RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 25/4085 uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 juli 2025 in de zaak tussen [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, het college (gemachtigde: [gemachtigde]). Procesverloop
- Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 heeft het college verzoeker een last onder bestuursdwang opgelegd. Van het college moet verzoeker zijn boot die op de [locatie] ligt, verplaatsen zodat de boot geen ligplaats inneemt in of nabij een engte of door stilliggen een engte creëert. 1.
- Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 1.
- De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 juli 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting. Beoordeling door de voorzieningenrechter
- De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.
- De voorzieningenrechter is van oordeel dat er geen sprake is van spoedeisend belang. Verzoeker meent dat zijn boot nergens anders kan liggen dan in de [locatie], maar heeft niet onderbouwd dat er geen plek is voor zijn boot in (een jachthaven in) de omgeving.
- Indien er geen sprake is van spoedeisend belang, treft de voorzieningenrechter alleen een voorlopige voorziening indien er sprake is van een evident onrechtmatig besluit. Verzoeker meent dat de meting van de boot onjuist is en verwijst naar een document van de fabrikant van de boot waarop staat dat de boot 2.00 meter breed is. De voorzieningenrechter ziet echter geen reden om te twijfelen aan de meting van de toezichthouder, onderbouwd met foto's, waaruit blijkt dat de boot van verzoeker een breedte heeft van 2.14 meter. Deze meting wordt ook ondersteund door informatie van online verkopers over dit boottype. De voorzieningenrechter merkt hierbij nog op dat de toezichthouder naar aanleiding van het indienen van de voorlopige voorziening door verzoeker bereid was om de boot nogmaals op te meten. Omdat verzoeker op vakantie is, ligt de boot er niet waardoor een nadere meting niet heeft kunnen plaatsvinden. Dit komt voor rekening en risico van verzoeker.
- De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H.W. Franssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 23 juli
- griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.