← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2025:5170

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 24/6556 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2025 in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. R.A.M. Koolen), en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college (gemachtigde: mr. C. Mulder). Samenvatting

  1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) als bestuurder. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe aan dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat haar fysieke en psychische klachten niet voldoende zorgvuldig zijn onderzocht. Ook voert eiseres aan dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat de extreme nadelige gevolgen voor eiseres niet voldoende door het college zijn meegewogen. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.
  2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart mocht afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop
  3. Eiseres heeft op 21 november 2023 een aanvraag ingediend voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart als bestuurder op het adres [adres] in Amsterdam. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 april 2024 afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan de hiervoor geldende criteria, volgens het advies van de GGD-arts is zij namelijk in staat om 100 meter te lopen. Met het bestreden besluit van 25 september 2024 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.
  4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.
  5. De rechtbank heeft het beroep op 9 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, mr. M.G. Niens als waarnemer van de gemachtigde van eiseres, Y. Göktas als tolk en de gemachtigde van het college. Totstandkoming van het besluit
  6. Eiseres heeft fibromyalgie, klachten in de nek en rug en psychische problemen. Zij is op 13 oktober 2023 door een arbeidsdeskundige van het UWV 100% arbeidsongeschikt verklaard. Eiseres heeft op 21 november 2023 een GPK als bestuurder aangevraagd, omdat zij door haar klachten moeite heeft met lopen. 3.
  7. Het college heeft naar aanleiding van de aanvraag van eiseres advies gevraagd aan de GGD. Eiseres is op spreekuur geweest bij de GGD. Volgens het advies van de GGD-arts van 23 februari 2024 moet eiseres redelijk in staat worden geacht zich met de gebruikelijke hulpmiddelen, zonder hulp van een ander, over een langere afstand dan 100 meter aaneengesloten voort te bewegen. De geschatte loopafstand is meer dan 100 meter. Daarom heeft de arts het college geadviseerd om de aanvraag af te wijzen. Bij de schatting van de loopafstand heeft een rol gespeeld: mondeling verstrekte gegevens, observatie, kennis van betrokken ziektepatroon, opgevraagde/meegebrachte medische informatie en inzage in GGD dossier. Er is medische informatie opgevraagd bij de huisarts van eiseres en de brief van de huisarts van 5 februari 2024 is betrokken.
  8. Op basis van het advies van de GGD heeft het college een voornemen tot afwijzing gestuurd naar eiseres. Eiseres heeft geen zienswijze ingediend. Met het besluit van 22 april 2024 heeft het college de aanvraag van eiseres voor een GPK als bestuurder afgewezen en zich daarbij gebaseerd op het advies van de GGD. 4.
  9. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing en twee brieven van de huisarts overgelegd van 29 maart 2024 en 27 juni
  10. Naar aanleiding van de bezwaren van eiseres en de brieven van de huisarts heeft het college bij de GGD tweemaal om advies gevraagd. De GGD is met de adviezen van 26 juli 2024 en 4 september 2024 gebleven bij het eerdere advies om de GPK als bestuurder voor eiseres af te wijzen, omdat er onvoldoende medische onderbouwing bestaat voor een ernstige loopbeperking. Het college heeft de adviezen betrokken bij de beoordeling van het bezwaar en geoordeeld dat de aanvraag van eiseres terecht is afgewezen. Daarom heeft het college het bezwaar van eiseres met het bestreden besluit van 25 september 2025 ongegrond verklaard. Beoordeling door de rechtbank Zorgvuldigheidsbeginsel
  11. Eiseres heeft aangevoerd dat de GGD haar beperkingen die voortkomen uit de fibromyalgie en de psychische problematiek heeft onderschat. Het college had daarom zich niet mogen baseren op het advies van de GGD. Het oordeel van de GGD dat in het geval van eiseres een GPK anti-revaliderend zou werken, is onbegrijpelijk. Zij kan momenteel door haar klachten niet meedraaien in de maatschappij terwijl een GPK haar in de gelegenheid zou stellen om actief deel te nemen in de maatschappij. Daarnaast heeft eiseres niet voor niets een verhuisvergoeding en een medische urgentieverklaring gekregen. Met de verklaring van de huisarts van 27 juni 2024 wordt ook het verzoek van eiseres om een GPK ondersteund. De observatie van het looppatroon van eiseres is slechts een moment opname en fluctueert sterk. Uit een verklaring van de polikliniek Reumatologie van het UMC blijkt dat eiseres in de ochtend soms volledige gevoelloosheid ervaart in haar voeten en benen. Eiseres is ook de Nederlandse taal onvoldoende machtig, waardoor zij naar alle waarschijnlijkheid haar klachten en beperkingen niet volledig en adequaat heeft kunnen verwoorden tijdens het onderzoek door de GGD. Ook heeft de GGD de psychiater van eiseres moeten vragen naar signalen van straatvrees. Uit de verklaring van de psychiater blijkt namelijk dat eiseres lijdt aan PTTS.
  12. Volgens vaste rechtspraak van de hoger beroepsrechter mag het college zich bij het nemen van besluiten baseren op een medisch advies als dit zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is, begrijpelijk is gemotiveerd en het advies de conclusie kan dragen. Het is dan vervolgens aan de aanvrager om met medische stukken aannemelijk te maken dat het medisch advies niet klopt. 6.
  13. De rechtbank is van oordeel dat de adviezen van de GGD-arts, in samenhang gelezen, voldoen aan de hiervoor genoemde eisen. Het blijkt niet dat de adviezen onzorgvuldig tot stand zijn gekomen. Duidelijk is vermeld van welke gegevens de GGD-arts bij de beoordeling gebruik heeft gemaakt. Zo is voor de adviezen naar aanleiding van de aanvraag informatie van de huisarts beoordeeld van 5 en 23 februari
  14. Eiseres heeft in bezwaar twee brieven van de huisarts van 29 maart 2024 en 27 juni 2024 overgelegd. Naar aanleiding van het bezwaarschrift werd het dossier van eiseres nogmaals bestudeerd en is ook de nieuwe informatie van de huisarts beoordeeld. Deze informatie is door de GGD-arts betrokken in de adviezen. Verder heeft de GGD-arts gebruik gemaakt van de kennis van het betrokken ziektepatroon en toetsing aan het VIA protocol. Daarnaast heeft een observatie van het loop- en beweegpatroon plaatsgevonden. De GGD-arts heeft zelf tijdens het spreekuur waargenomen dat eiseres zonder hulpmiddel en zonder instabiliteit naar de spreekkamer liep. De GGD-arts concludeert dat eiseres fibromyalgie heeft en daarom pijn heeft verspreid over het lichaam. Echter wordt geen medische verklaring gevonden voor de pijn en dat is wel noodzakelijk voor een gehandicaptenparkeerkaart. Daarnaast is het voor de aandoening van eiseres van belang dat zij, ondanks de pijn, blijft bewegen. De psychische klachten van eiseres zijn ook door de GGD-arts beoordeeld en geven geen loopbeperking. 6.
  15. In wat door eiseres is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de conclusies van de GGD-arts of aan de wijze waarop de adviezen tot stand zijn gekomen. Het college mocht de aanvraag van eiseres voor een GPK daarom op basis van deze adviezen afwijzen. De stukken die zien op een toekenning van een verhuisvergoeding, de aanvraag voor een medische urgentie en het arbeidsdeskundig rapport van het UWV bevatten ook geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de conclusies van de GGD-arts. Uit deze stukken blijkt niet dat eiseres een ernstige loopbeperking heeft. Daarnaast is ook sprake van een ander toetsingskader. De medische stukken van de polikliniek van 12 januari 2022 en 10 oktober 2022 beschrijven dezelfde medische situatie die de GGD-arts betrokken heeft. Ook blijkt uit de informatie van de polikliniek Reumatologie van 12 januari 2022 dat eiseres, ondanks dat zij de taal niet goed machtig is, wel haar klachten goed kan uitleggen. Uit de brief van Terra Mental Health van 6 november 2023 blijkt dat eiseres psychische klachten heeft. Echter blijkt niet dat zij wordt behandeld of dat de psychische klachten zorgen voor een loopbeperking. De rechtbank ziet hierin geen onderbouwing voor de stelling van eiseres dat zij angsten heeft om te vallen en daardoor niet meer naar buiten gaat. Evenredigheidsbeginsel
  16. Daarnaast voert eiseres aan dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat de extreme nadelige gevolgen voor eiseres niet voldoende door het college zijn meegewogen. Eiseres verlaat door al haar klachten bij elkaar nauwelijks haar woning, waardoor zij in feite geïsoleerd is geraakt en niet langer deelneemt aan het maatschappelijk verkeer.
  17. De rechtbank overweegt als volgt. In het kader van het evenredigheidsbeginsel heeft de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 26 maart 2024 een uitspraak gedaan. Bij een gebonden bevoegdheid heeft op basis van het algemeen verbindende voorschrift al een belangenafweging in algemene zin plaatsgevonden. De uitkomst daarvan is neergelegd in de wettelijke voorwaarden voor de uitoefening van die bevoegdheid. Daarmee is in beginsel ook de evenredigheid van het besluit gegeven. Het te nemen besluit volgt immers uit het wel of niet vervuld zijn van de toepassingsvoorwaarden en het bestuursorgaan hoeft geen belangenafweging te maken. Desalniettemin kunnen er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in dit geval voor eiseres zozeer in strijd komt met het evenredigheidsbeginsel dat die toepassing achterwege moet blijven. Dit betekent dat het bestuursorgaan uiteindelijk (“onder de streep”) nog wel moet beoordelen of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat toepassing van het algemeen verbindende voorschrift in het voorliggende geval tot een onevenredige uitkomst zou leiden, maar daarbij gaat het dan alleen nog om de evenwichtigheid. Een besluit is onevenwichtig als het in de gegeven omstandigheden voor een of meer belanghebbenden onredelijk bezwarend is. 8.
  18. De rechtbank is met het college van oordeel dat onder aan de streep niet is gebleken dat sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat de gevolgen van het bestreden besluit onredelijk bezwarend zijn voor eiseres. Eiseres heeft haar stelling dat sprake is van extreme nadelige gevolgen voor haar omdat zij geïsoleerd is geraakt en niet meer kan deelnemen aan het maatschappelijk verkeer zonder GPK niet onderbouwd. De omstandigheid dat het college pas op de zitting een nadere toelichting heeft gegeven over de evenredigheid maakt niet dat sprake is van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, deze beroepsgrond is namelijk voor het eerst in beroep aangevoerd. In bezwaar is deze grond door eiseres niet aangevoerd en hoefde daarom niet kenbaar besproken te worden in het bestreden besluit. Conclusie en gevolgen
  19. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het college de aanvraag om een gehandicaptenparkeerkaart mocht afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van mr. K.H.E. Swinkels, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 juli
  20. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:
  21. Zie de uitspraak van de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.