RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13-181455-24 Datum uitspraak: 12 juni 2025 UITSPRAAK op de vordering van 6 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 18 april 2024 door the Court of Law Craiova, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [de opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1995, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 31 juli 2024 De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 31 juli 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. L.J.H. Kortz, advocaat te Utrecht en door een tolk in de Roemeense taal. Ter zitting van 31 juli 2024 is geconstateerd dat in het kader van het onderzoek naar de detentieomstandigheden in Roemenië meer informatie nodig was over de medische toestand en de eventuele psychiatrische problematiek van de opgeëiste persoon, en de situatie met betrekking tot de dochter van de opgeëiste persoon. De behandeling van het EAB is hierom aangehouden voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft op 31 juli 2024 de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen. Vervolgens heeft zij de termijn met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, ingaande op het moment waarop de termijn van 90 dagen verstrijkt, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW nu zij nog bezig is met onderzoek naar de detentieomstandigheden na overlevering naar Roemenië. Zitting 29 augustus 2024 De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 29 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en wederom bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Roemeense taal. Tussenuitspraak 12 september 2024 De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 12 september 2024 het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd en aan de officier van justitie de opdracht gegeven om de uitvaardigende justitiële autoriteit - in het kader van een rechterlijk dialoog - te vragen naar de bereidheid, zo nodig na overleg met de bevoegde Roemeense autoriteiten, tot overdracht van de aan het EAB ten grondslag liggende vrijheidsstraf aan Nederland, en Jeugdbescherming Brabant te vragen zich uit te laten over de situatie van de dochter van de opgeëiste persoon in het licht van het overleveringsverzoek, in het bijzonder over haar hechtingsrelatie met de opgeëiste persoon en eventuele anderen (pleegouders) en de (on)mogelijkheid dat de dochter - in geval van overlevering van de opgeëiste persoon - wordt overgebracht naar Roemenië. Zitting 17 oktober 2024 De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 17 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is wederom bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst tot de zitting van 7 november 2024, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan IOS te vragen of de Minister bereid is een verzoek te doen aan Roemenië tot strafoverdracht aan Nederland en het antwoord op die vraag vóór de volgende zitting aan het dossier toe te voegen. Zitting 7 november 2024 De behandeling van het EAB is - met toestemming van partijen - in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 7 november 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen, maar vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd, om via het openbaar ministerie IOS in de gelegenheid te stellen het benodigde certificaat in het kader van strafovername te verzoeken aan de Roemeense autoriteiten. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, telkens met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding, op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Raadkamers van 18 december 2024, 22 januari 2025, 19 februari 2025, 12 maart 2025, 11 april 2025 en 14 mei 2025 Op bovengenoemde raadkamerzittingen is – in afwachting van het verzoek van het IOS aan de Roemeense autoriteiten om het benodigde certificaat in het kader van strafovername te verkrijgen – de beslistermijn wederom telkens verlengd met dertig dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW, met dien verstande dat op de raadkamerzitting van 14 mei 2025 de overleveringsdetentie is verlengd tot en met 3 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.