vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/223366-23 Datum uitspraak: 15 juli 2025 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2002, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] , uit andere hoofde gedetineerd in de [naam PI] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 1 juli 2025. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R. van Zanten en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.J. Veldheer, advocaat te Laren, naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] . 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich telkens op 22 juni 2022 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan: 1. het medeplegen van afpersing van [benadeelde partij] tot afgifte van zijn Rolex horloge; 2. diefstal in vereniging van onder andere een Louis Vuitton tas en Cartier bril van [benadeelde partij] met (dreiging van) geweld. De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1. Standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van aangever wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen. Ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte geldt dat verdachte kort voorafgaand aan de beroving telefonisch contact heeft gehad met één van de vermoedelijke daders. Daarnaast is er een DNA-spoor van hem aangetroffen op de rechter deurhendel van de auto van aangever. Op camerabeelden is te zien dat de man die aangeduid is als NN2, het portier opent. Uit camerabeelden van het restaurant Loetje in Amsterdam Oost (hierna: Loetje Oost) waar de daders voor de straatroof waren, volgt dat NN2 zeer veel gelijkenissen vertoont met verdachte. Op basis hiervan kan worden vastgesteld dat verdachte NN2 is en de deurhendel van de auto van aangever heeft vastgehad. 4.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten, omdat niet kan worden vastgesteld dat hij één van de daders van de straatroof is geweest. Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte in Loetje Oost is geweest en daarmee ook niet in de Swammerdamstraat. Ten aanzien van het DNA-spoor geldt dat het slachtoffer een ‘snorder’ (illegale taxichauffeur) is en dat verdachte van zijn diensten gebruikmaakte. Het is daardoor goed mogelijk dat zijn DNA op die manier op de deurhendel is gekomen. Daarnaast is er sprake van een mengprofiel en kan het DNA ook op de deurhendel zijn gekomen middels secundaire overdracht. 4.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd en overweegt daartoe als volgt. Aangever [benadeelde partij] (hierna: aangever) heeft aangifte gedaan van een straatroof. Hij had op 22 juni 2022 afgesproken om met een vrouw uit eten te gaan. De vrouw vertelde dat zij nog iets op moest halen bij Loetje Oost. Zij stapte uit bij de Swammerdamstraat en liet haar ketting op de bijrijdersstoel liggen. Kort nadat zij wegliep kwam een jongen naar de auto van aangever gelopen die hem om een sigaret en aansteker vroeg. Aangever heeft vervolgens zijn auto verderop in de straat geparkeerd. Daar is een jongen naast de auto van aangever gaan staan en hij heeft een vuurwapen tegen zijn hoofd aangedrukt. Deze jongen is NN1 genoemd. Tegelijkertijd werd de deur van de bijrijder geopend en daar stonden ook twee jongens. Er werd naar aangever geschreeuwd dat hij zijn horloge moest afgeven. Aangever hoorde en zag vervolgens dat NN1 zijn wapen doorlaadde en dat een patroon naast de auto op de grond viel. Vanuit de bijrijderskant werd er door NN2 ook een vuurwapen op aangever gericht. Aangever voelde nog steeds het vuurwapen van NN1 tegen zijn wang en dit deed pijn. Hierop heeft aangever zijn horloge afgegeven. NN1 zag dat aangever ook een Louis Vuitton tas had en trok zo hard aan deze tas dat de schouderband kapot ging. Daarna is hij weggerend. NN2 en NN3 hebben de ketting van de vrouw meegepakt en zijn vervolgens ook weggerend. Op de hendel van het rechter voorportier van de auto van aangever is een DNA-mengprofiel van minimaal twee donoren aangetroffen, waarbij de kans dat het resultaat verkregen werd terwijl het mengprofiel DNA van verdachte bevat meer dan 1 miljard keer groter is dan wanneer dit niet het geval is. De rechtbank is zich er van bewust dat er behoedzaam moet worden omgegaan met de conclusies uit dit DNA-onderzoek, temeer omdat het gaat om de deurhendel van een ‘snorder’. In dit geval is er echter meer belastend bewijs. Uit het dossier blijkt dat de vermoedelijke groep van daders voor de straatroof in het restaurant Loetje Oost was. Door de politie is onderzoek ingesteld naar de camerabeelden. Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft geverbaliseerd dat zij bij het bekijken van de camerabeelden zag dat NN2 en verdachte zeer veel gelijkenissen hebben. Zij noemt hierbij het postuur, de vrij brede schouders en de onderlip die vrij roze is in vergelijk met de bovenlip. Bij het zien van NN2 moest zij direct denken aan verdachte, maar doordat de beelden vrij donker zijn kan zij hem niet voor 100 procent herkennen. Daarnaast kan verdachte op basis van de peilgegevens vlak voor de overval nabij de plaats delict worden geplaatst. De omstandigheid dat verdachte in de buurt van de plaats delict woont, sluit niet uit dat hij op de plaats delict was. Op grond van het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte NN2 is en dat verdachte dus één van de mannen is geweest die de straatroof hebben gepleegd. Verdachte heeft daartegenover geen concreet en geloofwaardig alternatief scenario gesteld. Hij heeft enkel gesteld dat zijn DNA mogelijk op de deurhendel is gekomen, omdat verdachte in die tijd gebruik maakte van ‘snorders’ of – gelet op het mengprofiel – door secundaire overdacht. Hij heeft echter niet onderbouwd met stukken dat hij daadwerkelijk aangever inschakelde om vervoerd te worden, terwijl dat – uitgaande van de juistheid van de alternatieve verklaring van verdachte – wel mogelijk zou moeten zijn. Evenmin heeft hij toegelicht of onderbouwd op welke manier er secundaire overdracht plaats heeft kunnen vinden. Gelet hierop acht de rechtbank het alternatieve scenario onvoldoende onderbouwd en onaannemelijk. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het vuurwapen van NN1 ‘echt’ is en overweegt hiertoe als volgt. Verbalisant [naam verbalisant 2] heeft de beelden van de camera van een buurtbewoner bekeken en heeft een ‘op een vuurwapen gelijkend voorwerp’ gezien in de handen van NN1. Aangever heeft verklaard dat het vuurwapen werd doorgeladen en dat er op dat moment een patroon op de grond van de auto is gevallen. Dit wordt ondersteund door een proces-verbaal van bevindingen waarin wordt geverbaliseerd dat er een patroon is gevonden op de grond, naast de auto aan de bestuurderszijde. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat verdachte de straatroof tezamen en in vereniging met anderen heeft gepleegd. De rechtbank overweegt hiertoe dat uit het procesdossier een nauwe en bewuste samenwerking valt af te leiden. Er bestond een duidelijke rolverdeling tussen de daders, waarbij een medeverdachte eerst contact heeft gemaakt met het slachtoffer en de groep van verdachten daarna gezamenlijk naar de auto is gelopen en daar omheen is gaan staan. Verdachte heeft samen met een ander met een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) gedreigd. Meerdere verdachten hebben tegen aangever geschreeuwd, en hem bedreigd met geweldshandelingen. Ten slot hebben meerdere verdachten goederen weggenomen. De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van straatroof. 4.4. Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte: 1. op 22 juni 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, op de openbare weg, Swammerdamstraat ter hoogte van nummer [nummer] , met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge (merk Rolex), toebehorende aan [benadeelde partij] , welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en zijn mededaders, - zich hebben begeven naar de personenauto (waar die [benadeelde partij] in zat), en naast die personenauto zijn gaan staan, en - een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij] hebben gedrukt (gehouden), en- de bijrijdersportier hebben opengetrokken, en - die [benadeelde partij] een tweede vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben getoond, en - tegen die [benadeelde partij] hebben gezegd dat hij zijn horloge moest afgeven en een vuurwapen hebben doorgeladen; 2. op 22 juni 2022 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, op de openbare weg, Swammerdamstraat ter hoogte van nummer [nummer] , met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen een tas (merk Louis Vuitton) en een rijbewijs en een ID bewijs en een zonnebril (merk Cartier) en een kentekenbewijs ( [kenteken] ) en een bankpas (bank Tidore), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld met bedreiging van geweld tegen die [benadeelde partij] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte en zijn mededaders - zich hebben begeven naar de personenauto (waar die [benadeelde partij] in zat), en naast die personenauto zijn gaan staan, en - een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde partij] hebben gedrukt (gehouden), en de bijrijdersportier hebben opengetrokken, en - die [benadeelde partij] een tweede vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, hebben getoond, en - tegen die [benadeelde partij] hebben gezegd dat hij zijn horloge moest afgeven en een vuurwapen, hebben doorgeladen; - aan de tas van die [benadeelde partij] hebben getrokken (ten gevolge waarvan de schouderband van die tas kapot ging). 5De strafbaarheid van de feiten en van verdachte De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is hiervoor strafbaar. 6Motivering van de straf 6.1. Strafeis van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden zal worden opgelegd. Bij zijn strafreis heeft hij rekening gehouden met de omstandigheid dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van toepassing is. 6.2. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht, indien de rechtbank zal overgaan tot het opleggen van een gevangenisstraf rekening te houden met de schending van de redelijke termijn. 6.3. Oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. 6.3.1. Ernst van de feiten Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een straatroof op de openbare weg, waarbij het slachtoffer in zijn auto werd omsingeld en – onder dreiging van een vuurwapen en een (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.