RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/056905-25 Datum uitspraak: 26 juni 2025 UITSPRAAK op de vordering van 3 maart 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).Dit EAB is uitgevaardigd op 7 juli 2023 door de Rechtbank Şimleu Silvaniei, provincie Sălaj (Roemenië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1992, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. gedetineerd in [detentie-instelling] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Eerdere behandelingen en tussenuitspraken Het EAB is eerder behandeld op de zittingen van 24 april 2025 (resulterend in een tussenuitspraak van 8 mei 2025) en 11 juni 2025 (resulterend in een tussenuitspraak van 25 juni 2025). De termijn waarbinnen de rechtbank op grond van Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering is op de zitting van 24 april 2025 met 30 dagen verlengd. Op diezelfde dag is eveneens de gevangenhouding bevolen. Bij de tussenuitspraak van 8 mei 2025 is de beslistermijn nogmaals met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlening van de vrijheidsbeneming met eveneens 30 dagen. Op de zitting van 11 juni 2025 is de beslistermijn met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de vrijheidsbeneming met eveneens 30 dagen. Bij de tussenuitspraak van 25 juni 2025 is de beslistermijn opnieuw verlengd met 60 dagen, onder gelijktijdige verlenging van de vrijheidsbeneming met eveneens 60 dagen. Zitting van 26 juni 2025 De behandeling van het EAB is na toestemming in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 26 juni 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen, maar is vertegenwoordigd door zijn daartoe gemachtigde raadsman mr. E. Boskma, advocaat in Alkmaar. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie Uit een bericht van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 25 juni 2025 blijkt dat het aan de vordering van de officier van justitie ten grondslag liggende EAB is ingetrokken. Dit bericht, dat door de rechtbank is opgevraagd bij het openbaar ministerie (afdeling Internationaal Rechtshulp Centrum), luidt als volgt: “Dear colleague, Due to our previous correspondence, we inform you that our EAW issued on 07/07/2023 concerning [opgeëiste persoon] has been withdrawn (today, the 25th of June 2025) and a new EAW has been issues regarding the same person. (…)” Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de officier van justitie, overeenkomstig haar verzoek en overeenkomstig het standpunt van de raadsman, niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. 4Beslissing VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering van 3 maart 2025 tot het in behandeling nemen van het EAB. HEFT OP de overleveringsdetentie in deze zaak. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.M. Vroom-Cramer, voorzitter, mrs. M.C.M. Hamer en E.M. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 juni 2025. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. ECLI:NL:RBAMS:2025:3166. ECLI:NL:RBAMS:2025:4374. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Op grond van artikel 22, vierde lid, OLW. Op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Op grond van artikel 22, vierde lid, OLW. Op grond van artikel 27, derde lid, OLW. Op grond van artikel 22, vierde lid, OLW. Op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.