening kunnen worden gebracht.(…)
Artikel 13 Duur en einde van de overeenkomst 13.1 De aanvankelijke overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd met een minimale huurperiode als vermeld in de huurovereenkomst. (…) 13.2 Na afloop van de bedoelde minimale huurperiode kan de overeenkomst te allen tijde (…) door de klant worden opgezegd. Het bedrijf rekent bij opzegging een restwaarde aan de klant.
13.3 Het bedrijf kan zonder nadere sommatie en/of ingebrekestelling en zonder gerechtelijke tussenkomst de overeenkomst ontbinden, onverminderd haar recht op vergoeding van schade, kosten en interest, indien:
13.5 De overeenkomst kan op verzoek van de klant worden opgezegd en beëindigd met een opzegtermijn van een maand, met dien verstande dat, indien de minimale huurperiode nog niet is verstreken, het bedrijf het toestel zal verwijderen en de resterende huurtermijnen en alle overige kosten in verband met de tussentijdse beëindiging en de verwijdering van het toestel bij de klant in rekening brengen. (…) 13.8 Vernieuwing van overeenkomst tijdens de huurperiode in afwijking van artikel 11.9.
Indien het toestel na afloop van de aanvankelijke periode onherstelbaar defect raakt of wanneer de reparatiekosten de dagwaarde van het toestel overstijgen, zal het bedrijf de klant een aanbieding doen voor een nieuw huurtoestel, waarbij een nieuwe huurovereenkomst dient te worden aangegaan en waarbij conform artikel 5.3 de standaard installatiekosten in de huurprijsberekening zijn opgenomen.
Artikel 14 Wijziging voorwaarden en/of tarieven 14.1 Deze algemene voorwaarden en/of tarieven kunnen door het bedrijf worden gewijzigd. Wijzigingen treden eerst in werking 30 dagen na de dag waarop de wijzigingen zijn bekend gemaakt, (…) 14.3 De klant die na een wijziging van de algemene voorwaarden een betaling verricht verklaart zich akkoord met de dan geldende gewijzigde voorwaarden.
14.4 Indien de klant een wijziging in de algemene voorwaarden en/of tarieven niet wenst te accepteren kan hij de overeenkomst binnen één maand na ingang van de nieuwe voorwaarden schriftelijk opzeggen. Het bepaalde in artikel 13 leden 5, 6 en 7 is alsdan mede van toepassing.
14.5 De vergoedingen en het huurtarief, die ingevolge de overeenkomst zijn verschuldigd, kunnen worden verhoogd door het bedrijf. Wettelijke verhogingen in BTW of van overheidswege opgelegde verhogingen worden niet aangemerkt als tariefsverhoging. (…)”
Een CV-ketel maakt immers krachtens verkeersopvatting onderdeel uit van een woning en kan bovendien zonder beschadiging van betekenis niet van de hoofdzaak worden afgescheiden, zoals dat laatste ook blijkt uit de artikelen 5.3, 5.5, 13.5 en 13.8 van de algemene voorwaarden van Energiewacht. Ook uit de strekking van de artikelen 4.2, 4.5, 11.9 en 13.2 van de algemene voorwaarden blijkt dat de eigendom van de CV-ketel is overgegaan op [gedaagde] , nu bij verkoop van de woning de CV-ketel moet worden afgekocht (in plaats van teruggegeven), bij noodzakelijke vervanging van de ketel een nieuwe overeenkomst gesloten moet worden en bij opzegging van de overeenkomst na de minimale opzegtermijn van 12,5 jaar (!) een restwaarde in rekening wordt gebracht (beide afwijkend van een gebruikelijke huurovereenkomst van een roerende zaak).
Hoewel Energiewacht deze waarde niet heeft berekend in de dagvaarding en haar berekening van de door haar gevorderde afkoopbedrag onnavolgbaar is, kan uit die berekening wel worden afgeleid dat de investeringswaarde van Energiewacht voor de CV-ketel € 1.812,37 bedroeg. Nu Energiewacht stelt dat [gedaagde] over de afgelopen jaren 50 termijnen van minimaal het aanvankelijke tarief van € 37,85 heeft betaald (in totaal € 1.892,50), wordt daaruit geconcludeerd dat [gedaagde] daarmee in ieder geval de huidige waarde van de CV-ketel (inmiddels negen jaar oud) heeft afbetaald. Conclusie is dan ook dat [gedaagde] de gevorderde achterstallige 12 huurtermijnen noch het door Energiewacht gevorderde afkoopbedrag van de CV-ketel is verschuldigd, (nog daargelaten dat de huurprijs is verhoogd op basis van het in artikel 14 van de algemene voorwaarden oneerlijke prijswijzigingsbeding, aangezien daarin geen reden voor en wijze van aanpassing van de prijs is genoemd (zie arrest RWE Vertrieb AG, ECLI:EU:C:2013:180 en arrest Invitel, ECLI:EU:C:2012:242).
BESLISSING De kantonrechter: verwijst de zaak naar de rolzitting van 29 juli 2025 om 10.00 uur voor het nemen van een akte uitlaten door Energiewacht; bepaalt dat Energiewacht de akte tenminste twee weken vóór deze rolzitting aan [gedaagde] moet sturen, zoals onder rov. 12 is bepaald; houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2025 in tegenwoordigheid van mr. T.C. van Andel, griffier.