vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 16.154911.23 [verdachte] Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 16-154911-23 Datum uitspraak: 8 juli 2025 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, wonende op het adres [adres] , [woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 juni
(3126960), met nummer 2305161700.AMB van 2 juni 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde p. 100010 e.v. 4. Een proces-verbaal van bevindingen omstandigheden [verdachte] vs. lekmomenten en verdachte bevragingen, met nummer 2307211500.AMB van 7 december 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde p. 100143 e.v. 5. Een proces-verbaal van bevindingen omstandigheden [verdachte] verdachte bevragingen 02-02-2024 en 01-04-2024, met nummer 2409171545.AMB van 23 september 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde p. 101607 e.v. 6. Een proces-verbaal van bevindingen omstandigheden [verdachte] vs. lekmomenten 13-04-2024 en 19-04-2024, met nummer 2405290930.AMB van 17 juni 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde p. 100473 e.v. 7. Een proces-verbaal van bevindingen verhoren [verdachte] vs. OVC, met nummer 2411011130.AMB van 7 november 2024, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde p. 101657 e.v. 8. Een proces-verbaal van bevindingen lekmoment 03-02-3023 met nummer 2306301100.AMB van 18 juli 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar 2] , doorgenummerde p. 100097 e.v. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 3.4.3 opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat [verdachte] 1. in de periode van 15 september 2022 tot en met 19 april 2024, in Nederland, (telkens) als politieambtenaar - hoofdagent - bij de eenheid Amsterdam van de Nationale Politie, giften, gedaan door [medeverdachte 1] heeft aangenomen, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist dat die giften hem werden gedaan teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen, immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk in politiesystemen persoonsgegevens en tenaamstellingen en vertrouwelijke informatie over opsporingsonderzoeken en BVH mutaties en kentekens bevraagd en (vervolgens) die verkregen (vertrouwelijke) informatie aan voornoemde personen verstrekt en geopenbaard; 2. in de periode van 15 september 2022 tot en met 19 april 2024, te Amsterdam, meermalen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in één of meer (delen van) geautomatiseerde werken, namelijk in servers van de Nationale Politie is binnengedrongen met behulp van valse sleutels, door zich (telkens) onbevoegd met een gebruikersnaam en/of wachtwoord (voor het systeem Basis Voorziening Informatie-Integrale Bevragingen (BVI-IB) en/of de daaraan gekoppelde systemen en/of Basis Voorziening Handhaving (BVH) en/of BlueView, de toegang te verschaffen tot (delen van) servers van de Nationale Politie (waarop de systemen Basis Voorziening Informatie-Integrale Bevragingen (BVI-IB) en/of de daaraan gekoppelde systemen en/of Basis Voorziening handhaving (BVH) en/of BlueView waren geplaatst), en/of daarmee zich de toegang heeft verworven tot (een deel van) een geautomatiseerd werk van een derde, te weten onder andere de Basisregistratie Voertuigen (BRV) van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en/of de Basisregistratie Personen (BRP) van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, (telkens) met een ander doel dan waarvoor hem die gebruikersnaam en/of dat wachtwoord ter beschikking stond(
- en)en/of waarvoor hem die toegang was toegestaan; 3. in de periode van 15 september 2022 tot en met 19 april 2024, te Amsterdam, opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van anderen, te weten: de namen en/of dienstnummers van de politieambtenaren - [politieambtenaar 1] en - [politieambtenaar 2] en - [politieambtenaar 3] en - [politieambtenaar 4] en - [politieambtenaar 5] en - [politieambtenaar 6] en - [politieambtenaar 7] en - [politieambtenaar 8] en - [politieambtenaar 9] en - [politieambtenaar 10] en - [politieambtenaar 11] , heeft gebruikt, door (telkens) onbevoegd gebruik te maken van de accounts van voornoemde personen en daarbij vervolgens het systeem Basis Voorziening Informatie-Integrale Bevragingen (BVI-IB) en/of de daaraan gekoppelde systemen en/of Basis Voorziening Handhaving (BVH) en/of BlueView, te raadplegen, (telkens) met het oogmerk om zijn, verdachtes identiteit te verhelen en de identiteit van die anderen te misbruiken, waardoor enig nadeel kon ontstaan; 4. in de periode van 15 september 2022 tot en met 19 april 2024, in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, meermalen een geheim waarvan hij en zijn mededader (telkens) wisten of dat hij uit hoofde van het ambt van politieagent en/of wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet Politiegegevens, verplicht was het te bewaren, opzettelijk hebben geschonden, immers hebben verdachte en zijn mededader (telkens) uit politiesystemen persoonsgegevens en/of tenaamstellingen en/of vertrouwelijke informatie over opsporingsonderzoeken en/of BVH mutaties en/of kentekens aan een derde verstrekt, te weten: - op 7 oktober 2022 informatie gerelateerd aan het kenteken ‘ [kenteken] ’ en informatie gerelateerd aan de namen en/of geboortedata ‘ [naam 1] [geboortedatum] ’ en ‘ [naam 2] [geboortedatum] ’ en - op 6 november 2022 tenaamstellingen en/of adressen van de tenaamgestelden gerelateerd aan de kentekens ‘ [kenteken] ’ en ’ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en - op 13 november 2022 de tenaamstellingen en/of adressen van de tenaamgestelden gerelateerd aan de kentekens ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] 4’ en - op 19 januari 2023 de tenaamstellingen en/of adressen van de tenaamgestelden, gerelateerd aan de kentekens [kenteken] ’ en [kenteken] ’ en in de periode tussen 3 februari 2023 en 4 februari 2023 het verstrekken/delen van de tenaamstellingen en/of adressen van de tenaamgestelden, gerelateerd aan de kentekens ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en - in de periode tussen 12 februari 2023 en 13 februari 2023 het verstrekken/delen van persoonsgegevens en/of (tactische) opsporingsinformatie over bepaalde personen en/of tenaamstellingen en/of adressen van de tenaamgestelden, gerelateerd aan de kentekens ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en [kenteken] ’ en ‘ [kenteken] ’ en - omstreeks 13 april 2024 het verstrekken/delen van informatie gerelateerd aan ‘BSN [BSN nummer] ’ en de naam ‘ [naam 3] ’ en de naam ‘ [naam 4] ’ en de naam ‘ [naam 5] ’ en het kenteken ‘ [kenteken] ’ en de naam ‘ [naam 6] ’ en - omstreeks 19 april 2024 het verstrekken/delen van informatie gerelateerd aan BSN ‘ [BSN nummer] ’ en de naam ‘ [naam 7] ’ en een op dat moment nog onbekend BSN welke uiteindelijk bleek te zijn ‘ [BSN nummer] ’, toebehorend aan ‘ [naam 8] ’. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Motivering van de straf 7.1 De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder 1, 2, 3 en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, met aftrek van het voorarrest, en een beroepsverbod voor de periode van 8 jaar om in de functie van politieambtenaar werkzaam te zijn. Daarnaast wordt als bijkomende straf de verbeurdverklaring van € 27.050,- gevorderd, omdat aannemelijk is dat dit het bedrag is dat [verdachte] heeft ontvangen voor het verstrekken van politiegegevens. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadslieden hebben verzocht om aan [verdachte] een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, in combinatie met een taakstraf. Verder is verzocht om in de strafmaat rekening te houden met zijn persoonlijke omstandigheden (waaronder de medische gevolgen van zijn detentie in voorarrest), het gegeven dat hij een 'first offender' is, en de media-aandacht die voor deze zaak bestaat. Ook wordt verzocht om rekening te houden met de dreiging en druk waaronder hij de feiten heeft begaan. Ten aanzien van de verbeurdverklaring is verzocht om het bedrag aan te passen naar € 5.000,-, omdat aannemelijk is dat [verdachte] niet voor alle bevragingen een geldbedrag heeft ontvangen. 7.3 Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Ernst van de feiten [verdachte] heeft zich gedurende een lange periode (zo’n 1,5 jaar) schuldig gemaakt aan het medeplegen van schending van het ambtsgeheim, computervredebreuk, passieve omkoping en het onbevoegd gebruikmaken van accounts van zijn collega-politieambtenaren. Op verzoek van zijn broer, medeverdachte [medeverdachte 1] , heeft hij (vertrouwelijke) informatie over kentekens en personen in de politiesystemen geraadpleegd, waarvoor hij de accounts van zijn collega’s heeft misbruikt. Daarna deelde hij die vertrouwelijke en gevoelige informatie (ook met betrekking tot lopende onderzoeken) met zijn broer, die deze informatie doorgaf aan anderen, waaronder criminelen, die daarvoor geld betaalden. Dat [verdachte] mogelijk onder dreiging en druk heeft gehandeld volgt niet uit het dossier, anders dan wat hij daar zelf over heeft gezegd. Verdachte is niet uit zichzelf gestopt met het plegen van de feiten, tussenkomst van de politie was nodig om nieuwe bevragingen en delicten te voorkomen. De integriteit van de politie en van de ambtenaren die in dienst staan van de politie is van fundamenteel belang voor de democratische rechtsstaat. [verdachte] had als politieambtenaar, gelet op zijn taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving en van hem mocht om die reden ook volledige integriteit en onkreukbaarheid worden verwacht. Politiegegevens zijn naar hun aard zeer vertrouwelijk en gevoelig. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat politiefunctionarissen op een integere, zorgvuldige en respectvolle wijze omgaan met hun vertrouwelijke en persoonlijke gegevens. [verdachte] heeft met zijn handelen dit vertrouwen ernstig geschaad. Ook heeft hij het vertrouwen van zijn collega’s ernstig beschaamd. Dit blijkt ook wel uit de slachtofferverklaringen van twee collega-agenten. Zijn handelen heeft een negatieve weerslag op de uitstraling van de (voorbeeld)functie die hij als politieambtenaar had en op de politie in zijn geheel. Bovendien heeft hij met het verstrekken van de vertrouwelijke (opsporings)informatie de opsporing ondermijnd en dat had tot ernstige gevolgen en risico’s voor derden kunnen leiden. Gelet op de ernst van de feiten ligt een (forse) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de rede. Andere relevante omstandigheden Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van het Leger des Heils van 16 september 2024. Het rapport houdt – samengevat – het volgende in. De reclassering signaleert enige risicofactoren in het (delict)gedrag. Zo zou in de pleegperiode sprake zijn geweest van gokgedrag, (negatieve) invloed van zijn broer en mogelijk ook vanuit zijn sociaal netwerk. De reclassering signaleert ook factoren die mogelijk beschermend kunnen werken. Zo toont [verdachte] berouw en heeft hij een gezin. De reclassering ziet geen noodzaak voor interventies ter voorkoming van recidive onder meer vanwege de al ingeschakelde psychologische hulp Het recidiverisico wordt als laag ingeschat. Daarom adviseert zij bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Ook is acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van [verdachte] van 15 april 2025. Hieruit blijkt dat hij een 'first offender' is. Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en ook met zijn medische situatie. Daarnaast houdt de rechtbank er rekening mee dat de strafzaak veel gevolgen voor zijn privéleven heeft gehad en dat het voorstelbaar is dat de consequenties van de feiten zwaar op hem drukken. De straf Gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden en rekening houdend met de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, ziet de rechtbank aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden, met aftrek van het voorarrest (inclusief de dag die hij te veel in voorarrest heeft doorgebracht), passend en geboden Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering. Geen beroepsverbod De officier van justitie heeft ook nog geëist dat aan [verdachte] een beroepsverbod wordt opgelegd. Nu hij inmiddels niet meer werkzaam is bij de politie en de rechtbank het zeer onaannemelijk acht dat hij in de toekomst nog bij de politie werkzaam zal kunnen zijn, ziet de rechtbank geen aanleiding om hem ook nog een beroepsverbod op te leggen. Verbeurdverklaring De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat het aannemelijk is dat [verdachte] € 5.000,- heeft ontvangen voor de onbevoegde bevragingen in de politiesystemen. Nu dit geld geheel uit de baten van het onder feit 1 bewezen geachte is verkregen, wordt dit geldbedrag (€ 5.000,-) verbeurdverklaard. 8Ten aanzien van de benadeelde partijen De benadeelde partij [politieambtenaar 1] vordert € 1.500,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij [politieambtenaar 5] vordert € 1.500,00 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 8.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft verzocht om beide vorderingen geheel toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadslieden hebben verzocht om beide vorderingen niet-ontvankelijk te verklaren. Zij hebben aangevoerd dat de schade niet direct het gevolg is van de feiten zelf, maar een indirect gevolg van het bekend worden van een onderzoek daarnaar binnen de politie. Daarnaast zijn de vorderingen onvoldoende onderbouwd, omdat er geen brief van een huisarts, psycholoog of een andere medisch professional is overgelegd waaruit de psychische schade volgt. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Beide benadeelde partijen hebben een vergoeding voor immateriële schade gevorderd omdat zij zich in hun persoonlijke integriteit voelen aangetast doordat [verdachte] misbruik heeft gemaakt van hun inloggegevens en zij hiervan psychische schade hebben ondervonden. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft een benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding van de immateriële schade indien (sub
- b)de benadeelde 'op andere wijze in zijn persoon' is aangetast. In een dergelijk geval zal degene die zich hierop beroept de aantasting in zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Hoewel beide benadeelde partijen geen geneeskundige verklaring (bijvoorbeeld een verklaring van een psycholoog of de huisarts) hebben overgelegd, blijkt uit hun bijgevoegde slachtofferverklaringen en de verklaringen van hun werkgever welke impact het misbruik van hun inloggegevens op hen heeft gehad. De rechtbank acht het ook voorstelbaar dat beide benadeelde partijen door het onder feit 3 bewezen verklaarde in hun persoon zijn aangetast doordat hun persoonlijke levenssfeer is aangetast. De nadelige (psychische) gevolgen liggen voor de hand. Op grond van de door de benadeelde partijen gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schade – voor zowel [politieambtenaar 1] als [politieambtenaar 5] – naar billijkheid op € 500,- (te vermeerderen met de wettelijke rente). De vorderingen worden voor het overige afgewezen. Ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien [verdachte] jegens de slachtoffers [politieambtenaar 1] en [politieambtenaar 5] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze voor beide slachtoffers op een bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 138ab, 231b, 272 en 363 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1: als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat deze hem aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om in zijn bediening iets te doen, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 2: computervredebreuk, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 3: identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen, meermalen gepleegd. Ten aanzien van feit 4: medeplegen van opzettelijke schending van een ambtsgeheim, meermalen gepleegd. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Verklaart verbeurd: € 5.000,00 (vijfduizend euro). Vordering benadeelde partij [politieambtenaar 1] Wijst de vordering van de benadeelde partij [politieambtenaar 1] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 september 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [politieambtenaar 1] voornoemd. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Wijst de vordering voor het overige af. Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [politieambtenaar 1] aan de Staat € 500,00 (vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (15 september 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 10 (tien) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Vordering benadeelde partij [politieambtenaar 5] Wijst de vordering van de benadeelde partij [politieambtenaar 5] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 november 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [politieambtenaar 5] voornoemd. Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil. Wijst de vordering voor het overige af. Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [politieambtenaar 5] aan de Staat € 500,00 (vijfhonderd euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 november 2022) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 10 (tien) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op. Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wiewel, voorzitter, mrs. M.C.H. Broesterhuizen en C. Bruil, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van der Mark, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 juli 2025. Zie: proces-verbaal van bevindingen uitgelezen data iPhone 7